Nederlandse emigranten worden oud in eigen verzorgingshuizen

Emigratie Een generatie Nederlanders werd oud in Australië en opende zelf verpleeg- en verzorgingshuizen. Poldermodel en ‘gezelligheid’ staan er centraal, inclusief Hollandse pot en Frans Bauer.

Foto: Asanka Brendon Ratnayake

The Flying Dutchman, werd hij ook wel genoemd. Negen keer kwam hij uit voor het Australische voetbalteam. Nu is Jo Ruyters 91 en woont hij in Melbourne in Overbeek Lodge, een verzorgingshuis speciaal voor Nederlanders. Hij kwam er terecht na het overlijden van zijn vrouw, zo’n twee jaar geleden.

Zijn kamer hangt vol met foto’s waarop hij als keeper door de lucht vliegt. En met knipsels uit Nederlandse en Australische kranten. In de hal van het verzorgingshuis hangen schaatsen en foto’s van het Nederlandse koningshuis. In een klein winkeltje verkopen Truus Tichelaar en Jannie Dijkstra producten als stroopwafels en hagelslag. (Truus tegen Jannie: „Ik had laatst griesmeelpudding gemaakt, maar het smaakt niet meer als vroeger.”)

Overbeek Lodge is opgericht door een groepje Nederlanders die tijdens de grote emigratiegolf van de jaren vijftig en zestig naar Australië vertrokken. In de jaren na de Tweede Wereldoorlog was de werkloosheid hoog, waardoor veel mensen de oversteek durfden te wagen. Vooral rond Melbourne streken veel Nederlandse bollentelers neer: de grond rond natuurgebied Dandenong Ranges is erg vruchtbaar.

Naarmate de jaren verstreken kwam de vraag op hoe het zou moeten als de Nederlanders oud zouden worden en niet meer voor zichzelf zouden kunnen zorgen. Ze zamelden geld in en bouwden vijfentwintig jaar geleden onder de uiteindelijke naam DutchCare enkele verzorgings- en verpleegtehuizen (met namen als Overbeek Lodge, Beatrix Village en Margriet Manor) waar zij en andere Nederlandse ouderen later terechtkonden. In totaal zijn er zo’n 170 bedden.

Ik mis de Hollandse gezelligheid soms wel, al prakkiseer ik er niet over om terug te gaan

Jannie Dijkstra, bewoner van Overbeek Lodge

Het Nederlandse poldermodel staat bij DutchCare centraal: er wordt veel overlegd en de bewoners houden de regie. DutchCare moedigt bewoners aan eigen planten en dieren mee te nemen om de omgeving zoveel mogelijk op de „gezelligheid” van thuis te laten lijken. Hoewel de meesten al decennia in Australië wonen, voelen ze zich nog sterk verbonden met Nederland en verlangen ze op latere leeftijd vaak naar ‘huis’. DutchCare probeert een mini-Nederland te bouwen: in de kast liggen spelletjes als Rummikub, er tikt een Friese wandklok en op de radio klinkt Frans Bauer. Op de afdeling voor dementerenden wordt uitsluitend Nederlands gesproken.

Foto: Asanka Brendon Ratnayake
Foto: Asanka Brendon Ratnayake
Foto: Asanka Brendon Ratnayake

Bruine bonen

Jo Ruyters werd geboren in Sittard en werkte na de oorlog als machinewerker. Hij kon aardig voetballen: hij was keeper bij Sittardia, het latere Fortuna Sittard. Toch had hij grote moeite rond te komen, vertelt hij; zijn baan als machinewerker leverde net genoeg op om het hoofd boven water te houden. Sparen was er dus niet bij en hij wilde graag trouwen met het meisje op wie hij een oogje had. „En dus besloot ik naar Australië te vertrekken, waar een oude vriend woonde.”

Daar kwam Jo Ruyters in 1954 aan. „Het land viel me alleszins mee. In alle tijdschriften die ik had gekocht, zag Australië eruit als een droog, dor land. Maar bij aankomst was het groen.” Met vijftien Australische pond op zak stapte hij achterop de Harley Davidson van zijn vriend en vertrok naar Perth. Zijn lief volgde enkele maanden later.

Ook Down Under bleef zijn keeperstalent niet onopgemerkt. Jo Ruyters werd geselecteerd voor de Olympische Spelen in 1956, maar dat ging uiteindelijk niet door omdat hij niet genaturaliseerd was – „Ik voel me nog steeds een Limburger”. Hij trok wel de aandacht van de eigenaar van club Wilhelmina in Melbourne, die hem een ticket aanbood. „Ik zei: dat is prima, als het maar goed betaalt.” Kort erop vertrok hij met zijn vrouw naar Melbourne.

In het ‘mini-Nederland’ van DutchCare staan op het menu gerechten als boerenkool en erwtensoep en – „What do you call them – the brown peas?” – bruine bonen. Voorheen kregen ze dagelijks Hollandse pot, maar de Nederlanders sterven langzaam uit, zegt receptioniste Miranda Buitenhuis. „Rasechte Nederlanders vind je al bijna niet meer. Ook wij zijn een mix.” Daarom heet DutchCare sinds kort MiCare: MigrantCare, om zo het voortbestaan van de organisatie te garanderen. Er zijn plannen om een Indiaas en een Italiaans verzorgingstehuis te beginnen, zegt ze.

Micare biedt 172 ouderen zorg op verschillende locaties, ook thuiszorg en een maaltijdservice: Windmeals – de appelmoes, rabarber en peertjes doen terugdenken aan Nederland.

Nederlandse stagiairs

Op de afdeling Waterlelie wonen ouderen die dement zijn. Het is er stil, de tv staat aan met het geluid uit. De glazen deuren zijn beschilderd met groene verf en waterlelies zodat ze er niet meer als deuren uitzien. Het ruikt er vaag naar urine – een van de bewoners was hovenier en ziet de schuifdeuren aan voor een bosje of een struik om tegen te plassen.

Foto: Asanka Brendon Ratnayake
Asanka Brendon Ratnayake
Foto: Asanka Brendon Ratnayake

Een deur verderop woont Helen van der Linden (87), in Margriet Manor. Zij was 34 toen ze besloot te emigreren. „Ik had nog geen man, dus ik dacht: laat ik het eens in Australië proberen.” Dat lukte. Hun twee dochters voedden ze Engelstalig op, maar Helen van der Linden voelt zich nog flink Nederlands. Ze was jarenlang lid van een Dutch Club, waar Nederlanders elkaar ontmoeten en een borrel drinken, en leest maandelijks de Dutch Courier, de ‘Nederlandse emigrantenkrant in Australië’ waar advertenties in staan met ‘Dutch clocks in Oz’ en de verkoop van sjoelbakken. Elke week speelt ze met twee Nederlandse vrouwen en een Australische vrouw Rummikub, die ze het overigens nog wel „even moest leren”.

De organisatie maakt veel gebruik van Nederlandse stagiairs. Met verschillende instellingen zijn afspraken gemaakt, meestal gaat het om de opleidingen verpleegkunde waarvan de studenten enkele maanden in Australië werkervaring kunnen opdoen. Zoals Lynet Blokker (20), student verpleegkunde aan de Hogeschool van Arnhem en Nijmegen, die in het voorjaar stage liep in Australië. De taal was een groot voordeel, zegt ze: „De zwaar dementerenden reageerden bijvoorbeeld meer op mijn Nederlands dan op het Engels van mijn collega’s en kwamen uit zichzelf met een reactie. Alsof ze zich iets van vroeger herinnerden. Heel bijzonder.”

Als je het ouderen vraagt is het verzorgingshuis zó weer terug, betoogt Bert Pol van de Universiteit Twente.

Opvallend veel bewoners zijn heel oud, zoals Jo Ruyters en Helen van der Linden. Dat is te danken aan de Australische mentaliteit, denkt Miranda Buitenhuis. „Hier begint het leven na je pensioen pas echt. In Nederland word je daarentegen als zestiger of zeventiger al als oud gezien.”

Bij het winkeltje serveren Jannie en Truus, beiden in de tachtig, koffie met speculaas. Ze spelen graag een spelletje. Jannie: „Ik mis de Hollandse gezelligheid soms wel, al prakkiseer ik er niet over om terug te gaan. Feestjes zijn echt anders: de mannen staan in de ene hoek en de vrouwen in de andere.”

Jo Ruyters heeft zich nooit willen laten naturaliseren. „Ondanks dat ik Australië heel dankbaar ben voor wat ze me hebben geboden, kon ik dat niet.” Hij ging nog vaak terug naar Nederland, onder meer met carnavalclub De Limburgse Kangaroos. Die had op zijn hoogtepunt zo’n duizend Limburgse leden in Australië.

Jo Ruyters mist zijn vrouw. Ze stierf aan Alzheimer. Hun hele huwelijk hield ze heimwee naar Nederland, zegt hij zacht. Hij is inmiddels slechtziend, maar met zijn geest en geheugen is niets mis. Het gros van de bewoners is ziekelijk en heeft veel verzorging nodig. „Ik kan met niemand praten over politiek, of voetbal”, zegt hij. „Ik hoor wel op de radio wie er heeft gewonnen en of Ajax het goed heeft gedaan, maar dat is niet hetzelfde.”

Vanuit zijn kamer kijkt hij uit op de tuin. Op de cd-speler zitten grote stickers op de afspeelknoppen, zodat hij zelf de luisterboeken kan aanzetten en pauzeren. Schilderen gaat niet meer. Met een droevige grijns: „Eigenlijk moet je gewoon niet zo oud worden als ik.”

Helen van der Linden was in de jaren 90 kort in Nederland. „But I made up my mind: dat was de laatste keer.”

Jo Ruyters ging vorig jaar nog terug, naar het zuiden van Limburg. „Het is daar zo mooi. Als je dat allemaal weer ziet, al die herinneringen, dat landschap: dat voel je in je hart.”

Tussen het bezoek van NRC aan het verzorgingshuis en het verschijnen van dit stuk, is Jo Ruyters overleden. Zijn familie heeft ingestemd met deze publicatie.
    • Irene Schoenmacker