Hartchirurg Steven (Colin Farrell) en zijn vrouw Anna (Nicole Kidman).

‘Mijn film is grappig bedoeld. Echt’

Yorgos Lanthimos

De Griekse absurdist (‘The Lobster’) maakte ‘The Killing of a Sacred Deer’, over het gezin van een hartchirurg dat wordt getroffen door een vloek. „Ik weet ook niet wanneer wraak gerechtvaardigd is.”

Zou hij dat echt menen? De Griekse regisseur Yorgos Lanthimos verklaarde op het filmfestival van Cannes omstandig dat zijn ijzingwekkende nieuwe film The Killing of a Sacred Deer toch echt bedoeld is als ‘komedie’. De film heeft inderdaad weer ongemakkelijke, absurdistische momenten; Lanthimos’ handelsmerk in eerdere films zoals Dogtooth (2009) en The Lobster (2015) – beide goed voor Oscar-nominaties. Maar over het geheel genomen valt er toch bitter weinig te lachen in zijn nieuwe film.

Colin Farrell, met wie Lanthimos eerder The Lobster maakte, speelt de vooraanstaande hartchirurg Steven Murphy. De arts wordt met zijn modelgezinnetje – collega-arts Anna, gespeeld door Nicole Kidman, en twee voorbeeldige kinderen – belaagd door een mysterieuze jongeman, Martin (Barry Keoghan). Hij eist vergelding voor de dood van zijn vader, die is overleden op de operatietafel van Murphy, mogelijk door verwijtbaar handelen van de arts. Om de balans te herstellen moet de dokter een lid van zijn eigen familie offeren; anders zullen gruwelijke rampen zijn gezin treffen. De film is geïnspireerd op de klassieke tragedie Iphigeneia in Aulis. Daarin treft koning Agamemnon een enigszins vergelijkbaar lot: hij krijgt van de godin Artemis de opdracht om zijn dochter, Iphigeneia, te offeren.

Lanthimos (44) schreef het script voor The Killing of a Sacred Deer met zijn vaste schrijfpartner Efthymis Filippou en won er de prijs voor het beste scenario in Cannes mee. Yorgos Lanthimos: „Ons uitgangspunt was dat we een verhaal wilden vertellen over gerechtigheid en wraak. Maar toen we aan de film werkten, kwamen we erachter dat de film eigenlijk gaat over de vraag of de vrijheid van mensen om te kunnen beslissen over goed en kwaad wel bestaat. Hebben we als mensen wel het vermogen om te oordelen wat rechtvaardig is? Wie bepaalt dat eigenlijk?

„Als je dergelijke kwesties tot in het extreme doortrekt, kun je iets blootleggen van de aard van de mens. Hoe meer de personages in extreme situaties terechtkomen, hoe meer je te weten kunt komen over menselijk gedrag, over hoe moeilijk en ingewikkeld het kan zijn om tot een moreel oordeel te komen. Die problemen zijn zo oud als de mensheid. Dat was ook een van de redenen waarom we wilden teruggrijpen op de tragedie van Iphigeneia, een van mijn favorieten.”

De film kent een gruwelijk verloop. Beangstigt uw eigen fantasie u wel eens?

„Niet echt. Als je eenmaal een sterk uitgangspunt hebt voor een verhaal, dan vloeien de ontwikkelingen daar verder logisch uit voort. Voor het thema dat we wilden behandelen, hadden we een personage nodig dat kan beschikken over leven en dood, dat dagelijks het leven van mensen in handen heeft. In de film kan dan verder in het midden blijven of hij daarbij een fout heeft gemaakt of niet, of de wraakzucht van Martin gerechtvaardigd zou kunnen zijn of helemaal niet.

„Ik heb ook geen pasklaar antwoord op de vraag wanneer wraak gerechtvaardigd is. Dat hangt heel erg van de specifieke situatie af. Je moet je natuurlijk afvragen wat de prijs is die je voor wraak betaalt, als die wraak leidt tot nog meer bloedvergieten. Waar ligt daarbij de grens? Dat zijn zo ongeveer de grootste kwesties waar de mens mee kan worstelen.”

U gebruikt zware muziek in de film van Bach, Sofia Goebaidoelina en György Ligeti.

„Ik hou heel veel van muziek, maar pas bij The Lobster heb ik voor het eerst muziek in een van mijn films gebruikt. Daarvoor wist ik me daar nooit zo goed raad mee. Ik wil namelijk alleen muziek gebruiken, als de muziek echt iets toevoegt en niet alleen functioneert als begeleiding voor een scène, of als de muziek uitsluitend is bedoeld om de emoties van de toeschouwer te versterken. Ik kies de muziek pas, als ik aan het monteren ben. Pas dan weet ik precies wat de toon en de sfeer van de film zal zijn. Dat weet ik niet altijd van tevoren al. Ik moet me daarom wel beperken tot al bestaande composities, omdat ik pas zo laat ontdek wat de muziek zou moeten zijn.”

De muziek is serieus, toch omschrijft u uw film als een ‘komedie’. Is de film serieuzer uitgevallen dan u aanvankelijk voor ogen stond?

„Nee. Ik denk dat de muziek soms een grappig effect kan hebben. Als je ineens Bach hoort tijdens de laatste scène, hoop ik dat de muziek ook een komische uitwerking kan hebben. Veel van de muziek is inderdaad religieus geïnspireerd en uiterst serieus, maar er kan iets nieuws en verrassends ontstaan, als je zulke muziek gebruikt voor scènes die daar niet helemaal bij aansluiten.

Lees de recensies van Peter de Bruijn (5 ballen - briljant) en Coen van Zwol (2 ballen - mislukt)

„Aan de reacties heb ik gemerkt dat mensen vooral de tragische kant van de film benadrukken. Dan ben ik geneigd om te zeggen: oké, maar de film is óók een komedie. Sommige scènes vind ik echt grappig, andere mensen hebben dat misschien niet. Iedere toeschouwer brengt altijd zijn eigen smaak en achtergrond mee. Hoewel je er als regisseur misschien in bent geslaagd om exact de film te maken die je voor ogen stond, blijft er altijd ruimte bestaan voor de toeschouwer.

„Mijn ambitie is steeds om films te maken waarbij de kijker er nooit helemaal zeker van kan zijn of de film nu eigenlijk een tragedie of een komedie is, waarbij je naadloos kunt overstappen van een heel tragische scène naar een scène die compleet belachelijk is.”

    • Peter de Bruijn