Opinie

    • Stijn Schlatmann

Mest is meer dan afval

Zolang we mest alleen als afval zien, blijven we zitten met overschotten waar fraude uit voortvloeit. De oplossing ligt in duurzame verwerking, schrijft „Mest heeft financiële waarde.”
Foto iStock

De intensieve veehouderij in Nederland produceert een aanzienlijke hoeveelheid mest en Nederland is eigenlijk te klein om dit te verwerken. Dit leidt onherroepelijk tot verontreiniging van oppervlakte- en grondwater. De situatie is onhoudbaar en de door NRC onlangs geconstateerde fraude uiteraard onacceptabel. „Snoeihard aanpakken” zoals voormalig staatssecretaris van Landbouw Henk Bleker zei (‘Snoeihard aanpakken, de gasten die dit flikken’, 15/10), ligt voor de hand, maar meer toezicht en regelgeving mist de kern van het probleem.

De kern van het probleem is de huidige regelgeving mest alleen ziet als een afvalproduct. Deze kwalificatie beperkt de toepassingen van mest. De opgelegde restricties zijn deels terecht, omdat bemesting snel leidt tot overbemesting, waardoor ongebruikte mineralen ‘uitspoelen’. De mineralen komen dan in het grondwater terecht, wat het ongeschikt maakt als drinkwater, of in het slootwater, waardoor de balans verstoord raakt door te veel algengroei.

Het gevolg van de restricties voor mestgebruik is dat er in Nederland weinig ‘ruimte’ is om mest kwijt te kunnen waardoor het boeren veel geld kost om van de mest ‘af te komen’. En dat terwijl mest eigenlijk een waardevolle bron van schaarse mineralen en organische stof is.

Wiebe Draijer – de geestelijk vader van het Energieakkoord – bepleit dat de open aanpak van het Energieakkoord ook mogelijk is bij de landbouw (‘Met deuren slaan zit niet in mijn repertoire’, 17/10). Op initiatief van de Zuidelijke Land- en Tuinbouworganisatie (ZLTO) en onder leiding van Energy Matters is in 2011 een vergelijkbaar proces gestart door boeren, de overheid, mestverwerkers, akkerbouwers, onderzoekers en milieuorganisaties om na te denken over een nieuwe route om mest op een duurzame manier te verwerken. Hier is een duurzame oplossing uit gekomen die technisch uitvoerbaar is én economisch haalbaar.

De afgelopen tien jaar is in samenwerking met de Wageningen Universiteit een hele nieuwe verwerkingsroute voor mest ontwikkeld. Met bewezen technieken kan mest worden gescheiden in mineraalrijke fracties, duurzame energie en een organische fractie. De universiteit heeft allerlei scheidingstechnieken in de praktijk getest waarmee stikstof- en fosfaatrijke fracties kunnen worden geïsoleerd tot een product met concentraties die hoog genoeg zijn om vervoer goedkoop te houden. De hoge concentraties houden de kosten voor transport laag doordat er geen onnodig water wordt vervoerd.

Als mest in mineraalrijke fracties gescheiden wordt, kunnen akkerbouwers de dosering van mineralen zoals stikstof, fosfaat en kalium zelf bepalen, afhankelijk van het gewas en het groeistadium waarin het gewas zich bevindt. Zo is grasland gebaat bij mest met veel stikstof. De andere stoffen in mest – zoals kalium en fosfaat – zorgen juist voor de schadelijke uitspoeling van mineralen naar oppervlakte en grondwater, maar missen hun uitwerking op het grasland. Op akkerbouwland spoelen bij overdosering van mest weer andere mineralen uit, zoals stikstof. Door specifiekere bemesting stijgt de benutting van de mineralen in de mest en wordt er veel kunstmestgebruik vermeden.

Van de resterende organische bestandsdelen kan voor de helft duurzame energie in de vorm van groen gas geproduceerd worden dat zo het gasnet op kan. De andere helft kan nuttig gebruikt worden als compost of bodemverbeteraar. En, niet onbelangrijk: de landbouwemissies zullen als gevolg van de nieuwe aanpak ook dalen: van de methaan- en ammoniakgassen die nu vrijkomen bij het uitrijden van mest gaan we straks dus groen gas maken.

Het gevolg van deze nieuwe manier van mestverwerking is dat mest financiële waarde krijgt. Terecht merkt Henk Bleker op dat daarmee het fundament onder de fraudepraktijken wegvalt. Mest wordt niet langer ‘gedumpt’, maar voor de mineralen verkocht.

Wijn- en akkerbouwers in Noord-Frankrijk en Duitsland staan te springen om betaalbare meststoffen en bodemverbeteraars. Met niet alleen Nederland, maar heel Noordwest-Europa als afzetgebied is er helemaal geen mestoverschot meer. Deze aanpak is een mooie kans om kunstmestgebruik te verlagen en mineralen terug de kringloop in te krijgen: een toonbeeld van de cyclische economie.

Het grote knelpunt is dat volgens Europese en Nederlands regelgeving mineraalfracties en organische stoffen uit mest nog steeds als mest worden beschouwd. De bestaande restricties gelden nog steeds, waardoor deze route niet levensvatbaar wordt.

Het voorstel van Bleker om dertig procent van de mest tot mineralen te verwerken zal helpen, maar uiteindelijk moet de Europese wetgever de definitie van mest aanpassen om mineraalconcentraten volwaardig in te kunnen zetten als kunstmestvervanger in plaats van als mest. Een grote en belangrijke uitdaging voor minister van Landbouw Carola Schouten om op Europees niveau ruimte te creëren voor de opwaardering van drijfmest.

    • Stijn Schlatmann