‘Ik heb een hoge prijs betaald’

Jean-Marc Bosman

Lionel Messi en Neymar jr. zijn honderden miljoenen euro’s waard. De Belgische oud-speler Jean-Marc Bosman, twee decennia geleden voorvechter van de afschaffing van het transfersysteem, ziet de internationale handel in spelers met lede ogen aan. „Alles is meer dan ooit een kwestie van geld, macht en politiek.”

Jean-Marc Bosman: „Nu is het 222 miljoen, wat zal het volgende transferbedrag zijn? Een miljard?” Foto Bram Budel

Wie de laatste 22 jaar weleens van Jean-Marc Bosman (53) heeft gehoord, verwacht wellicht niet de man die de deur van zijn huis op een stormachtige woensdagochtend opent. Netjes gekleed, welbespraakt, sympathiek. Wat kalend, dikker geworden sinds zijn dagen als voetballer, bril zonder montuur. Een normale man van middelbare leeftijd. Op het buffet foto’s van zijn kinderen en zijn moeder. In de tuin van het huis dat hij liet bouwen, een vrijstaande woning in het Waalse dorpje Awans vlak bij Luik, een zwembad dat al een tijd ongebruikt lijkt. Koffie? Koekje erbij?

Elk jubileum sinds de ex-voetballer met het Bosman-arrest de vrijheid van voetballers bevocht en daarmee het hele transfersysteem in de voetballerij op de schop gooide, zochten media hem weer op. Het beeld was treurig en werd er in de loop der jaren niet beter op. Het geld was op, een nieuw businessplan had gefaald, zijn huwelijken waren op de klippen gelopen, zijn kinderen mocht hij niet meer zien. Hij was depressief, aan de alcohol geraakt, werd na een dronken klap in het gezicht van zijn vriendin veroordeeld voor huiselijk geweld. Hij was teleurgesteld in hoe het allemaal gelopen was.

Nog altijd teleurgesteld

Zijn kinderen, twee jongens van zes en acht en een dochter van 28 uit een ander huwelijk, ziet hij inmiddels weer. Hij krabbelde op uit het dal, heeft een inkomen. Zijn huis hoeft voorlopig niet in de verkoop. Maar teleurgesteld is hij nog altijd, zegt hij terugblikkend. Ook over de staat van het voetbal tegenwoordig? „Alles is meer dan ooit een kwestie van geld, macht en politiek geworden.”

Zijn verhaal is bekend: Bosman, een weinig opmerkelijke profvoetballer, wilde in 1990 na afloop van zijn contract overstappen van RFC Luik naar het Franse Duinkerken. Maar Luik vroeg een hoge transfersom, waardoor de deal niet doorging. Destijds was een voetballer zelfs na afloop van zijn contract nog eigendom van de club. Ook dan moest nog een transfersom betaald worden. Bosman vocht dit aan.

Nadat hij de eerste juridische stappen had gezet, merkte Bosman dat er anders met hem werd omgegaan. „De clubs hier wilden me niet meer. Ik moest uitwijken naar het buitenland. Maar clubs buiten België zeiden: ‘Je bent een goede speler, maar je zou onze zesde, zevende, achtste keus zijn.’”

Uitwijken naar Réunion

De clubs mochten destijds maximaal drie Europeanen en twee voetballers van daarbuiten contracteren. De rest moest uit eigen land komen. En dus viel Bosman opnieuw buiten de boot. Hij moest uiteindelijk naar het Franse eiland Réunion, in de Indische Oceaan, uitwijken om door te kunnen voetballen.

„Toen dacht ik: nou zullen ze het krijgen ook.” Zowel de transfer- als de nationaliteitsregels waren volgens hem in strijd met Europese bepalingen. Hij daagde RFC Luik, de Belgische bond en de UEFA voor de rechter. „Niemand geloofde dat het me zou lukken”, zegt hij nu. „Ze waarschuwden dat de UEFA en FIFA een lange arm hadden. Nou, dat is mooi, zei ik, dan kunnen ze daarmee mooi hun veters strikken.”

Op 15 december 1995 gebeurde het onverwachte: Bosman kreeg voor het Europees Hof van Justitie voor elkaar dat voetballers voortaan geen eigendom meer van clubs waren en na afloop van een contract zonder transfersom naar een andere club konden overstappen. Ook werden de regels ongeldig verklaard rondom het aantal buitenlanders van binnen de EU dat bij clubs onder contract mocht staan.

Spelers als handelswaar

De gevolgen zijn nog altijd verstrekkend. Omdat clubs willen voorkomen dat spelers gratis de deur uit lopen, zijn contracten belangrijker geworden. Spelers worden langer vastgelegd en de salarissen stijgen. En om de contracten af te kopen, is nog meer geld nodig. Afgelopen zomer liep de transfergekte zo hoog op dat Paris Saint-Germain het een ongekende bedrag van 222 miljoen euro betaalde om de Braziliaan Neymar over te nemen van FC Barcelona.

„Ik krijg daar vaak de schuld van”, zegt Bosman, die de gevolgen met lede ogen aanziet. In 2005 nog zei de UEFA dat door het Bosman-arrest de „traditionele waarden van de sport verloren raakten”.

Maar met het arrest zelf was volgens Bosman niks mis. Het zijn de clubs, de FIFA en de UEFA die het zo uit de hand hebben laten lopen. Zij hebben het idee van spelers als handelswaar geherintroduceerd, zegt hij nu. „We zijn eigenlijk weer teruggegaan naar hoe het was. Voetballers worden gezien als varkens die je kunt verhandelen.”

Lees ook dit verhaal uit 2014 over voetbalmakelaarskantoor FDS, dat zichzelf bij oprichting 'het antwoord op misstanden' noemde : Zwichten voor het grote geld

Door de nationaliteitsbeperking helemaal af te schaffen, zoals de FIFA niet lang na het Bosman-arrest deed, is de voetbalwereld in toenemende mate in handen van het grote geld, merkt Bosman op. Clubs met geld en grote investeerders uit Qatar, China of de Emiraten kunnen de beste spelers van over de hele wereld kopen en de kleinere clubs missen daarvoor de slagkracht. Talent uit eigen land maakt een minder grote kans omdat clubs goedkoop talent uit andere werelddelen aankopen. „Het systeem is nu volledig gebouwd op de rijkste clubs die de beste spelers ter wereld in handen hebben, daarmee is niet meer te concurreren. En iedereen sluit zijn ogen.”

Met ‘iedereen’ bedoelt Bosman de clubs, de voetbalbonden en ook Europa, dat volgens hem een spil is in hun machtsspel. „Het gaat ze allemaal om de gigantische bedragen en de macht. Ik hou van voetbal en ik heb gevochten voor de rechten van spelers en er een hoge prijs voor betaald, maar de sport lijkt op. Nu is het 222 miljoen, wat zal het volgende transferbedrag zijn? Een miljard? Is dat logisch? Ik vind van niet.”

En ja, ook voetballers zijn daar debet aan. „5 procent van de voetballers vormen die superrijke groep waar het nu telkens over gaat. Dan zijn er nog de goedbetaalde spelers uit noordelijke landen. Maar zo’n 40 tot 50 procent, uit het Oosten of Afrika, wordt slecht behandeld en is onderbetaald. Die hebben alle belang om iets aan deze situatie te doen, maar wie gaat daar aan beginnen? Tegen zo’n machtige tegenpartij?”

De goedbetaalde voetballers in elk geval niet, denkt Bosman. „Toen ze eenmaal hun comfort hadden, dachten ze: die Bosman, dat arrest kunnen we gebruiken wanneer we er zin in hebben en die hele man kan ons gestolen worden.”

Twitter als uitlaatklep

Zijn uitlaatklep is Twitter, waar hij regelmatig in niet al te voorzichtig geformuleerde tweets met hoofdletters en spelfouten FIFA, UEFA, Fifpro of voetballers aanvalt. Een van zijn laatste: „De secretaris-generaal van Fifpro Europa zegt dat ik Vergeten ben? Gek, ik ontvang aanstaande zaterdag thuis de BBC.”

Bosman hield een paar honderdduizend euro over aan de uitspraak, waarvan hij onder meer zijn huis bouwde en de afgelopen twintig jaar grotendeels leefde. Later maakte een speler als Frank de Boer nog eens een paar duizend euro over, zegt Bosman. „Maar de enige speler uit de huidige generatie die een geste heeft gemaakt, is Adrien Rabiot van PSG. Terwijl de voetbalvakbond Fifpro 65.000 spelers in de wereld vertegenwoordigt die hun rechten aan mij te danken hebben. Iedereen is het vergeten.”

Bosman zelf zou voetballers niet aanraden iets te ondernemen. Zijn voetbalcarrière was door de boycot in feite over. En daar hield het niet op. „Ik heb na de uitspraak de legendarische woorden gesproken dat ik nu eindelijk uit de Gotthard-tunnel was. Ik had geen idee dat ik er toen pas in ging.”

Vrijheid voor spelers

Of hij het weer zou doen, met de kennis van nu? „Ik vond het belangrijk om die vrijheid voor spelers te winnen, om het beter te maken voor anderen, al kon dat uiteindelijk niet meer voor mezelf. Daar ben ik trots op. Maar een proces zoals dit is te zwaar voor één man.”

Vakbond Fifpro, „groot geworden door mij”, zou een dergelijke rol nu op zich moeten nemen. Met hen heeft Bosman nu een contract dat tot april 2018 loopt. Ze betalen hem als ‘vertegenwoordiger’ een brutosalaris van 2.000 euro per maand. Daarvan leeft hij. Wat er daarna gebeurt, moet nog worden bepaald. „Dit”, hij wijst naar het huis om hem heen, „is nu alles wat mij rest.”