Recht & Onrecht

Hoe ons ethisch kompas uit balans kan raken als de omstandigheden veranderen

Een verandering in de context van ons handelen kan ervoor zorgen dat onze ethiek mee verschuift. Dat geldt bijvoorbeeld voor zorg verlenen, waar ‘één oog op de klok’ een nieuwe norm wordt. Bert Pol, in de Gedragscolumn.

foto Robin Utrecht

De term ethisch kompas doet vermoeden dat ethiek een statisch gegeven is. Een individu kan dan wel uit de koers raken, maar het noorden is en blijft het noorden. Toch?

Dat is maar zeer de vraag. Peter-Paul Verbeek, hoogleraar filosofie aan de Universiteit Twente, heeft fraai beschreven dat sinds echoscopie zijn intrede deed de beleving van aanstaand ouderschap is veranderd. Voor die tijd wachtte men af wat de bevalling brengen zou. Of het een meisje of een jongen was. En, ingrijpender, of het een gezonde baby was.

Echoscopie doet iets met aanstaande ouders. Ze stelt hen onvermijdelijk voor de vraag of zij, als de foetus een afwijking blijkt te hebben, het kind geboren laten worden. De echoscopie beïnvloedt daarmee de ethiek van mensen die een kind verwachten: hoe te handelen. Een verandering in de context kan er dus voor zorgen dat ons noorden gaat schuiven, zelfs zonder dat we ons ervan bewust zijn.

Van zo goed naar zoveel mogelijk

Iets soortgelijks lijkt mij aan de hand met de factor kosten in de thuiszorg. Als ik me niet vergis, was de ethische norm van verzorgenden en verplegenden: hoe moet ik handelen om zo goed mogelijke zorg te verlenen. Door de nadruk op kosten kan het niet anders dan dat de norm verschuift naar: wat moet ik doen om zoveel mogelijk zorg binnen gestelde kwaliteitsgrenzen te verlenen. De verzorgende moet permanent een afweging maken tussen goed en goed genoeg, doordat is vastgelegd hoeveel minuten iedere taak mag kosten. Meer krijgt de zorgorganisatie niet vergoed. Een organisatie die meer zorg levert, krijgt daar niet voor betaald.

Gebeurt dat op grote schaal, dan zijn de consequenties duidelijk: zo’n organisatie gaat kopje onder. Die verschuiving van goed naar zoveel mogelijk binnen gestelde kwaliteitsgrenzen lijkt misschien niet meer dan een subtiele verandering, maar hij is niet zonder impact.

Ik geef een niet imaginair voorbeeld. Een bejaarde, niet mobiele patiënt krijgt de voor haar geldende maximale hoeveelheid thuiszorg van vijf ‘momenten’ per dag. Achtereenvolgens: uit bed helpen en boterham klaarmaken – aankleden – middageten in de magnetron zetten – boterham klaarmaken – in bed helpen.  De wc-gang is daarbij inbegrepen. Moet zij tussen half twee en vijf uur naar de wc, dan is er een probleem. Want het aantal zorgmomenten is maximaal vijf. Dat nodig naar de wc moeten zich niet houdt aan afspraken en kloktijden, weet iedereen. Maar het moet maar goed genoeg zijn.

Worden we er beter van?

Het kan niet anders dan dat deze verschuiving van goede naar zoveel mogelijk zorg binnen gestelde kwaliteitsgrenzen op gespannen voet staat met de ethiek van zorgverleners. Zorgverleners kiezen hun beroep niet voor niets: wie niet om het welzijn van behoeftige mensen geeft, kiest een ander vak. Goede zorg veronderstelt primair aandacht voor de patiënt. Zoveel mogelijk zorg verlenen binnen gestelde kwaliteitseisen betekent primair aandacht voor tempo maken. Het is zorg met één oog op de klok. De ethiek zal mee veranderen.

De Gedragscolumn wordt wekelijks geschreven door gedragswetenschappers. Bert Pol is verbonden aan de afdeling Communicatiewetenschap van de Universiteit Twente en vennoot van Tabula Rasa Den Haag.