Hoe bewijs je antihomogeweld?

Hand in hand

Het OM gaat vier jongens die in april een homopaar aanvielen in Arnhem alleen vervolgen voor geweld, niet wegens discriminatie.

Brug in Westervoort in Regenboogkleuren vanwege mishandeling homostel in Arnhem.

„Vieze vuile homo’s” zouden de vier verdachten van ernstige mishandeling hebben geroepen op de Nelson Mandelabrug in Arnhem. Maar hoe wisten ze op dat moment dat hun beoogde slachtoffers homoseksueel waren? Waren Jasper (35) en Ronnie (31) Vernes-Sewratan, die vroege zondagmorgen in april niet vooral bezig geweest met het eten van hun kapsalon, en minder met elkaar? Liepen ze wel hand in hand, zoals ze aanvankelijk hadden verklaard?

Het Openbaar Ministerie (OM) maakte vrijdag bekend de verdachten wel te vervolgens wegens openlijke geweldpleging, maar niet wegens discriminatie. Vier voortanden raakte een van de slachtoffers kwijt, hij werd mogelijk geslagen met een betonschaar. Maar uit het onderzoek is volgens de officier van justitie niet gebleken dat „een vorm van discriminatie of homohaat aan de mishandeling ten grondslag lag”. En juist dat was de reden dat vlak na het incident in heel Nederland mensen hand in hand de straat op trokken om te protesteren tegen antihomogeweld. Tot in het buitenland trok de mishandeling de aandacht.

‘Een gemiste kans’

„Een gemiste kans”, noemt Sidney Smeets, advocaat namens de slachtoffers, de vervolgingsbeslissing van het OM. „Justitie geeft zichzelf op voorhand al gewonnen terwijl ze ook de lat hoog had kunnen leggen en het aan de rechter had kunnen overlaten om over dit aspect in de zaak te beslissen.”

Lees ook: verdachten zaak-homostel: geaardheid speelde geen rol

Nu wekt het OM volgens Smeets de suggestie dat er helemaal geen sprake was van geweld tegen homo’s. Terwijl er vooral sprake is van een gebrek aan bewijs, zegt hij. „En dat is wat anders.”

Neem het verhaal over de kapsalon, een combinatie van friet, vlees en sla. Dat het homostel hand in hand liep kan justitie niet bewijzen, er zijn geen camerabeelden van. Maar er is volgens Smeets naderhand wél een kapsalon gevonden aan het begin van de brug, op de grond gegooid door één van de slachtoffers. „Een van hen was dus al niet meer bezig met eten en kon de ander best even hebben vastgepakt.” Tegenover de politie zou hij zelfs nog excuses hebben gemaakt voor het weggooien ervan op de grond. „In de bak zat alleen nog sla, daar houdt hij niet zo van.”

Homohaat vaak niet vervolgd

Als het OM naast mishandeling ook homofoob geweld ten laste had gelegd, zou dit volgens de ‘Aanwijzing Discriminatie’ de strafeis met 25 tot 100 procent kunnen verzwaren. Maar in de praktijk is er vaak onvoldoende bewijs beschikbaar en wordt homohaat alsnog niet vervolgd.

Het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum (WODC) onderzocht in 2015 het relatief grote aantal van zulke discriminatiezaken dat wordt geseponeerd en concludeerde dat vaak sprake is van een ontkennende verdachte en er geen andere bewijzen zijn dan de verklaring van de aangever. En dan is het dus „woord tegen woord”.

Herkenbaar, zegt advocaat Smeets, die veel slachtoffers van homogeweld bijstaat. „Het Openbaar Ministerie is terughoudend om hiervoor te vervolgen”, zegt hij, „omdat getuigen ontbreken en omdat verdachten zeggen ‘homo’ te hebben geroepen zonder bijbedoeling. Iederéén op straat roept voortdurend ‘homo’ tegen elkaar, hoor je dan.”

Ook in de zaak tegen de vier Arnhemse verdachten kan de officier van justitie zich alleen maar baseren op de betrokkenen. Smeets: „Het is dus twee tegen vier. En tja, wie geloof je dan?”

Een toelichting op de straf zal justitie pas willen geven tijdens het requisitoir op de regiezitting van 19 december. Die vindt plaats achter gesloten deuren omdat de verdachten minderjarig zijn. Smeets zal de rechter er desondanks proberen van te overtuigen tóch rekening te houden met strafverzwaring wegens homohaat – de rechter mag daarover zelfstandig oordelen.

‘Blij met statement’

Voor D66-fractievoorzitter Alexander Pechtold, die na het incident eveneens uit protest hand in hand liep met een medepoliticus, maakt het weinig uit of in deze zaak homogeweld wordt bewezen of niet. „Ik ben toch blij dat ik dat statement toen heb gemaakt, want het gaat niet om deze zaak. Homogeweld is een serieus maatschappelijk probleem.”

    • Freek Schravesande