Column

De bezwerende werking van Hendrik Groen

Zap ‘Het geheime dagboek van Hendrik Groen’ houdt kijkers voor dat het seniorenleven niet zo ontluisterend hoeft te zijn. Dat die angst nodig bezworen moet worden, blijkt wel als je elders op tv kijkt.

Kees Hulst in Het geheime dagboek van Hendrik Groen

Het zal niemand hebben verrast dat Het geheime dagboek van Hendrik Groen een succes werd. Het boek was een bestseller; de aanwezigheid van André van Duin in de cast was een stille hint dat het weleens heel geestig zou kunnen worden; er is veel werk gemaakt van de herkenbaarheid van het decor, een bejaardentehuis in Amsterdam-Noord. Plus de AOW-factor: ouderen zijn geliefd en vaak op tv. De Bejaarde Nederlanders hebben de Bekende Nederlanders nog niet ingehaald, maar ze komen eraan.

Maar Hendrik Groen is zó succesvol dat er meer aan de hand moet zijn: op de relatief late maandagavond trekt de MAX-serie twee miljoen kijkers, soms wordt het NOS Journaal van acht uur verslagen. Dat komt niet door de uitzonderlijke kwaliteit van de serie. Die is vakkundig, met goede acteurs (Kees Hulst, Olga Zuiderhoek) en een keurig scenario. Al was de goudvissengenocide in de eerste aflevering spectaculair.

De karakters in de serie willen geen slome ouderen zijn. Ze richten een club Oud Maar Niet Dood (Omanido) op en zetten hun tehuis bij vlagen op stramme steltjes. Ze verstoppen drank in thermoskannen. Eigenlijk hebben ze een hekel aan bejaarden.

Daar zit denk ik de crux: Het geheime dagboek van Hendrik Groen is één lange bezwering van de angst om zelf een wegkwijnende oudere te worden, een eenzame zeurpiet die klaagt over valse bingo. De serie houdt de kijkers voor dat het seniorenleven niet zo ontluisterend hoeft te zijn.

Dat die angst nodig bezworen moet worden, blijkt wel als je elders op tv kijkt. Zieke, zwakke en anderszins lijdende ouderen domineren veel actualiteiten- en consumentenprogramma’s. De monitor (KRO-NCRV) nam zondagavond een deelprobleem onder de loep: het misbruik van dementerende ouderen. Die worden door (meestal nieuwe) vrienden geholpen met van alles, waarbij er steeds meer geld verdwijnt.

Er was het verhaal van de dochter die ontdekte dat haar verwarde vader steeds voor hoge bedragen boodschappen deed. Wat bleek? Met zijn jonge, behulpzame vriend speelde hij het spel ‘Wie als eerste zijn pinpas in de automaat steekt’. De demente oudere won opmerkelijk vaak.

Presentator Teun van de Keuken werd rondgeleid in de Rotterdamse wijk Ommoord waar veel ouderen wonen. Daar was de supermarkt een jachtterrein. Je ziet immers zo aan de inhoud van een karretje wie er alleenstaand is, een praatje is gauw gemaakt, hulp met sjouwen zo aangeboden, vertrouwen zo gewonnen.

Het knappe van De monitor is dat het er niet alleen in slaagt om maatschappelijke problemen in kaart te brengen, maar om tegelijkertijd genuanceerde menselijke verhalen te vertellen. Want ondanks de boze kinderen in de uitzending („dit is een loverboy-achtige situatie”), kun je je ook de positie indenken van de nog net wilsbekwame oudere die besluit dat het gezelschap hem dat gesjoemel met het boodschappengeld wel waard is.

Intussen nemen de zorgen ook toe in Het geheime dagboek van Hendrik Groen. De titelheld is aan de incontinentieluiers. Een van de tehuisbewoners sukkelt met haar geheugen (al heeft er zich nog geen bejaardenloverboy gemeld).

Daarnaast stapelen de kwaaltjes van het personage van André van Duin zich op. Maandag zagen we hem, zeer out of character, met zijn rollator vroegtijdig een feestje verlaten. Dan maakt het bezwerende karakter van de serie plaats voor een nieuwe angst: als André van Duin maar niet doodgaat! (Geruststellende spoiler: in de trailer voor volgende week zit hij nog.)