Recensie

Familiedrama’s etteren te lang onder de oppervlakte

Drama

In de verfilming van Griet Op de Beecks debuut ‘Vele hemels boven de zevende’ zijn geen scherpe keuzes gemaakt.

Eva (Brit Van Hoof) cijfert zichzelf voortdurend weg in Vele hemels boven de zevende.

Net als in de originele roman van Griet Op de Beeck (1973) zijn de personages in de verfilming van Vele hemels boven de zevende een open boek. De nuchtere Elsie wordt door haar minnaar Casper al vroeg in de film „een nuchtere” genoemd. Haar zus Eva cijfert zichzelf zo overduidelijk weg voor anderen dat haar psycholoog er steeds opnieuw naar vraagt. De vader van deze vrouwen, Jos, drinkt veel. Zou dat zijn om iets te vergeten? Iets anders dan zijn altijd klagende echtgenote? En dan is er nog Elsies dochtertje, die op weg lijkt een kopie van Eva te worden.

Het debuut van Op de Beeck uit 2013 was meteen de doorbraak van de Belgische schrijfster, er volgden snel nog twee boeken. Het maakte van Op de Beeck afgelopen jaar de best verkopende Nederlandstalige schrijver van fictie.

Eerder dit jaar vertelde Op de Beeck in De Wereld Draait Door dat ze in haar jeugd is misbruikt door haar vader; haar vierde roman Het beste wat we hebben behandelt het thema incest. In Vele hemels boven de zevende komt het onderwerp niet expliciet aan bod. Wie echter Op de Beecks optredens in de media heeft gevolgd, ziet enkele parallellen tussen de gesprekken van de altijd gedienstige Eva met haar shrink in de film en de gesprekken met haar eigen psycholoog die Op de Beeck beschrijft.

In Vele hemels boven de zevende zijn er andersoortige drama’s die etteren onder de oppervlakte in een schijnbaar doorsnee Vlaamse familie. Alle leden zoeken naar geluk en erkenning, maar worden door soms zelf opgeworpen barrières tegengehouden. Jammer genoeg duurt het bijna tot het slot voor de etterbuil openbarst en de film kortstondig echt tot leven lijkt te komen.

Op de Beeck schreef zelf het scenario, de regie is in de handen van Jan Matthys, een verdienstelijk televisieregisseur die zijn speelfilmdebuut maakt. Waar je in een boek vijf verschillende personages een ontwikkeling kunt laten doormaken, moet je in een twee uur durende film scherpe keuzes maken. Dat is hier niet gebeurd, waardoor geen enkele van Op de Beecks naar geluk hunkerende figuren echt kan raken. Dat ze hun gevoelsleven verduidelijken met dooddoeners als ‘alles gaat over, ook verdriet’ helpt ook niet om de film het televisiefilmniveau te laten ontstijgen, ondanks degelijk acteerwerk en de fijne soundtrack van Spinvis.

Ook duiken er nevenpersonages op waarover je zo weinig te weten komt dat je je afvraagt wat ze überhaupt toevoegen. Zo is er Henri, een gevangene met wie Eva werkt en die na zijn vrijlating opnieuw in de criminaliteit belandt. Wat is zijn rol in haar leven? Waarom duikt hij driemaal op? Problematischer is dat door het gebrek aan keuzes de wanhoopsdaad van een van de personages nogal uit de lucht komt vallen en wel een heel gemakkelijke en vredige oplossing lijkt. Op de Beeck pleit er in interviews vaak voor dat als je eraan wilt werken, het leven (gedeeltelijk) maakbaar is. Dat geeft in combinatie met dit ‘vredige slot’ een wat bittere nasmaak.