‘Een grap maken mag hier niet eens meer’

#MeToo Verhalen van seksuele intimidatie roepen de vraag op: hoe voorkom je zulk gedrag als werkgever?

Illustratie Cagle cartoons/bewerking NRC

Vrijdag kondigde FNV aan een onderzoek in te stellen naar seksuele intimidatie op de werkvloer. De vakbond gaat een enquête uitzetten die geïnteresseerden (ook niet-leden) kunnen invullen. Wat FNV daarmee vooral te weten wil komen, is wat er op de werkvloer gebeurt, en hoe dat nu opgepakt wordt door werkgevers en leidinggevenden. Uit de Enquête Arbeidsomstandigheden, jaarlijks uitgevoerd door TNO in opdracht van het ministerie van SZW, bleek in 2016 al dat 2,1 procent van de werknemers slachtoffer is van ongewenste seksuele aandacht.

Aangemoedigd door de #MeToo-beweging komen er steeds meer verhalen van seksuele intimidatie op de werkvloer naar buiten. Voorbeelden van seksueel getinte grappen – ongetwijfeld onschuldig bedoeld, maar ervaren als kleinerend. Voorbeelden van ongewenste aanrakingen, variërend van een hand op de billen tot aanranding of zelfs verkrachting. Die verhalen roepen de vraag op: hoe voorkom je zulk gedrag als werkgever?

Je hebt van jezelf echt wel door wanneer intenties een grens overgaan

Annelies van der Velden, vertrouwenspersoon bij arbonetwerk Zorg van de Zaak, stelde een lijst met risicofactoren en voorzorgsmaatregelen voor bedrijven op. „Toen de #MeToo-discussie losbarstte, kreeg ik telkens weer de vraag: ‘Hoe staat mijn organisatie ervoor, en waar kan ik op letten?’ Dat besloot ik op te schrijven.”

De risico’s variëren van „bij onze organisatie werken veel jonge, onervaren mensen” tot „binnen onze organisatie hebben leidinggevenden veel macht over medewerkers.” Andere tot de verbeelding sprekende factoren zijn: „er heerst hier een losse cultuur met veel seksueel getinte grappen” en „er is bij ons weinig diversiteit, waardoor er sprake is van één dominante omgangscultuur”. Hoe vaker het antwoord ‘ja’ is, des te groter het risico op grensoverschrijdend gedrag.

Van der Velden werkt nu tien jaar als vertrouwenspersoon en voerde in die jaren honderden gesprekken. Vanuit die ervaring stelde ze een aantal voorzorgsmaatregelen op. We lichten er vier uit.

1. Zorg dat het beleid ‘ongewenst gedrag’ in orde is: goed opgesteld en voor iedereen te vinden. Benoem seksuele intimidatie hierin.

Goed beleid rond ongewenst gedrag bestaat er volgens Van der Velden uit dat vastgelegd wordt of de organisatie een vertrouwenspersoon heeft, of er een klachtenregeling is, hoe daders via die regeling aangepakt worden en of er bijvoorbeeld voorlichting gegeven wordt. „Daarmee geef je aan: we nemen dit serieus, overschrijdend gedrag staan we hier niet toe. En dat werkt preventief.”

2. Zorg dat de contactgegevens van de vertrouwenspersoon op een zichtbare plek terug te vinden zijn.

Van der Velden: „Je zou verwachten dat wanneer een bedrijf de moeite neemt een vertrouwenspersoon aan te stellen, het er ook voor zorgt dat diegene vindbaar is. Het tegendeel is waar: mijn gegevens zijn nog zo vaak verstopt.” Haar advies: maak regelmatig kenbaar wie gebeld kan worden en waar dat nummer te vinden is.

Lees meer over vertrouwenspersonen: ‘De directie vermoedde vaak toch ook al iets’

3. Stel gedragsregels voor omgang op het werk, of bijvoorbeeld tijdens uitjes op. Benoem seksuele intimidatie.

Het klinkt misschien kinderachtig, maar pas wanneer zwart op wit staat welk gedrag wel en niet wordt geaccepteerd, kun je mensen erop aanspreken, meent Van der Velden. „Als leidinggevende heb je je ogen nooit in je zak. Vermoed je iets, neem dat dan mee in het beoordelingsgesprek. Je kunt bijvoorbeeld aankaarten dat een samenwerking naar jouw idee niet zo vlot verloopt.”

4. Neem signalen altijd serieus: onderzoek de bron en de aard van het gedrag.

Van der Velden: „Daarmee stimuleer je werknemers overschrijdend gedrag kenbaar te maken. Want dat gebeurt in het geval van seksuele intimidatie nu nog veel te weinig.” Op de vraag hoe je voorkomt dat mensen zich in zo’n geval gecontroleerd gaan voelen (het bekende argument: ‘Je moet hier op eieren lopen, een grap maken mag al niet meer’) antwoordt ze: „Onder overschrijdend gedrag zitten altijd intenties. En je hebt van jezelf echt wel door wanneer die intenties een grens overgaan.”