Cocaïnemaffia dreigde Urker vissers met ‘granaten’ en moord

Vissers uit Urk zijn ernstig bedreigd door leden van de Amsterdamse cocaïnemaffia. „We kunnen doen alsof het er niet is, maar Urk heeft echt een probleem.”

Foto Vincent Jannink/ANP

Criminelen uit de Amsterdamse cocaïnewereld hebben ernstige bedreigingen geuit tegenover vissers uit Urk die met hun kotters, al dan niet gedwongen, betrokken zijn geweest bij het ophalen van in zee gedropte cocaïne. De drugshandelaren spraken over „observanten”, „granaten” en „een team pikieuw”: mogelijk een moordcommando.

Dat vertelde het Openbaar Ministerie dinsdag op een regiezitting in een zaak tegen drie Urker vissers en twee andere verdachten. Ze werden in juni van dit jaar aangehouden omdat ze met de kotter Z 181 260 kilo cocaïne hadden opgehaald.

Een ‘team pikieuw’, vertelde officier van justitie Koos Plooij bij de rechtbank, komt nog niet voor in het recherchewoordenboek voor straattaal, maar staat vermoedelijk voor moordcommando. Het woord ‘pikieuw’ is mogelijk afgeleid van het geluid dat kogels maken die worden afgeschoten. Het tekent volgens Plooij het karakter van de criminelen met wie de Urkers zich hebben ingelaten.

De bedreigingen zijn afkomstig uit gekraakte PGP-telefoons waarmee in de onderwereld jarenlang is gecommuniceerd over drugshandel, bedreiging, afpersing en liquidaties. De dreiging aan het adres van de vissers uit Urk komt uit berichtenverkeer tussen de Pakistaanse Nederlander Mohammed S. en de Marokkaanse Nederlander Naoufal F., een van de kopstukken van de zogenoemde mocromaffia.

S. meldt eind november 2015 dat de verdachte visser Johannes N. niet weet „dat hij „granaten” heeft liggen: „ik gooi op die kanker huis van hem als mijn hoofd moe wordt! Afff bro.” Johannes N. heeft verklaard dat hij heeft meegewerkt aan de smokkel in de zomer van 2017 omdat hij is bedreigd. Opmerkelijk is dat die bedreigingen kennelijk al eind 2015 werden geuit. Het voedt vermoedens binnen de Urker gemeenschap dat Johannes N. vaker bij cocaïnesmokkel betrokken is geweest. Tijdens de zitting bleek dat hij tegen een medeverdachte heeft gezegd „dat hij het al eerder heeft gedaan en het allemaal goed ging”.

Afpersers

Tijdens de zitting bleek dat ook andere vissers uit Urk betrokken zijn geweest bij cocaïnesmokkel en mogelijk zijn bedreigd. In september 2015, aldus PGP-berichten, heeft Mohammed S. „een team pikieuw” klaarstaan „voor het geval er iets fout gaat.” Uit de context van de berichten leidt het Openbaar Ministerie af dat vissers mogelijk worden afgeperst door mensen die op de hoogte zijn van hun betrokkenheid bij cocaïnesmokkel. Om te voorkomen dat de afgeperste vissers met de politie praten, aldus Plooij, zouden de criminelen een ‘team pikieuw’ op de afpersers afsturen.

Lees meer: Hoe de cokemaffia infiltreerde in vissersdorp Urk

In diezelfde periode meldt Mohammed S. volgens Plooij dat hij over een team observanten beschikt die vissers kunnen volgen. Plooij omschrijft de handelwijze van S. als „uitermate grof, kwalijk en zorgwekkend”. Plooij: „ Mohammed S. lijkt mensen te hebben gebruikt, in de tang te hebben genomen, en hun belangen ondergeschikt te hebben gemaakt aan die van hem en zijn kompanen.” Volgens de officier tonen de zaken tegen de Urker vissers en S. en „de onrustbarende vermenging van de legale visserij met internationale drugshandel”.

Urk heeft, aldus de officier, een ondermijningsprobleem – en daarmee de samenleving als geheel. „Kijken we hiervan weg, door te doen alsof het er niet is, alsof het weinig voorstelt?”

Plooij stelde aan het einde van de zititng dat cocaïnehandel onlosmakelijk verbonden is met wantrouwen en conflicten. „Het grove geweld waarmee de afgelopen jaren in de onderwereld liquidaties zijn gepleegd, is grotendeels terug te voeren op deze handel.” De strafzaak wordt begin volgend jaar inhoudelijk behandeld.

Hoe de politie aan die PGP-berichten is gekomen? Dat leggen we uit in deze video:

    • Jan Meeus