Checkpoint werd gewoon te groot

Coffeeshop Terneuzen

Een gedoogde voordeur, een illegale achterdeur, en Meddy Willemsen ertussenin. Schuldig, zegt het hof, maar geen straf.

Checkpoint in Terneuzen, kort na de sluiting in 2009. Het gold toen als Europa’s grootste coffeeshop. Foto Ed Oudenaarden/ANP

Het begon met een politie-inval op 1 juni 2007. Tot zijn eigen verbazing werd Meddy Willemsen, eigenaar van coffeeshop Checkpoint, verdachte in een strafrechtelijk onderzoek. Híj, gerespecteerd ondernemer in Terneuzen, die geregeld met het lokaal bestuur om de tafel zat om te denken hoe de overlast van het drugstoerisme te beperken.

Grensgemeente Terneuzen had met het gedogen van de coffeeshop juist een einde willen maken aan de illegale straathandel. Met 2.000 klanten per dag werd Checkpoint al snel de grootste coffeeshop van Nederland, daar kon Willemsen weinig aan doen. Zijn coffeeshop liep zó goed dat hij voor de bedrijfsvoering zijn handelsvoorraad wel móést verhogen tot boven de gedoogde grens van 500 gram. Het Openbaar Ministerie besloot hem alsnog te vervolgen. Er volgde een rechterlijke uitspraak. Daarna nog één. En nog één. En nog één. En nog één. En nog één.

Al sinds 2010 pingpongt Willemsen tussen gerechtshoven en Hoge Raad. De rechters konden het niet eens worden over de vraag óf justitie de ondernemer wel mocht vervolgen. De hoven in Den Haag en Amsterdam vonden dat hij er onder de huidige gedoogconstructie op mocht vertrouwen dat justitie zijn bedrijf met rust liet. De Hoge Raad besliste telkens anders.

Lees ook: Te veel wiet in de coffeeshop – logisch

Dinsdag gaf het gerechtshof in Den Bosch het – voorlopig – finale oordeel: justitie is bevoegd Willemsen vervolgen, hij had kunnen weten dat bezit van een grote handelsvoorraden strafbaar is. Al blijft volgens het hof „paradoxaal” dat zijn bedrijfsvoering aan de voordeur was gedoogd en aan de achterdeur illegaal vanwege zijn „voor een behoorlijke bedrijfsvoering evident noodzakelijke” voorraad.

Het hof verklaart Willemsen daarmee schuldig aan de handel in softdrugs en deelname aan een criminele organisatie. „Al doet ook dit wellicht wat vreemd aan”, zegt het hof, „nu verdachte een door het lokaal bestuur onder voorwaarden gedoogde onderneming runde die voldeed aan de geldende arbeidsrechtelijke voorwaarden.”

Straf legt het hof Willemsen niet op. Het weegt in zijn beslissing mee dat de rechtsgang al vele jaren duurt en dat de landelijke politiek plannen maakt voor experimenten met een gereguleerde ‘achterdeur’, waarbij ook wordt gesproken over verhoging van de handelsvoorraad.

„De Checkpoint-zaak is tekenend voor de worsteling die de rechterlijke macht ervaart met de achterdeur-problematiek”, zegt drugsonderzoeker Nicole Maalsté. Ze volgde de rechtsgang voor haar boek De Wietindustrie en was onlangs door het hof opgeroepen als getuige. Coffeeshop Checkpoint, zegt ze, is ten onder gegaan aan zijn eigen succes. Hij werd té groot en de verdiensten investeerde Willemsen in een plaatselijke skihal. Daarmee zette hij Terneuzen op de kaart, maar justitie vond het „provocerend”. Die vermoedde vermenging van boven- en onderwereld en begon een onderzoek. „Daar kwam, behalve overschrijding van de toegestane handelsvoorraad, niets uit.”

Lees ook: Het begon met een paar simpele regels, een verhaal over de geschiedenis van het gedoogbeleid.

Checkpoint is sinds 2009 gesloten. Willemsen geniet een AOW-uitkering. Of hij nog in cassatie gaat tegen het vonnis is volgens zijn advocaat André Beckers onzeker. „Mijn cliënt zou graag een punt zetten achter de juridische strijd en de discussie nu overlaten aan de politiek.”

    • Freek Schravesande