Bestrijdingsmiddel van Monsanto is nu al probleem voor drinkwater

Vier vragen Glyfosaat, ook bekend als ‘Roundup’, is een van meest gebruikte maar ook een van meest controversiële bestrijdingsmiddelen.

Boer sproeit bestrijdingsmiddelen uit over akker in Meteren, Frankrijk. Philipe Huguen/AFP

Glyfosaat is een potente onkruidverdelger. Spuit het op de bladeren en de plant verwelkt. Het landbouwgif werd al in 1974 op de markt gebracht door het Amerikaanse Monsanto. En het wordt in de hele wereld gebruikt. Na een jaar touwtrekken nam de EU maandag een besluit: het mag nog vijf jaar gebruikt worden. Waarom is glyfosaat zo controversieel?

1 Hoe groot is het economische belang van glyfosaat?

Groot. Glyfosaat, ook bekend onder de merknaam Roundup, is een van de meest gebruikte bestrijdingsmiddelen ter wereld en ook in Nederland. In 2012, het recentste jaar waarover het Centraal Bureau voor de Statistiek gegevens heeft, gebruikten Nederlandse boeren 150.000 kilo glyfosaat. Ontdekker Monsanto is al lang niet meer de enige producent van glyfosaat. Het patent liep af in het jaar 2000; veel andere grote westerse en Chinese chemiebedrijven maken het ook.

Voor ontwikkelaar Monsanto gaat het echter niet alleen om de verkoop van het bestrijdingsmiddel, maar ook van zaad van gewassen die geen krimp geven als je er glyfosaat op spuit. Die gewassen, zoals soja en maïs, zijn met genetische manipulatie resistent gemaakt. Daardoor kunnen boeren onkruid verdelgen als het gewas al op het land groeit. Monsanto bracht de eerste ‘Roundup-ready gewassen’ in 1996 op de markt, en op de meeste typen zit nog patent. Door de introductie van zulke gewassen werd het bestrijdingsmiddel een stuk populairder. In Nederland mogen Roundup-ready planten niet verbouwd worden, omdat ze genetisch gemanipuleerd zijn.

2 Wat zijn de gevaren van glyfosaat voor de mens?

Je moet het niet in je ogen krijgen. Maar het grote hete hangijzer is de vraag: is glyfosaat kankerverwekkend? De Europese Commissie volgt de geruststellende conclusies van de Europese Autoriteit voor Voedselveiligheid (EFSA) en het Europees Agentschap voor Chemische Stoffen (ECHA). Het is „onwaarschijnlijk” dat glyfosaat bij mensen kanker veroorzaakt, adviseerde de EFSA in november 2015.

Ook de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) en de VN-landbouworganisatie FAO concludeerden in 2016 samen dat het „onwaarschijnlijk” is dat mensen risico lopen op kanker doordat ze via hun eten glyfosaat binnenkrijgen. Daar staat het oordeel van het Internationale Instituut voor Kankeronderzoek tegenover. Dit IARC, onderdeel van de WHO, concludeerde in maart 2015 dat glyfosaat „waarschijnlijk” kankerverwekkend is voor mensen.

De uiteenlopende oordelen zijn uitgemond in een wetenschappelijke discussie over hoe zulk onderzoek uitgevoerd moet worden. Die gaat over de beoordeling van de beschikbare gegevens, maar ook over welke studies je mag meewegen.

Het IARC nam alleen gepubliceerde wetenschappelijke studies in beschouwing, de EFSA gebruikt ook niet-gepubliceerd onderzoek dat door producenten van glyfosaat is gedaan. Dat leidde tot kritiek over belangenverstrengeling; de EFSA zegt de toxiciteit juist beter te kunnen beoordelen door de extra data.

3 Is glyfosaat schadelijk voor het milieu?

Het grootste ongemak over glyfosaat is dat het langzamerhand overal is. Glyfosaat geeft al problemen bij de Nederlandse drinkwatervoorziening. In oppervlaktewater dat wordt gewonnen om er drinkwater van te maken, zit volgens de drinkwaterbedrijven „al jaren” te veel glyfosaat. Het staat daarom op de lijst van ‘probleemstoffen’.

Ook in 45 procent van de Europese akkers is glyfosaat of een afbraakproduct terug te vinden, toonden Wageningse wetenschappers in oktober aan. Dat zou via wind of water bij mens of dier terecht kunnen komen. Daarom sprak de Wageningse hoogleraar Violette Geissen zich uit tegen verlenging van de toelating.

Toch lijken de effecten op het milieu beperkt, omdat glyfosaat alleen planten doodt. Volgens het Amerikaanse milieuagentschap EPA zijn de negatieve effecten van glyfosaat op vogels, zoogdieren, vissen en ongewervelde dieren „minimaal”. Het Europese EFSA vond de milieurisico’s „acceptabel” voor planten in de omgeving, voor insecten, en voor water- en bodemdieren, maar wees er wel op dat er risico’s zouden kunnen zijn voor zoogdieren en vogels die herhaaldelijk aan glyfosaat worden blootgesteld.

4 Waarom stemde Nederland voor verlenging van de toelating?

Nederland volgde het advies van het College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden (Ctgb). Dat schreef in augustus dat de Europese Commissie, de EFSA en het ECHA hun werk goed hadden gedaan. Veilig gebruik van glyfosaat is „mogelijk”, vindt het Ctgb, en dat advies nam het toenmalige ministerie van Economische Zaken over.

De nieuwe minister Carola Schouten (Landbouw, ChristenUnie) zei vorige maand wel dat glyfosaat „een laatste redmiddel” moet worden.

De verlenging van de goedkeuring van glyfosaat betekent niet dat daarmee elk product waar glyfosaat in zit, in elk EU-land is toegestaan. De lidstaten moeten die producten alsnog beoordelen. Hoe mag het gebruikt worden, zodat de risico’s binnen de perken blijven?

In Nederland moet vooral de vervuiling van het oppervlaktewater – en dus het drinkwater – aangepakt worden, schreef het Ctgb. Het College denkt dat het oppervlaktewater vooral vervuild raakt met glyfosaat als het op straten en stoepen gespoten wordt, want daarvandaan stroomt het landbouwgif gemakkelijk weg.

Sinds 2016 mogen chemische onkruidbestrijdingsmiddelen (waaronder dus glyfosaat) in Nederland daarom al niet meer op ‘verharde oppervlakken’ gebruikt worden. Daar kwam deze maand een verbod op gebruik in parken en plantsoenen bij, na jarenlange politieke druk tegen het gebruik van chemische onkruidbestrijding in de ‘openbare ruimte’ waar ook kinderen spelen. De vereniging van waterbedrijven Vewin vindt die inperkingen niet genoeg, als het om probleemstof glyfosaat gaat. Vewin pleitte in oktober daarom ook voor een verbod op de verkoop aan glyfosaat aan particulieren.

Lees ook de reportage bij biologische akkerbouwer Arjan Prins, die tarwe teelt zonder glyfosaat.

Correctie (30 november 2017): In een eerdere versie van dit stuk werd de naam van het College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden enkele malen afgekort als Cgtb, in plaats van als Ctgb.