Recensie

Bartoli zingt vrijer zonder Sol Gabetta

De optelsom van het concert van wereldsterren mezzo Cecilia Bartoli en celliste Sol Gabetta is geen twee, maar anderhalf.

Welke hartstocht kan muziek wel niet oproepen of neerslaan? Deze dichtregel van John Dryden verwijst naar het geloof van de Griekse wijsgeer Pythagoras in muziek als drijvende kracht achter schepping van hemel en aarde. Componist Georg Friedrich Händel verklankte de poëzie van Drydens Ode for Saint Cecilia’s Day. Maar de verering in het Concertgebouw betrof niet deze beschermheilige van de muziek, maar gold haar naamgenoot Cecilia Bartoli. En in mindere mate celliste Sol Gabetta.

Ondersteund door het ensemble Cappella Gabetta toeren beiden langs grote zalen met het repertoire van hun nieuwe album Dolce Duello: zachtmoedige krachtmetingen tussen stem en cello uit de barok.

Spijkers in het gemoed

Het concert riep tweeslachtige gevoelens op. Bartoli’s stem is een wonder van technisch vernuft en uitdrukkingskracht. Wie er dicht op zit, blijft zich verbazen. Ook nu weer.
Maar er ontbrak iets, vergeleken met haar vorige recitals. Ze had in de meeste gevallen de partituur bij de hand, wat afstand schiep tot de noten die ze doorgaans uit het hoofd kent. Bartoli’s kracht is dat ze de muziek niet zingt maar wordt. Dat gebeurde nu slechts sporadisch. Niettemin slaagde ze erin terugkerende emoties in aria’s van Antonio Caldara en Domenico Gabrielli als spijkers steeds dieper in het hout van het gemoed te slaan.

Zonder medewerking van celliste Gabetta leek Bartoli zich vrijer te voelen. De Händel-hit Lascia la spina - beter bekend in de hergebruikte versie Lascia ch’io pianga - kreeg een kaal en nuchter begin, waarna Bartoli bij elke herhaling de dramatiek opvoerde. In O placido il mare van Hermann Raupach, van haar Petersburg-album, kon ze er weer op los coloraturen, waarbij haar adem de grillige rukwinden uit de tekst verklankte. Plotseling voelde je weer het pure plezier van het zingen, in een verder ingesnoerd optreden.

Wereldsterren Bartoli en Gabetta waren niet groter dan de som van hun delen. Sterker nog: één plus één kende in dit geval als uitkomst anderhalf.

    • Joost Galema