‘Terugdringen IS in kalifaat vergroot risico’s in Westen’

Briefing over missies

Met de bevrijding van steden in Syrië en Irak is IS niet verslagen, waarschuwt de legertop. Het front kan zich naar hier verplaatsen.

De vlag van IS in het Irakese Rawah, ten noorden van Bagdad.

Het terugdringen van IS in Syrië in Irak kan leiden tot een grotere dreiging van deze terreurorganisatie in het Westen. Deze waarschuwing kwam maandag van de hoogste Nederlandse militair, Commandant der Strijdkrachten Rob Bauer, en de directeur van de Militaire Inlichtingen- en Veiligheidsdienst, generaal-majoor Onno Eichelstein. Zij spraken tijdens een briefing over militaire missies voor leden van de Tweede Kamer.

Volgens Bauer staat het bevrijden van steden in Syrië in Irak niet gelijk aan het verslaan van IS. MIVD-baas Eichelstein wees er op dat het leiderschap van de IS nog bestaat en veel strijders ondergronds zijn gegaan. Het gevaar is dat zij buiten het verzwakte kalifaat toeslaan met hulp van teruggekeerde Syrië-gangers.

In een brief over de jongste ontwikkelingen in de strijd tegen IS stelt het kabinet dat de terreurorganisatie haar tactiek zal veranderen in meer aanslagen in het Westen. Hoewel IS waarschijnlijk geen hoofdkwartier meer heeft, houdt het kabinet er rekening mee dat er nog wel sprake is van een gecentraliseerde aansturing.

Strijd sneller verlopen

Na een afwezigheid van anderhalf jaar zal Nederland vanaf volgend jaar weer met vier F16-gevechtsvliegtuigen boven Syrië en Irak aanwezig zijn. Het kabinet heeft hiertoe al besloten maar de Tweede Kamer moet er nog mee instemmen.

Lees ook: Syrische IS-strijder herkend bij Amsterdamse debatavond

De inzet van Nederland zal mogelijk wel moet worden aangepast, schrijven de drie meest betrokken ministers. Sinds het vorige kabinet in september besloot weer F16’s te sturen, is de strijd tegen IS namelijk sneller verlopen dan verwacht. Mogelijk zullen de vliegtuigen minder vaak wapens inzetten dan in de vorige periode. Van oktober 2014 tot juni 2016 maakten Nederlandse toestellen in totaal 2.100 vluchten en vuurden zij in 1.800 gevallen raketten af.

In de vorige periode was er discussie of de Nederlanders ook boven Syrië mochten vliegen. Daarvoor was aanvankelijk geen volkenrechtelijk mandaat, meende het toenmalige kabinet. Er kon slechts boven Irak gevlogen worden omdat dit land steun had gevraagd. Toen IS-strijders vanuit Syrië Irak binnentrokken was er wél een volkenrechtelijk mandaat. Maar Nederlandse vliegers zullen zich weer moeten beperken tot Irak, als IS door bombardementen geen verbindingslijnen van Syrië naar Irak meer heeft.

Het is ook de vraag hoe lang Nederland doorgaat met het trainen van Iraakse militairen en Koerdische Peshmerga-strijders. De spanningen tussen de Koerden die streven naar autonomie en de regering in Bagdad lopen op. „Als ze met elkaar het gevecht aan moet je de vraag stellen of je daar wil blijven”, zei Bauer. Bij de training van Koerden en Irakezen zijn 155 Nederlandse militairen betrokken.

    • Mark Kranenburg