Samenwerking gemeenten levert geen besparing op

Gemeentebudget

Fusies tussen gemeenten leveren geen geld op, maar, zo blijkt uit onderzoek, samenwerking evenmin. Terwijl dat wél de trend is.

Uit samenwerking tussen gemeenten bij afvalverwerking en de sociale dienst kwam helemaal geen financieel voordeel. Foto Koen Suyk

Wanneer gemeenten gaan samenwerken, geven ze daarna nog net zo veel geld uit. Dat blijkt uit onderzoek van het Centrum voor Onderzoek van de Economie van de Lagere Overheden (COELO) van de Rijksuniversiteit Groningen.

Gemeenten zijn de laatste jaren steeds meer gaan samenwerken, onder meer omdat zij er complexe taken van het rijk hebben bijgekregen. Het totale bedrag dat wordt uitgegeven aan samenwerkingsverbanden is tussen 2005 en 2013 verviervoudigd van 1,8 naar 8 miljard euro.

Werkten vrijwel alle gemeenten in 2005 al samen op het gebied van sociale werkvoorziening, nu doet 38 procent dat ook bij de sociale dienst, 36 procent bij belastinginning en 49 procent bij afvalinzameling. Niet meegerekend in het onderzoek zijn taken als jeugdzorg, die onder het vorige kabinet werden gedecentraliseerd.

Zelf zien gemeenten samenwerking als een belangrijke manier om kosten te besparen of om betere dienstverlening te bieden. Maar het eerste blijkt volgens de onderzoekers, hoogleraar Economie Maarten Allers en promovendus Tom de Greef, niet waar en het tweede kan niet worden onderbouwd. Dezelfde conclusie trok het COELO drie jaar geleden ook over de financiële effecten van fusies van gemeenten.

Geen onderbouwing

Allers en De Greef hadden verwacht dat samenwerken financiële voordelen zou opleveren. „Júíst bij samenwerking”, zegt Allers.

Ze concluderen echter: „Tussen 2005 en 2013 heeft samenwerking niet geleid tot lagere uitgaven.” Sterker: „Bij kleinere en bij grotere gemeenten lijkt samenwerking de uitgaven juist te hebben verhoogd.” En: „Voor de hypothese dat samenwerking leidt tot betere dienstverlening is geen onderbouwing gevonden.” Economenvakblad ESB publiceert deze dinsdag hun onderzoek.

Het COELO keek naar de totale uitgaven aan samenwerking en naar drie specifieke beleidsterreinen: belastinginning, afvalinzameling en de sociale dienst.

De laatste twee werden gekozen omdat gemeenten daar een fors deel van hun geld aan uitgeven. De eerste omdat ze hadden verwacht dat er bij belastinginning, een sterk geautomatiseerd proces, een positief effect zou zijn. Allers: „Je hoeft maar één keer de juiste software aan te kopen. Hoeveel aanslagen er dan worden uitgegeven, maakt vervolgens niet veel uit.”

Maar het schaalvoordeel bleek, puur naar uitgaven bekeken, miniem. Gemeenten geven als ze samenwerken weliswaar gemiddeld 15 procent minder uit aan belastinginning, maar op de totale uitgaven is dat effect verwaarloosbaar: het gaat om 0,4 procent van het budget.

Uit samenwerking bij afvalverwerking en de sociale dienst kwam helemaal geen financieel voordeel. Over het laatste schrijven de onderzoekers: „In het sociaal domein is het bestaan van schaalvoordelen twijfelachtig.” Allers: „Dat is mensenwerk, waarbij vaste kosten niet zijn te spreiden.”

Democratische controle

Het COELO signaleert ook een groot nadeel van samenwerken: de democratische controle is beperkt. De Greef: „De beleidsambtenaar gaat naar het samenwerkingsverband en adviseert de wethouder niet meer. Die zit niet per se in het bestuur van een samenwerkingsverband en de gemeenteraad staat ook op afstand. Wie is er dan nog verantwoordelijk?”

Is er een weg terug? Nee, zegt Allers. „Ik verwacht dat gemeenten meer taken krijgen. Dat jaagt schaalvergroting aan. Als wij willen dat gemeenten steeds meer gaan doen, moeten we accepteren wat dat voor de democratische controle betekent en voor de uitgaven. Als we dat niet accepteren, moet het werk van gemeenten worden beperkt.”

    • Titia Ketelaar