Column

Nieuwe Hollandse ziekte: kloofhoop

Je hebt iets – ik noem het kloofhoop. De wens deel te zijn van een Kloof om je dan tegen anderen af te zetten. Gelukkig heb je steeds meer kloven. Zelfs kloven die allang onderuit zijn gehaald, blijven terugkeren. De bekendste is de generatiekloof. Al decennia lezen wij over jonge generaties – nu millennials – en hun afwijkende eigenschappen. Allemaal onzin, zoals de Groninger hoogleraar Janka Stoker laatst schetste. Onderzoek wijst op het omgekeerde: jonge en oudere generaties reageren doorgaans hetzelfde op nieuwe ontwikkelingen. Een nepkloof.

Sinds kort hebben we het over de Kloof tussen de Randstad en de rest. Oppervlakkig gezien logisch. De stijgende huizenprijzen dreigen van Amsterdam een reservaat voor welgestelden te maken, een soort San Francisco. Dan groeit de afstand vanzelf.

Maar toch. Het CBS vertelde me dat een Nederlander gemiddeld tienmaal in zijn leven verhuist. Tienmaal.

En de Groninger hoogleraar demografie Claartje Mulder zei me dat ze ooit vond dat tussen de 55 en 60 procent van de werkzame bevolking een deel van zijn leven in een van de acht grootste steden woont.

Dus wij kunnen doen alsof er een splijtende geografische Kloof is, maar de werkelijkheid is: we verhuizen zo vaak, en zo velen van ons leven of leefden in de stad, dat we de Kloof vaak van twee kanten kennen. De anderen – dat waren we vroeger zelf.

Zelf woonde ik twintig jaar in een Brabants dorp. Mijn ouders hadden geen cent, ik volgde de mavo. Later huurde ik een kamer in de Schilderswijk. Ik was geruime tijd uitstekend kloofmateriaal: verkeerde afkomst, verkeerde opleiding, het verkeerde Den Haag. Nu leef ik tussen welgestelden in de Randstad. Kan je ook een Kloof van maken.

Die dingen hebben pas betekenis als je kloofhoop hebt: wanneer zo’n Kloof fungeert als alibi om te klagen over anderen – en zo de eigen identiteit aan te scherpen.

Intussen is er één ernstige Kloof, tussen hoog- en laagopgeleiden, waarvan het SCP al in 2014 constateerde dat die zich verdiept: hoogopgeleiden krijgen vooral kinderen met hoogopgeleiden, laagopgeleiden met laagopgeleiden, en zo bepaalt de plaats van je wieg voortaan je kansen. De open samenleving, met open kansen, verdwijnt.

En het eigenaardige is: we bespreken eindeloos de identiteitsgevoelige effecten hiervan – Zwarte Piet, het platteland, Kloof zus, Kloof zo – maar niemand, ook geen politicus, ziet nog werkelijk mogelijkheden dit onrecht aan te pakken.

Zo praten en praten wij. Zo worden wij uiteen gespeeld door kloven die amper doorslaggevend zijn of niet eens bestaan. En laten wij het ware probleem bijna onaangeroerd voortbestaan.

Tom-Jan Meeus (t.meeus@nrc.nl; @tomjanmeeus) schrijft op deze plek een wisselcolumn met Jutta Chorus.