opinie

    • Carolien Roelants

Loop eens een rondje burgeroorlog door Beiroet

Carolien Roelants is Midden-Oostenexpert en scheidt op deze plaats elke week de feiten van de hypes.

Beeld uit 1983, tijdens de burgeroorlog, na een aanslag van Hezbollah tegen mariniers van de Verenigde Staten. Foto Jim Hollander/EPA

Als u toevallig in Beiroet bent, zou u een rondje burgeroorlog kunnen doen. Al was het maar omdat het onderwerp door de Saoedische inmenging in Libanese zaken juist weer zo uitgebreid aan de orde is geweest. Om te beginnen volgt u mij naar Beyt Amir-Clemenceau in het westelijk stadsdeel, nu gezellig rommelig, toen bolwerk van linkse en islamitische strijdgroepen (de links-fascistische Syrische Sociaal-Nationalistische Partij zit er nog steeds in Makdisistraat, achter verroeste versperringen). Beyt Amir is al de moeite waard omdat het huis zelf mooi gerestaureerd is, in tegenstelling tot al die andere verkruimelende oude panden die op de sloper en lucratieve nieuwbouw wachten. En om zijn tuinparadijsje waar de wijn extra lekker smaakt. Maar u moet erheen voor de kleine fototentoonstelling Temporary Metamorphosis of a City, Beirut 1870-2052, met onder andere panoramafoto’s van Beiroet vóór de burgeroorlog (1975-1990), en nu. Op het panorama van nu zijn de gebouwen die in de burgeroorlog zijn verwoest, aan beide zijden van de frontlinie tussen Oost- en West-Beiroet, in wit aangegeven. Dat zijn er veel.

Wanneer u van West naar Oost loopt, of vice versa, dan ziet u zelf nog de sporen van de burgeroorlog. De braakliggende woestenij van het Plein van de Martelaren natuurlijk. In de omgeving is en wordt een heleboel gebouwd, protserige appartementsgebouwen en dure winkelcomplexen. Maar daartussen staan pokdalige geraamtes van gebouwen als versteende waarschuwingen voor wat er opnieuw kan gebeuren.

Als toetje kunt u naar The Insult gaan, de film van Ziad Doueiri over een vermeende belediging en twee stijfhoofdige Beiroetse mannen, een christen en een Palestijn, een combinatie die bijna leidt tot zo’n nieuwe ronde burgeroorlog. Het loopt in Libanons Oscar-2018-inzending goed af, maar zo zou het in de Libanese werkelijkheid best fout kunnen gaan als de leiders van de christenen, shi’ieten en sunnieten en alle andere groepen niet al jaren hun uiterste best deden om een uitbarsting te voorkomen. Dat heeft natuurlijk te maken met het besef dat de door Iran gesteunde shi’itische organisatie Hezbollah zo veel wapens heeft dat zij de anderen eerder vroeger dan later zou overmeesteren. Maar allereerst omdat die leiders weten wat de burgeroorlog heeft aangericht. Premier Hariri, die van de Saoediërs moest opstappen, is een voorbeeld van zo’n leider die de boel juist bij elkaar houdt. Daarom is de oorlog in het buurland Syrië niet naar Libanon overgeslagen – behalve in de vorm van 1,5 miljoen vluchtelingen.

Hezbollah aanpakken, wat gegarandeerd Libanon zou destabiliseren, was het nieuwe ondoordachte buitenlandse avontuur van de Saoedische kroonprins, na de oorlog tegen Jemen en de blokkade van Qatar, en het eerste dat voorlopig is gedwarsboomd. De kroonprins is geobsedeerd door Iran – zie zijn beschuldiging vorige week dat de Iraanse opperste leider „de nieuwe Hitler van het Midden-Oosten” is. Kennelijk heeft hij nu al geen adviseurs meer die het wagen hem af en toe af te remmen – bang om ook te worden opgesloten in de gouden kooi van het Ritz-Carlton?

Toen de kroonprins in 2015 zijn oorlog tegen Jemen begon, wisten de VS en Groot-Brittannië niet hoe snel zij zich bij hem moesten aansluiten. Dit keer was de hele wereldgemeenschap, inclusief Donald Trump, het eens dat ontwrichting van Libanon in niemands belang was. Hariri blijft toch aan, en ik zag hem woensdag op beelden van Libanons onafhankelijkheidsfeest de Iraanse ambassadeur lachend de hand drukken. De Libanezen blij, en de Nederlandse coalitie vast ook blij – stel je voor dat de opvang in de regio in gevaar komt.

    • Carolien Roelants