Michèle Lamont: „In Nederland is de homofobie van moslims een argument tegen alles wat met moslims samenhangt.”

Foto Frank Ruiter

‘Is Trump een racist? Ja en nee’

Cultuursocioloog Erasmusprijswinnaar Michèle Lamont onderzoekt uitsluiting, en de boze witte mannen die Trump president maakten.

L’Esprit du temps” (de geest des tijds). Michèle Lamont, hoogleraar sociologie aan Harvard, heeft Frans-Canadese wortels en veroorlooft zich een antwoord in haar moedertaal. De vraag was waarom ze in één jaar maar liefst tweemaal wordt geëerd in Nederland. In januari kreeg ze een eredoctoraat van de Universiteit van Amsterdam en dinsdag ontvangt zij in het Koninklijk Paleis in Amsterdam de Erasmusprijs 2017. Een belangrijk deel van haar werk gaat over stigmatisering en uitsluiting en daarin heeft ze de tijdgeest inderdaad weten te vangen.

Dat haar Nederlandse onderscheidingen samenvallen met het eerste ambtsjaar van Donald Trump, een president die de verkiezingen won door hele bevolkingsgroepen te stigmatiseren, is toeval, zegt ze. „De voordrachten waren al ingediend voordat iemand dacht dat hij een serieuze kandidaat was.”

Witte arbeiders

De factor die Trump op het nippertje de overwinning bezorgde, was het stemgedrag van witte arbeiders die eerder onafhankelijk stemden en ditmaal voor de Republikeinse kandidaat kozen. In haar boek uit 2000, The Dignity of Working Men, schetste Michèle Lamont het zelfbeeld van deze groep en diens sterke gevoelens van miskenning. De groep zet zich enerzijds af tegen ‘de mensen boven’ (rijken, politici) en anderzijds tegen ‘mensen beneden’, zoals immigranten en zwarte Amerikanen.

In het jongste nummer van de British Journal of Sociology analyseren Lamont en twee collega’s de campagneredevoeringen van Trump. Zij laten zien hoe hij witte arbeiders voor zich won door hen te prijzen als ‘waarachtige Amerikanen’ en hen te onderscheiden van illegale immigranten (‘dieven’, ‘verkrachters’) en ‘moslimterroristen’. Door sociale tegenstellingen te cultiveren, kortom.

Opvallend genoeg liet hij zich minder kwetsend uit over Afro-Amerikanen.

„Dat is zo. Maar hij had het wel regelmatig over Detroit en Chicago, als metaforen voor de problemen van de binnensteden van Amerika. Zo werkt racisme nu in de VS. Het is niet expliciet. Als Trump het over de ‘bendes van Chicago’ heeft, is dat codetaal voor zwarten en latino’s. Tegenwoordig kan een presidentskandidaat zich niet permitteren openlijk racistisch te zijn. Maar als mensen ‘binnensteden’ horen, weten ze precies waar hij het over heeft. Terwijl hij tegen de zwarte arbeidersklasse zegt „jullie hebben recht op de banen die door de globalisering zijn verdwenen”, vertelt hij zijn witte achterban „ik zal jullie beschermen tegen het geweld van die lui uit de binnensteden”. Zo bedient hij twee verschillende publieken en daarin is hij geniaal.”

Beschouwt u Trump als een racist?

„Ja en nee. Het is gecompliceerd. Hij is een New Yorker en New Yorkers zijn eraan gewend om te gaan met diversiteit. Hij zegt dat hij zich veel meer op zijn gemak voelt in de dagelijkse omgang met gewone mensen – betonstorters, loodgieters. Hij is een man van 72, hij werd volwassen in de jaren 50 en 60, toen Amerika één cultuur had, waarin gekleurde mensen moesten assimileren. Hij denkt nog steeds over Amerika als eenheidsworst. Hij is in die zin racistisch dat zijn kijk op de samenleving verankerd is in witte voorrechten.”

In uw werk geeft u de voorkeur aan de term ‘groepsafgrenzing’ boven racisme.

„Daar richt mijn onderzoek zich vooral op; dat is een fundamenteel sociaal mechanisme. We trekken dagelijks tientallen malen grenzen ten opzichte van anderen, meestal onbewust. Als ik u vraag ‘Wat vindt u van uw buurman’, en u antwoordt ‘Dat is een hufter die de hele dag voetbal kijkt op tv’, dan trekt u onbewust grenzen. Ik houd me bezig met sociale processen van uitsluiting, en één van de vormen waarin die zich manifesteren is racisme.

„Het probleem met de VS is, denk ik, dat wetenschappers zo gewend zijn vooral naar Afro-Amerikanen te kijken dat zij vergeten wat de algemene principes zijn van uitsluiting. Waar mensen op afgaan, is steeds het fenotype, huidskleur, haartype. Maar dit hangt vaak samen met verschillen in cultuur. Wat mensen eten, hoe ze dansen en zingen, enzovoort. In de jaren vijftig was er een beroemd boek Protestant – Catholic – Jew [van Will Herberg, 1955]. Dat waren destijds de scheidslijnen. Zwarten waren er ook, maar niemand had het over hen, zij waren niet in beeld. Kijk je hoe de meeste Amerikanen vandaag diversiteit ervaren dan gaat het niet meer om religieuze, maar om etnische en raciale scheidslijnen, die zowel berusten op fenotype als op cultuur.”

U vergelijkt de VS vaak met West-Europa. Zijn er verschillen in het ‘afgrensgedrag’ van groepen?

„Het Franse geval is heel interessant. Door de heersende republikeinse ideologie heeft Frankrijk er nog steeds grote moeite mee het racisme in de samenleving te erkennen. Demografen willen graag dat de staat etnisch-raciale statistieken bijhoudt, maar die noteert alleen de geboorteplaats. In 2006, tijdens de grote rellen in de stedelijke banlieues, ontkende de regering dat er sprake is van racisme. Ze doen er een deksel op, maar er vinden regelmatig explosies plaats.

Frankrijk heeft er nog steeds moeite mee racisme te erkennen.

„Zwarten in Frankrijk zijn sterk verdeeld. Een groot deel komt van Guadeloupe en Martinique, en die eilanden horen bij Frankrijk. Zij omhelzen de republikeinse ideologie en zeggen: wij zijn even Frans als ieder ander, dus laten we het niet hebben over ‘ras’! Toen ik mijn interviews afnam voor Dignity of the Working Men kwamen er snel meer immigranten bij uit West-Afrika en die zijn vaak moslim.

„Dat betekende dat van toen af aan zwarten sterker werden gestigmatiseerd, vanwege polygamie, vrouwenbesnijdenis enzovoort. Zij werden beschouwd als primitieven, anders dan de mensen uit de overzeese gebieden. Sociale bewegingen van zwarten in Frankrijk zijn dan ook verdeeld.

„Sommige mensen zeggen: dit is een racistisch land, we hebben een Black Power-beweging nodig in Frankrijk. Weer anderen zeggen: wij zijn geassimileerd en zijn net als de gemiddelde Fransman. Het is veel gecompliceerder dan in de VS. Daar heb je alleen tegenstellingen tussen hervormers en voorstanders van het conflictmodel in de strijd tegen racisme.”

En Nederland?

„Ik hoor van mijn Nederlandse collega’s dat de nationale identiteit er hier een is van tolerantie, bijvoorbeeld tegenover LHBTQ’s. Veel van de bezwaren tegen moslims zijn ingegeven door het gevoel dat zij deze tolerante nationale cultuur bedreigen. De homofobie van moslims wordt dan een argument tegen alles wat met moslims te maken heeft en dat gebeurt niet in de VS. Daar bestaan allerlei sentimenten tegen moslims, maar die hangen samen met 9/11 en terrorisme en hebben niks van doen met homorechten. De afgrenzingen tussen groepen kunnen van land tot land enorm verschillen.”

    • Dirk Vlasblom