Column

Hoe neutraal is de politie?

Dit is de week van de neutraliteit van de politie. Die was drie keer onderwerp van discussie. Na het politieoptreden op de A7 naar Dokkum. Na de openbaring van een zwartboek discriminatie bij de politie. En na de uitspraak van het College voor de Rechten van de Mens dat een agente toestond haar uniform te dragen in combinatie met een hoofddoek.

Het belang van de neutraliteit van de politie is niet gelegen in de vraag of zij onpartijdig optreedt, maar in de vraag of iedere burger in vergelijkbare omstandigheden door de politie hetzelfde wordt behandeld. Iedereen moet zich vrij voelen om de politie te benaderen.

Het zwartboek waarin 26 politiemedewerkers getuigen van discriminatie van agenten naar afkomst en achtergrond, is daarom zo’n brisant document. Als politieagenten collega’s al discrimineren – „Wie is die zwarte? Die hoort in het arrestantenhok” – hoe zouden ze dan burgers met een migratieachtergrond wel niet bejegenen? Belangrijk dus dat korpschef Akerboom het zwartboek omarmde en zei: „Goed dat deze collega’s naar voren stappen.”

Niet gek dat de demonstranten die in Dokkum wilden protesteren tegen Zwarte Piet, het gevoel kregen dat de agenten die de blokkade van de demonstranten door Friezen in ogenschouw namen, de kant van de Friezen kozen. De demonstranten wezen op het feit dat agenten een blokkeerder een hand gaven en op het feit dat geen agent naar de demonstranten in de bus was toe gestapt om hen bij te staan.

Oud-burgemeester Job Cohen toonde zondag in Buitenhof begrip voor het eerste: deëscaleren kan een goede tactiek zijn. Maar hij vond wel dat de politie zich onvoldoende rekenschap had gegeven van hoe dat gedrag was overgekomen bij de mensen die netjes toestemming hadden gevraagd te mogen demonstreren. Hij legde daarbij een verband met de gevraagde neutraliteit van de politie.

Ten aanzien van de agente met de hoofddoek voel ik meer reserves. De agente stutte haar eis met deze redenering: „Omdat ik mij inzet voor een samenleving waar niemand verantwoording hoeft af te leggen voor wie hij is.” Ik lees hierin een al te bekende en moderne onwil om haar persoonlijkheid ondergeschikt te maken aan de functie die ze wil bekleden. Ik moest denken aan filmmaker Joey Boink, die betaald werd door GroenLinks en een documentaire maakte over partijleider Jesse Klaver en toen daarover kritische vragen werden gesteld, zei: „Ik weet toch zeker zelf wel dat ik integer ben?”

Mijn reserves gelden niet een politievrouw die een hoofddoek draagt, maar een politievrouw die haar persoonlijke opvattingen zwaarder laat wegen dan haar functie.

Jutta Chorus (j.chorus@nrc.nl) schrijft op deze plek een wisselcolumn met Tom-Jan Meeus.