Hij damde het geweld in Honduras in

Juan Orlando Hernández

Hij paste de grondwet voor zichzelf aan en is omgeven met schandalen. Maar Hondurezen waarderen zijn campagne tegen criminelen.

Juan Orlando Hernández, die goede kans heeft te worden herverkozen als president, tijdens een toespraak in juli. Foto Ricardo Maldonado Rozo/EPA

Honduras is het land waarvoor de term ‘bananenrepubliek’ begin vorige eeuw werd uitgevonden. Een corrupt en politiek instabiel Midden-Amerikaans land, zowel rijk aan grondstoffen als aan staatsgrepen. Die definitie zal Honduras naar verwachting opnieuw eer aandoen. Niet met een coup ditmaal, maar met de verwachte, omstreden herverkiezing van de al even dubieuze Juan Orlando Hernández als president. De sterke man in het straatarme land en een belangrijke bondgenoot van Washington in een uiterst gewelddadige regio.

In 2009 was Honduras voor het laatst toneel van een militaire coup. De toenmalige president Zelaya poogde per referendum de constitutionele ban op een tweede termijn te omzeilen. De Hondurese grondwet verbiedt politici echter zelfs maar te pleiten voor opheffing van dat verbod. Het leger greep in tegen Zelaya, bondgenoot van wijlen de Venezolaanse leider Chávez.

Dat Juan Orlando Hernández (vaak ‘JOH’ genoemd) nog geen decennium later wél op een tweede termijn afstevent (de stembussen sloten toen deze krant ter perse ging), tekent zijn handigheid. De basis voor zijn huidige machtsconsolidatie legde de rechtse politicus al ruim voordat hij in 2014 president werd. Als parlementsvoorzitter liet hij vier rechters bij het Hooggerechtshof ontslaan; hun opvolgers verklaarden vervolgens de herverkiezingsban ongeldig, ondanks fel protest van de oppositie.

Lees ook het bericht: President Honduras claimt herverkiezing

Schandalen deren kiezer amper

Als president bouwde Hernández zijn macht uit. Ook zonder meerderheid voor zijn centrum-rechtse Nationale Partij (PN) drukte hij beleid moeiteloos door. Hij zwengelde de kwakkelende economie aan, schoonde de overheidsfinanciën op, breidelde de pers en botste met rechters.

Hernández en zijn familie kwamen in opspraak. In de VS vastgezette kartelleiders biechtten op dat de president en zijn broer Antonio narcodollars aannamen. Zus Hilda was betrokken bij het doorsluizen van miljoenen uit het nationale ziekenfonds richting partijkopstukken en de campagnekas. Deze plundering verslechterde de gezondheidszorg sterk.

De meeste kiezers deren die schandalen niets. De twee belangrijkste uitdagers van Hernández, de anti-corruptiekandidaat Salvador Nasralla en de liberale hervormer Luis Zelaya, volgden in de peilingen steeds op grote afstand.

Kiezers steunen ‘JOH’ bovenal wegens zijn aanpak van de georganiseerde misdaad. Drugskartels en straatbendes bloeiden op in de chaos na de coup van 2009. Toen Hernández in 2014 aantrad, kende Honduras het hoogste moordcijfer van de wereld. JOH loste zijn campagnebelofte in om het leger af te sturen op de narcos. Hij zuiverde een derde van het politiekorps van corrupte agenten en begon drugsbaronnen uit te leveren aan de VS. Het moordcijfer halveerde, tot 42 moorden per 100.000 inwoners – internationaal gezien overigens nog steeds een uitermate hoog cijfer.

Het geloof in de democratie is laag in Honduras. Veel burgers waarderen Hernández’ autoritaire inborst en harde hand. Dit geldt ook voor de VS. Die vertrouwen graag op hem om de stroom drugs en migranten uit Midden-Amerika in te dammen – al waarschuwde het State Department onlangs dat „nieuwe criminele bazen zijn opgestaan om de leiding van ontmantelde netwerken over te nemen.”

    • Merijn de Waal