‘Het zijn er voor Italië simpelweg te veel’

Opvang asielzoekers

Een gehucht in de Povlakte worstelt met de opvang van 1.500 migranten, die in tenten de uitslag van hun asielaanvraag afwachten.

Asielzoekers in het opvangcentra bij Conetta.

Op de piazza van Conetta, een gehucht in een vergeten hoek van de Povlakte, gebeurt vele minuten lang helemaal niets, ook al is het rond twaalf uur ’s middags. Twee politieagenten zitten verveeld in een wagen. Hun aanwezigheid lijkt vooral bedoeld om het handjevol inwoners te bezweren dat ze niet helemaal vergeten zijn.

Dat gevoel hebben ze wel. Tussen twee bomen hangt een spandoek: „We hebben jullie hulp nodig, maar jullie kijken de andere kant op.” Op een ander spandoek, tussen een lantaarnpaal en een schriel boompje, staat het probleem kernachtig samengevat: „Conetta, 190 inwoners, 1.500 vluchtelingen.”

Dit gehucht is de afgelopen maanden in het nieuws geweest als een van de plaatsen waar het Italiaanse asielzoekersdrama zich afspeelt: tienduizenden mensen die op volgepakte boten vanuit Libië naar Europa zijn vertrokken en nu in geïmproviseerde opvangcentra wachten op de uitkomst van een in veel gevallen kansloze asielaanvraag. Boze bewoners riepen dat je zo’n kleine gemeenschap hier niet mee kunt opzadelen. Boze asielzoekers blokkeerden wegen uit protest tegen het feit dat ze maandenlang in de middle of nowhere vastzitten.

„We leven nu al tweeënhalf jaar in deze situatie”, vertelt Mauro Polo, een landarbeider die heel zijn leven hier heeft gewoond en gewerkt. „Ons leven staat op zijn kop. We zijn een kleine gemeenschap, waarin iedereen van deur tot deur elkaar kent. Vroeger lieten we de deuren en ramen open. Onze kinderen gingen in en uit bij elkaar. Dat durven we nu niet meer.” Niet dat er concrete incidenten zijn geweest. „Maar zij zijn met veel meer. De angst blijft.”

Inwoners van Conetta protesteren dat er in verhouding veel te veel asielzoekers in hun gehucht zijn: 1500 asielzoekers op 190 inwoners.

Foto Marc Leijendekker

‘Een hond zou hier niet willen slapen’

Net buiten het plukje huizen, tussen omgeploegde velden waar de mais, tarwe, bieten en aardappels al zijn geoogst, ligt een voormalige kazerne, inderhaast omgebouwd tot een opvangcentrum. Er staan een paar gebouwtjes en een stuk of tien grote witte tenten. Het terrein wordt afgesloten door een muur met prikkeldraad, een bewaker voorkomt dat nieuwsgierigen naar binnen lopen – wie eruit wil, gaat eruit, maar in Conetta is niets te zoeken, geen bar, geen winkel, en Agna, waar wat meer te beleven is, ligt op ruim een half uur lopen.

„Een hond zou hier nog niet willen slapen”, zegt een Nigeriaan die net uit het kamp komt, maar bang is dat hij nog langer op zijn asielaanvraag moet wachten als hij met zijn naam in de krant komt – zijn gegevens zijn bij de redactie bekend. „We krijgen alleen maar rijst en spaghetti. We willen hier weg, maar je krijgt steeds een negativo” – het bericht dat er nog geen antwoord is op de asielaanvraag. Hij vertelt dat hij met een groep van twintig vrienden naar Italië wist te komen, en dat sommigen weg zijn gelopen, de illegaliteit in, omdat ze het niet meer uithielden tussen de verlaten, nat-koude vlaktes.

Lees ook het interview met de Griekse ombudsman Andreas Pottakis: ‘Athene wil afschrikken’

Stilzwijgende deal

In het parkje van Agna, vlak bij Conetta, is een bordje neergezet tegen wildplassende asielzoekers.

Foto Marc Leijendekker

De problemen in Conetta illustreren de manier waarop Italië met kunst- en vliegwerk probeert de mensen op te vangen die de afgelopen jaren zijn gekomen in de hoop op asiel of werk in de EU. In eerdere jaren konden veel mensen die per boot naar Italië kwamen, doorreizen doordat de autoriteiten de andere kant op keken. Sinds 2014 stelt Italië zich strenger op.

„Het was een stilzwijgende deal”, zegt Alberto Panfilio, de burgemeester van Cona, waaronder het gehucht Conetta valt. Hij zegt wat veel Italianen denken: toenmalig premier Renzi beloofde Brussel beter te controleren in ruil voor flexibiliteit in de begroting. Het gevolg was dat in recordtijd de opvangcentra begonnen uit te puilen – er zitten nu ruim 200.000 mensen in. Door de problemen bij de opvang en door de enorme aantallen begonnen steeds meer politici zich te profileren als tegenstander van illegale migranten.

„De politiek kon geen oplossing vinden en schoof het probleem door naar de prefecten”, de vertegenwoordigers van de regering in de regio, zegt Panfilio. Hij heeft harde kritiek op de regering en vindt het „een beschaafd land onwaardig” dat duizenden mensen maandenlang in tenten worden ondergebracht. Voor zijn gevoel is ervoor gekozen in Conetta een opvangcentrum in te richten, omdat het gehucht niet het vermogen heeft een vuist te maken – Mauro Polo zegt het hem na. Panfilio zegt in grove termen dat collega-burgemeesters de andere kant op kijken als hij om steun vraagt.

‘Zwemmen verboden’ stond eerst in twee talen bij het ondiepe fonteintje van Agna, waar veel asielzoekers komen winkelen. Nu staat het ook in het Arabisch.

Foto Marc Leijendekker

Het is niet alleen onrechtvaardig Conetta hiermee op te zadelen, het is ook onzinnig, zegt hij. De meeste mensen in het opvangkamp komen uit Afrikaanse landen die niet als onveilig te boek staan en moeten dan volgens de regels terug. „Mensen twee jaar een bord soep geven en dan terug sturen is verspild geld”, zegt Panfilio. „Er zou een taskforce moeten komen om de aanvragen veel sneller te behandelen.”

Hij distantieert zich nadrukkelijk van de ‘jacht op de zwarte’ waaraan politici van andere partijen, de Lega Nord voorop, zich schuldig maken. Dat „is een teken van culturele achteruitgang, en als dat gebeurt, krijg je onvermijdelijk ook economische achteruitgang. Het is niet hun schuld dat ze hier terecht zijn gekomen”, zegt hij. „Maar het zijn er simpelweg te veel.”

    • Marc Leijendekker