Column

Het verdonutten van de economie

Zap Ongebreidelde economische groei bedreigt de samenleving en de planeet, stelt de Britse econome Kate Raworth in Tegenlicht (VPRO). Ze bedacht een nieuw economisch model: de donut.

Kate Raworth verklaart haar economische model

„Ik denk,” zei schrijver Gustaaf Peek zondagochtend in VPRO Boeken, „dat we in later tijden met verdriet zullen terugkijken naar wat we allemaal aan de markt hebben overgelaten: klimaat, zorg, de productie van medicijnen.” Peek was te gast wegens zijn pamflet Verzet! Pleidooi voor communisme. Het kapitalisme is een ‘hongerig systeem’ volgens de schrijver (bekend van Godin, held) dat volgens hem benaderd moet worden met een „constructief nee”. Nu ben ik te veel historicus om warm te lopen voor een ‘communistisch’ alternatief, maar een gedachte-experiment is altijd de moeite waard.

Gedachte-experimenten spelen geen grote rol op televisie; het is eerder het medium van de gevoels-experimenten. Een uitzondering waar wel veel en vaak ruimte is voor afwijkende gedachten en de daaruit voortvloeiende verkenningen is Tegenlicht (VPRO). Dat portretteerde zondagavond de Britse econome Kate Raworth, die in haar kapitalismekritiek het gedachte-experiment al ver voorbij is.

Raworth ageert tegen de centrale gedachte van de overgrote meerderheid van economen en politici, die stelt dat de economie altijd moet groeien. Dat zadelt ons op met enorme ongelijkheid en bedreigt de planeet. Pogingen om tot ‘inclusieve’, ‘groene’ groei te komen zullen nooit voldoende zijn, zegt ze. Dus stelt Raworth een heel nieuw economisch model voor: de donut. Ik had iets minder zoet en minder kleverige metafoor gekozen, maar goed.

We moeten de donut als volgt zien. In het gat middenin de donut bevinden zich basisvoorzieningen als onderwijs, banen, gelijkwaardigheid. Om de donut heen zitten de grenzen die de planeet stelt aan de groei, zoals het afvalprobleem, gaten in de ozonlaag, biodiversiteit. Het baksel zelf is de economische ontwikkeling. Die kan wel groeien of krimpen, maar zonder de rechten aan de binnenkant te verdrukken en zonder aan de buitenkant het ‘environmental ceiling’ te bereiken.

Een mooi beeld, maar hoe bakken we die donut? Tegenlicht liet projecten zien die een begin kunnen vormen, deels uit eigen eerdere uitzendingen. Bijvoorbeeld over het hergebruik van spijkerbroeken of het herwinnen van edelmetalen uit oude mobiele telefoons. ‘Circulair’, zoals het inmiddels heet, is allang voorbij het stadium van de bak met herbruikbare (altijd wat smoezelige) plastic tasjes bij de kassa van de biologische winkel. Inmiddels lopen er in alle sectoren initiatieven.

Die kleinschaligheid is voor Raworth echter een probleem. Op een fragment over Bas van Abel, de Nederlander die de eerste ‘eerlijke’ telefoon, de Fairphone, ontwikkelde, reageerde ze door de twee uiteinden van een stuk tuinslang met elkaar te verbinden. Een mooi rondje. Dat is wat Van Abel doet: een telefoonkringloopje maken. Zo kunnen er talloze worden geschapen. Maar een systeem van allemaal tuinslangcirkels zou door de natuur wat meewarig worden bekeken, denkt de econome. We hebben iets groters nodig, zei Raworth. Waarop ze een kolossaal model van gekleurde stokjes en bolletjes boven haar hoofd uit tilde: een nieuw ecologisch ecosysteem.

Indrukwekkend, maar de vraag naar de implementatie (hoe verdonutten wij onze economie) is daarmee nog niet beantwoord. Behalve in een nieuwe economische wetenschap zit die ook in meer regulering. De staat in het westen lijdt aan zelfhaat en moet daarvan af. Er moeten maatregelen worden genomen. Het voorbeeld van die regulering is China. Het is vast niet wat Kate Raworth en Gustaaf Peek precies bedoelen, maar ik had aan het eind van de zondag toch het idee dat er tenminste één cirkel rond was.

Correctie 27/11: In een eerdere versie van dit werd het boek van Gustaaf Peek ‘Godin, jacht’ genoemd. Het moet ‘Godin, held’ zijn. Dit is inmiddels aangepast.