Durft het IOC Rusland te weren?

Doping

Volgende week valt een besluit over deelname van de Russen aan de Winterspelen.

Aleksandr Roemjantsev. Schaatsen.

Je zult maar Thomas Bach heten en het oordeel over Russische deelname aan de Olympische Winterspelen in Pyeongchang moeten uitspreken. In de ogen van de voorzitter van het Internationaal Olympisch Comité (IOC) een duivels dilemma. Maar in de perceptie van Craig Reedie en Dick Pound, achtereenvolgens voorzitter en ideoloog van het wereldantidopingagentschap WADA, een uitgemaakte zaak: Rusland moet bloeden, hoe dan ook. Pound waarschuwde Bach zondag in Eindhoven op voorhand „geen rommeltje van het besluit rond Rusland en ‘Pyeongchang’ te maken”.

Bach kon zich niet verweren, omdat hij ontbrak in het Van der Valk Hotel tijdens de conferentie van het Deense Play The Game, een organisatie die ethiek, democratie, transparantie en vrijheid van meningsuiting in de sport wil bevorderen. Reedie en Pound waren in Eindhoven onmiskenbaar uit op beïnvloeding van het IOC, dat op 5 december besluit welke maatregelen tegen de met doping sjoemelende Russen worden genomen. De verwachting is dat het IOC aanstuurt op een boycot van het land Rusland, maar aantoonbaar schone Russische sporters onder neutrale vlag aan de Winterspelen wil laten deelnemen. In de ogen van WADA gaat zo’n maatregel niet ver genoeg. Pound: „Guatemala zou in een vergelijkbare situatie volledig van de Spelen geweerd worden.”

Pound, het langst zittende IOC-lid en eerste voorzitter van WADA, waarin hij nog steeds een bestuurlijke, invloedrijke rol vervult, staat bekend als iemand die zich moeilijk de mond laat snoeren. Hij geldt binnen WADA als een hardliner die op de achtergrond voornamelijk de koers bepaalt. De Russische affaire kan zijns inziens maar tot één maatregel leiden: Rusland uitsluiten van de Winterspelen. Er mag geen Russische vlag in Pyeongchang wapperen, zoals op de Zomerspelen van 2016 in Rio de Janeiro wel is gebeurd. Destijds durfde het IOC niet door te pakken met een volledige uitsluiting van de Russen. Maar nu is er volgens Pound een zee aan bewijzen om de fout van Rio de Janeiro te herstellen.

Op z’n knieën bedanken

Het voornaamste verschil na anderhalf jaar is volgens WADA dat de Canadese onderzoeker Richard McLaren in een rapport onomstotelijk heeft bewezen dat er in Rusland sprake was van een staatsgestuurd dopingnetwerk. Daarmee had hij die onthulling van klokkenluider Grigori Rodtsjenkov, de naar de VS gevluchte directeur van het dopinglaboratorium in Moskou, in Amerikaanse media officieel bevestigd. „Bach zou McLaren op z’n knieën moeten bedanken voor zo veel bewijzen”, provoceerde Pound in Eindhoven.

Maar binnen het IOC is McLarens rapportage niet heilig verklaard. Daar vindt men zijn bewijzen ondermaats. Om die reden hebben Bach en de zijnen twee commissies ingesteld: één onder leiding van het Zwitserse IOC-lid Dennis Oswald om forensisch onderzoek te doen naar de nog beschikbare dopingmonsters van Russische deelnemers aan de Sotsji-Winterspelen en één onder leiding van de voormalige Zwitserse president Samuel Schmid om de beschuldiging van overheidsbemoeienis bij het Russische dopingprogramma voor Sotsji te verifiëren.

Oswald heeft via hernieuwde testen al veertien Russische wintersporters vanwege doping in Sotsji ontmaskerd. Van Schmid is nog niets vernomen. „Ik geloof ook niet dat hij ooit de informatie krijgt, dat de Russische regering en de geheime dienst FSB bij het dopingschandaal in Sotsji waren betrokken”, sneert Pound. Met andere woorden: Schmid krijgt niet gedaan wat McLaren wel is gelukt.

WADA weigert Rusland te rehabiliteren ook al heeft het land aan vrijwel alle voorwaarden tot verbetering van het dopingprogramma voldaan. Er blijven echter twee kwesties onopgelost. WADA eist toegang tot het Moskouse dopinglaboratorium, wat steevast wordt afgewezen. En het verlangt dat Rusland officieel erkent dat er sprake is geweest van geïnstitutionaliseerde manipulatie door doping. Ook voor die vordering zijn de Russen doof.

Volgens de Schotse WADA-voorzitter Reedie, doorgaans minder uitgesproken dan Pound, had het probleem met de Russen opgelost kunnen zijn als president Vladimir Poetin zich inschikkelijker had opgesteld. Reedie: „Als hij had gezegd: oké, mijn regering was bij het dopingschandaal betrokken, onze excuses, daarvoor, we gaan met een schone lei verder, dan zou er een hernieuwde basis voor samenwerking zijn geweest.”

En Bach? Die houdt vooralsnog wijselijk zijn mond. Die beseft dat de zonden van Sotsji niet onbestraft kunnen blijven.

Maar hoe voorkom je een conflict met een van de drie machtigste sportlanden ter wereld en zijn machtige president? Inderdaad, voor het IOC een duivels dilemma.