De vette Ierse eend is nu al de dupe van Brexit

Ierland en Brexit

De Ieren vrezen dat de Brexit leidt tot herinvoering van de grenscontroles tussen Ierland en Noord-Ierland. ‘Wij willen nooit meer grenzen bouwen, alleen maar bruggen.’

Soften the border: werk van kunstenares Rita Duffy tussen Belcoo (N-Ierland) en Blacklion (Ierland). Foto Niall Carson / HH

„Daar gaan we: de onzichtbare grens over!”, kirt een Ierse diplomaat. Inderdaad, de bus vol buitenlandse journalisten en ambtenaren steekt in volle vaart bij Killeen over van Noord-Ierland naar de Ierse Republiek.

Met foto’s van bewapende Britse commando’s en bepantserde grensposten is ons ingepeperd hoe anders dat twintig jaar geleden was. Tot de oprichting van de Europese interne markt stonden aan weerszijden douaneposten. Tijdens de Troubles stonden er militaire checkpoints. De diplomaat: „Alle infrastructuur is afgebroken”. Met een noodzaak terug te keren naar toezicht hield niemand rekening. Tot Brexit.

Op 4 december buigen EU-leiders zich over de vraag: zijn de Brexitonderhandelingen ver genoeg gevorderd om de gesprekken over de toekomstige handelsrelatie te starten? De Ieren vinden van niet. Eerst moeten de Britten aangeven hoe zij denken de Noord-Ierse grens te houden zoals die is. Iedere andere uitkomst vindt Dublin ongewenst.

De belangrijkste Ierse boodschap: zoals altijd in Ulster liggen de zaken gevoelig en ingewikkeld. Na Brexit markeert een 499-kilometer lange lijn hier de grens tussen de Europese Unie en de buitenwacht. De geharmoniseerde regels van de interne markt houden er op te gelden. De tariefvrije handel stokt er, aangezien Theresa May uit de douane-unie wil. Grenscontrole is dan nodig om te voorkomen dat de achterdeur naar de EU openstaat.

Lees ook het interview met de Ierse minister van Buitenlandse Zaken Simon Coveney: ‘Wij willen duidelijkheid van de Britten over onze grens met Noord-Ierland’

De praktische oplossing, Noord-Ierland als onderdeel van de Europese douane-unie, is onbespreekbaar voor Britse Conservatieven en vooral de Noord-Ierse unionisten, die in Londen gedoogsteun verleren aan de minderheidsregering van Theresa May. Zij vrezen dat Noord-Ierland dan afdrijft van het Verenigd Koninkrijk.

DUP-leider Arlene Foster dreigt de gedoogsteun in te trekken als May toegeeft aan Ierse wensen. Zo kort voor de EU-top moet May een vastgesnoerde dubbele knoop zien los te pulken: óf ze riskeert de macht te verliezen in Londen, óf ze stuit op een Ierse blokkade in Brussel.

Grenseconomie op het spel

De eerste stop op onze tour is het Ierse grensdorpje Emyvale. Hier staat het hoofdkantoor van Silver Hill Farm, een miljoenenbedrijf. Topman Micheál Briody is net terug uit Singapore. „Eend verkopen in Azië is als sneeuw slijten aan eskimo’s, maar onze eend is vetter en uitstekend geschikt voor roosteren op zijn Chinees”, zegt hij.

De Ierse diplomaten willen hier duidelijk maken dat er nu al onrust heerst. De vettige Silver Hill-eenden zijn het eindresultaat van een internationaal proces dat zich afspeelt in een tiental kilometers rond Emyvale. De genetica-afdeling (Ierland) heeft het eendenras geperfectioneerd. Moedereenden leggen eieren op de boerderijen (Noord-Ierland). Die gaan 28 dagen lang naar de broedkasten (Ierland). De kuikentjes reizen naar eendenhouderijen (beide kanten) om groot te worden. Na 42 dagen worden de eenden (Ierland) geslacht, tachtigduizend per week. Daarvan wordt bijna de helft verscheept naar de restaurants van Britse Chinatowns, vooral Londen.

Lees ook: Ieren willen zachte grens met Noord-Ierland houden

Briody gaat nu geen overeenkomsten meer aan met eendenhouderijen in Noord-Ierland. „Een grens betekent een logistieke hobbel”, zegt hij. Als de Britten en de EU niet tot een akkoord komen „geldt een invoertarief van 33 procent”.

Londen accepteert dat economische problemen goed geregeld moeten worden, echter niet nu. De Britse droom is via een omvangrijk handelsverdrag ‘frictieloze en tariefvrij’ zaken te doen met de EU. In zo’n geval zouden ‘slimme’ oplossingen’ volstaan, camera’s die nummerborden scannen van vervoerders die zich digitaal hebben geregistreerd. Britse onderhandelaars vinden daarom dat een akkoord over de grens thuishoort in de tweede fase van de Brexitgesprekken, als de handelsrelatie ter sprake komt.

Te weinig concreet, vinden de Ieren. „Wij kunnen de Britten niet zo maar op hun woord geloven”, zegt Simon Coveney, de Ierse minister van Buitenlandse Zaken, in het Noordierse Belfast. Er schuilt een boodschap in het feit dat hij juist daar het gezelschap treft. Staatkundig is Noord-Ierland onderdeel van het Verenigd Koninkrijk. Stabiliteit en vrede zijn het gevolg van een zorgvuldig evenwicht van zowel Ierse als Britse aanwezigheid. Dat geldt des te meer nu er door groeiend wantrouwen tussen de DUP en het nationalistische Sinn Fein al maanden geen deelregering in Belfast is.

Lees ook: Wordt de brug in Belleek straks een harde Europese buitengrens?

Noord-Ierse nationalisten krijgen het gevoel dat ze in de verdrukking raken, aangezien de DUP als gedoogpartner invloedrijk is. Ze denken de steun van Dublin extra nodig te hebben. Coveney. „Brexit kan een delicate situatie destabiliseren. Wij willen nooit meer grenzen bouwen op dit eiland, alleen maar bruggen.”

Britse onderhandelaars zijn geïrriteerd dat de Ieren de gevoelige situatie in Noord-Ierland gebruiken om Brexit te ondermijnen. Uit prognoses blijkt dat Ierland van alle EU-landen de meeste schade oploopt.

Om te onderstrepen dat het de Ieren niet louter gaat om economische belangen, voert de reis langs het North West Cancer Centre, aan de rand van Derry. Het wordt gefinancierd met Brits en Iers geld en is bedoeld voor zowel Britten als Ieren. „Er zijn EU regels die het mogelijk maken in een andere lidstaat medicijnen op te halen. Na Brexit vallen die regels weg, terwijl een derde van onze patiënten in rurale gebieden in Ierland woont”, zegt een oncoloog. Het dichtstbijzijnde gespecialiseerde ziekenhuis in Ierland is in Dublin of Galway, drie tot vijf uur rijden.

Nooit meer isolement

In Derry verbindt de Peace Bridge het rijkere en van oudsher protestante Waterside met het armere en overwegend katholieke Bogside, de wijk van Bloody Sunday, in 1972, toen Britse soldaten veertien ongewapende demonstranten doodschoten. „De kogel trof mijn broer, Kevin McElhinney, onder zijn billen en kwam bij zijn zijde naar buiten. Het staat vast dat hij kruipend over de grond weg probeerde te komen”, zegt Jean Hagerty in de expositieruimte van het Museum of Free Derry, waar zij werkt. „Hij was zeventien.”

De dood van haar broer en de strijd om gerechtigheid zijn haar leven gaan beheersen. De strijd voor gerechtigheid duurt voort, nog steeds zijn de werkloosheid en sociale deprivatie hoog in Noord-Ierland, zegt ze. „Maar het verdwijnen van de grenzen haalde ons uit ons isolement. Dat mag nooit verloren gaan.”

Denis Bradley, een oud-priester die een tijd bemiddelde tussen de IRA en de autoriteiten, wijst op de kaart van Noord-Ierland. „Het grensgebied is groen”, zegt hij: er wonen voornamelijk katholieken die zich met Ierland identificeren. Een ‘slimme’ grens zal niet werken, denkt hij. „Het gaat om de symboliek van controle en het markeren van een verschil dat wij niet voelen.” De camera’s zijn binnen tien minuten gesloopt, waarschuwt hij. Drones worden uit de lucht geschoten. „Dan moet de politie er aan te pas komen, en dan heb je, net zoals in de jaren zestig, de poppen aan het dansen.”

De spanningen in Derry lopen op. De restanten van nationalistische paramilitaire organisaties roeren zich. Het aantal schiet- en knokpartijen lijkt toe te nemen, zegt Jim Roddy, een gemeenschapsleider in Derry. Jeugdwerker Emma Johnston zegt: „In geval van twijfel, van grote onzekerheid, vallen ook jongeren hier terug op wat ze kennen en vertrouwen. Hier is dat je geloof, je sektarische identiteit — nationalist of unionist, katholiek of protestant.”

    • Melle Garschagen