Column

De bombast van Baudet

‘Mooi nieuws uit Leeuwarden”, hoorde ik mijn vrouw verheugd zeggen. Ik keek ervan op, want over Leeuwarden hoor ik haar zelden, of er nou mooi of lelijk nieuws vandaan komt. „Hoezo?” vroeg ik daarom.

„Het Lutz-effect!” riep ze.

„Praat me even bij”, reageerde ik wat narrig.

„De PvdA is daar bij herindelingsverkiezingen dankzij Lutz Jacobi opnieuw veruit de grootste partij geworden.”

„O, dat”, zei ik afwezig, „maar zegt het ook landelijk wat?”

„Zou heel goed kunnen”, knikte ze. „Er is weer nieuw elan in de partij. Asscher doet het goed in Den Haag, en ook in Amsterdam trekt de PvdA stevig aan de bel door om een verbod van Airbnb te vragen.”

„Wat juridisch niet goed mogelijk lijkt”, zei ik zo terloops mogelijk.

„Jij bent weer veel te somber”, zei ze.

„Sorry, de snelle opmars van Thierry Baudet en zijn Forum voor Democratie vind ik voorlopig voor Nederland relevanter.”

Even later keken we samen naar Nieuwsuur, dat flitsen toonde van Baudets optreden op het partijcongres van zaterdag in de RAI. Onze democratie bleek nog steeds in levensgevaar te verkeren, zoals Baudet al eerder had geconstateerd.

„Als we de huidige trends laten voortduren, dan zijn we over vijftien, twintig jaar, misschien al eerder, dit land echt kwijt […] We zien een land dat niet is en kan en mag zijn hoe het eigenlijk zou willen zijn […] een land dat gegijzeld wordt door een politieke, journalistieke en culturele kongsie […]. Wij bevinden ons in een duizelingwekkend destructieproces, Troje brandt […] en wij komen hier in Amsterdam bijeen om de stad opnieuw te stichten […]. Onze vloot gaat de beschaving doen herrijzen, daarom noemen we ons de renaissancepartij […]. Gaat het ons lukken om ander water door onze institutionele rivieren te laten stromen, om net als Parcival het land weer vruchtbaar te maken… gaat het ons weer lukken?” En de zaal als uit één mond: „Ja!”

Ik moest even slikken van verbazing. Hoe kon Baudet gegijzeld worden door een journalistieke kongsie als hij tegelijkertijd in staat gesteld werd de afgelopen dagen paginagrote interviews te geven aan Trouw en NRC? Wat waren dat voor slappe gijzelnemers? Geen wonder dat we op die manier ons land kwijtraakten.

„Wat een pathetische ijdeltuit”, zei mijn vrouw uit de grond van haar hart toen kapitein Baudet van zijn renaissanceschip was gestapt.

„Wen er maar vast aan”, waarschuwde ik, „want met dit soort gezwollen vaagtaal kun je in Nederland als politicus ver komen. Het begon met Fortuyn, daarna kregen we Verdonk en Wilders, vervolgens die twee malloten van Denk, en nu weer deze potsierlijke bombast van Baudet – allemaal politieke gelukzoekers en dwaallichten à la Trump die zelf de destructie nastreven waarvoor ze voortdurend waarschuwen.”

„Ach, het heeft ook iets lachwekkends”, zei mijn vrouw.

Ik knikte en herinnerde aan de Leidse professor Paul Cliteur, de godfather van Baudet, die op dat congres een vergiet op zijn hoofd had gezet om zo de hoofddoek bij de politie belachelijk te maken. Satire!

„Cliteur als Arjen Lubach”, constateerde ik.

„Troje brandt!”, riep mijn vrouw.