Recensie

Shani vertrouwt zijn orkest volledig

Klassiek Aanstaande chef-dirigent Lahav Shani onderstreepte in Rotterdam de uitstekende indruk die hij eerder achterliet. De chemie tussen Shani en het orkest is zonneklaar, al waren er ook een paar kanttekeningen.

Het lijkt ongelooflijk, maar het is pas zeventien maanden geleden dat aanstaand chef-dirigent Lahav Shani zijn debuut maakte bij het Rotterdams Philharmonisch. Kort daarna werd hij al benoemd tot opvolger van Yannick Nézet-Séguin. Vanaf volgend seizoen is hij in functie.

Met het Pianoconcert in G van Ravel onderstreepte Shani de uitstekende indruk die hij tot nu toe maakt. Het is lichtvoetige en kleurrijke muziek die vraagt om een strakke hand. Shani bracht de beweeglijkheid met grote precisie tot leven. Hij bewees al eerder een bekwaam begeleider te zijn, die zijn solist de ruimte geeft en zijn musici mooi gedoseerd aanvuurt. Francesco Piemontesi soleerde heerlijk koel en met een fantastische geprononceerde ritmiek. De chemie tussen Shani en het orkest is zonneklaar. Bij de Carnaval-ouverture van Dvorák deed de dirigent soms niks – uit alles sprak wederzijds vertrouwen.

Shani en Piemontesi spelen Ravel.

Bij de Vierde symfonie van Brahms kon je wel een paar kanttekeningen plaatsen. Kleine ongelijkheden vielen op, dialoogjes tussen instrumenten werden niet helemaal scherp gearticuleerd.

Belangrijker was dat hij de valkuil van plechtstatigheid die inherent is aan Brahms Vierde niet steeds wist te omzeilen. Zo deed het openingsdeel nogal zwaar aan en kreeg de aaneenschakeling van climaxen in de finale iets stroperigs. Maar gelukkig was er genoeg om van te genieten: de solo van de nieuwe eerste fluitiste Joséphine Olech in datzelfde slotdeel was schitterend, en het Andante kreeg een soevereine, kalme apotheose.