Opinie

    • Mirjam de Winter

Wereldvreemd

De kersttijd komt eraan, dus allicht dat het daardoor komt dat ik vorige week zo veel reacties kreeg op een verdrietige tweet die ik de wereld instuurde. Of al mijn volgers moeten hebben geweten dat het in de Week van de Kindermishandeling was waarbij ik – overigens geheel onbewust – met mijn Twitterberichtje aanhaakte. Kan ook. In ieder geval: de collectieve verbijstering was immens. Men kon er maar niet over uit dat zoiets nog bestaat in het Nederland van 2017. En: kon er niet onmiddellijk actie voor het jongetje worden ondernomen?

Zelf moest ik eerst en vooral huilen toen mijn tienerzoon vorige week tussen neus en lippen door vertelde dat hij al die boterhammen die ik hem ’s ochtends meegeef naar school niet allemaal zelf opeet, maar deelt met een ander kind. Dat vriendje, zo kreeg ik te horen, komt bijna alle dagen de klas in zonder lunchpakketje, waardoor hij zich gedwongen ziet het een en ander bij elkaar te bedelen.

Dat ik er vol van schoot, wekte op zijn beurt weer medelijden bij mijn puber. Hoe kon ik zo wereldvreemd zijn? Met zijn veertien jaar kent hij wel meer Rotterdamse leeftijdgenootjes die het in hun jonge leven al flink te verduren hebben, bijvoorbeeld doordat ze regelmatig slaag krijgen. En waarom dan gaan lopen snotteren over zoiets onbenulligs als zonder eten naar school moeten? „Dat is niet zielig, that’s life”, zei hij er ook nog achteraan. Hij wou me er serieus mee geruststellen.

Maar ik bleef nog even doorvragen. De moeder van vriendje R. was pas zestien toen hij geboren werd, begreep ik, en voedt zijn jongere broertje en hem in haar eentje op. Dat wil zeggen: als ze er tijd voor heeft, want ze heeft twee banen om dat eenoudergezin te kunnen runnen. Voor de ene job moet ze ’s ochtends al om half zes de deur uit. In de andere werkt ze tot laat in de avonduren en moet zoontje R. tussentijds op zijn broertje passen.

„Daarom kan hij er nooit bij zijn wanneer we met vrienden wat leuks gaan doen”, legt mijn zoon uit. „En hem bellen of online met ‘m gamen kan ook niet. Hij heeft geen telefoon of computer.” Dat laatste verklaart voor mij dan ook ineens waarom R. al zo vaak voor niks aan onze deur heeft gestaan. Zonder telefoon besta je als puber ongetwijfeld maar amper.

Lezers van mijn tweet dragen oplossingen aan. De Kinderbescherming bellen. Met moeder gaan praten. De school informeren. Die laatste heeft mijn ontboezeming op Twitter al voorbij zien komen en belooft maatregelen. Of ik de naam van de betreffende jongen zodoende maar wil noemen; kan de ‘zorgmedewerker’ ermee aan de slag. Ik heb het – voor die moeder – nog niet over mijn hart kunnen verkrijgen. Ik hou het vooralsnog op vier sneeën extra in de broodtrommel van mijn zoon. En hoop dat ik er echt nog even mee wegkom, met dit incomplete kerstverhaal.

(@mirjamdewinter) is freelance journalist en stadsgids in Rotterdam.
    • Mirjam de Winter