Morele masturbatie

De moraal won het deze week van de mores: de 24-jarige student van het Groningse dispuut Vindicat die tijdens een introductieperiode op het hoofd van een aspirant-lid ging staan, werd veroordeeld tot een flinke taakstraf en een maand voorwaardelijk. De rechtbank: „Verdachte heeft het slachtoffer niet alleen pijn toegebracht, maar ook vernederd.”

Maar dat was juist de bedoeling! Zijn advocaat, zelf Vindicat-reünist: „Een aspirant moet er wat voor over hebben om lid te worden. Vernedering is onderdeel van de introductietijd. Het is een act, maar een sfeer van intimidatie hoort er nu eenmaal bij.”

In het antwoord van de rechtbank hoor je de verontwaardiging doorklinken: „Met dat laatste [wordt] door de verdediging miskend dat geweld in geen enkele setting door de maatschappij wordt geaccepteerd, zoals ook wel mag blijken uit de commotie die deze zaak in de maatschappij teweeg heeft gebracht.”

Daar moest ik even over nadenken. Dat de maatschappij geweld niet tolereert, oké, maar hoe zit het met vernedering? Waarom werd de veroordeling van een balletje dat te ver ging helemaal voorin het Journaal gezet? Er is ernstiger geweld in de wereld. Waar komt de heftige emotie vandaan?

Even eerlijk zijn: is een deel van dit soort „commotie” niet gewoon verlustiging, het onweerstaanbare plezier te zien dat een kleine smeerlap op zijn nummer wordt gezet, een lesje wordt geleerd, een toontje lager zingt?

Stijn Derksen, oud-rector van Vindicat, vertelde in de Volkskrant op welk moment zijn opvattingen gingen kantelen: „Het begon allemaal met de uitgelekte foto’s van de introductietijd. We schrokken ervan hoeveel boosheid die teweegbrachten. Later kwamen er ook bedreigingen binnen. Er is een keer ’s nachts een poging tot brandstichting gedaan bij een van de Vindicat-huizen. De voordeur stond half in de fik voor de bewoners het doorhadden. Dat was enorm schrikken.”

Moreel besef over intimidatie afdwingen met intimidatie – hoe Nederlands wil je het hebben? Ik zou zeggen dat die brandstichters ook vervolgd moeten worden, maar die hebben het Journaal nooit gehaald. Vindicat heeft de regels braaf aangepast, er mag geen fysiek contact meer zijn tijdens ontgroeningen – al zegt dat natuurlijk niks over het plezier van het geestelijk vernederen.

Dat het incident bij Vindicat mega kon worden geeft te denken. Stijn Derksen: „Blijkbaar hebben we als vereniging een positie in de maatschappij die een bepaalde boosheid of afgunst oproept.”

Tja, hoe zou dat komen? Maar in een samenleving waar afkeurenswaardig persoonlijk gedrag steeds meer wordt uitvergroot als een teken aan de wand voor de hele samenleving, groeit mijn ongemak over het soort „commotie” waar de rechtbank het over heeft.

Zowat iedere kwestie krijgt hier al snel de geur van een afrekening. De belofte is weliswaar steeds dat een incident naar een hoger maatschappelijk plan getild gaat worden, maar meestal gaat het al gauw niet meer over de zaak en alleen nog over de persoon. In sociale media worden mensen uit de meest nobele principes dagelijks gehoond, beschimpt en gekleineerd – omdat ze iets verkeerds gezegd hebben, de verkeerde mening hebben of bij het verkeerde kamp horen. Dat lost helemaal niks op, het is gewoon morele masturbatie, iedere dag opnieuw, lekker maar ook uitputtend. Uit het interview met de oud-rector van Vindicat wordt mij niet duidelijk of de aanpassing van de regels vanuit een innerlijke overtuiging heeft plaatsgevonden of puur uit angst voor het volksgericht.

In het debat over #MeToo kwamen beschouwers die waarschuwden voor heksenjachten en schandpalen hard in botsing met degenen die namen noemden in wat zeker een sociaal probleem is – seksueel wangedrag vanuit een machtspositie. Dat lijkt me een noodzakelijke discussie, juist omdat beide partijen gelijk hebben. Als je persoonlijke beschuldigingen uit om een reële maatschappelijke misstand aan de kaak te stellen, is het goed om jezelf af te vragen hoe ver je kunt gaan. Wanneer worden je eigen motieven bedenkelijk? Wanneer slaat morele ontzetting om in collectieve wraakzucht? Dat is geen slap excuus om bepaalde misstanden dan maar niet te benoemen. Het gaat erom het middel niet besmet te laten worden door de kwaal.

De mens, schreef Sigmund Freud, is geen zachtaardig wezen „dat liefde nodig heeft en zich hoogstens weet te verdedigen als het wordt aangevallen; in zijn driftleven is hij juist begiftigd met een enorme dosis agressie.”

Die agressie in toom houden, daar hebben we de rechtstaat voor. Je bewust zijn van je eigen agressie, dat is beschaving.

Bas Heijne schrijft elke week een column op deze plaats.