Giri’s angstgegner

Toen Michail Botvinnik (1911-1995) na zijn actieve schaakcarrière probeerde een schaakprogramma te maken dat beter kon schaken dan de beste mensen, werd er gedacht dat de strijdvaardige patriarch van het sovjetschaak zijn vijanden de baas wilde zijn door voor eeuwig wereldkampioen te blijven, eerst als speler en daarna met een schaakprogramma dat al zijn opvolgers tot in lengte van dagen kon verslaan. Dat programma, Pionier, werd overigens nooit wat.

Twee jaar geleden zei Magnus Carlsen dat het eerlijker en sportiever zou zijn als het wereldkampioenschap niet meer in een tweekamp zou worden beslist, maar in een groot toernooi volgens het knock-outsysteem. Ik dacht toen dat hij misschien hetzelfde wilde als waar Botvinnik van werd verdacht: de laatste echte wereldkampioen zijn. Als Carlsen zijn zin zou krijgen, zouden al zijn opvolgers tweederangs zijn, winnaars van een loterij.

Wat Carlsen er ook van mag denken, de tweekamp om het wereldkampioenschap is sinds 1886 een heilige traditie. En alle kwalificatietoernooien voor de tweekamp delen een beetje in die heiligheid. Ik ken mensen die hun hotel al hebben geboekt voor maart volgend jaar als in het Kühlhaus in Berlijn het kandidatentoernooi wordt gespeeld. Voor een knock-outtoernooi zoals de World Cup zouden ze dat niet doen.

Wat zou het Grand-Prixtoernooi in Palma de Mallorca waard zijn als het geen stapje was naar het kandidatentoernooi? Er zijn in Palma twee deelnemers, Teimour Radjabov en Maxime Vachier-Lagrave, die nog een kans hebben zich te plaatsen.

Anish Giri doet min of meer mee voor spek en bonen, een bescheiden prijzengeld. Hij liet zien, zoals hij de laatste jaren vaker deed, dat hij behalve een begaafd technicus ook een avontuurlijk schaker kan zijn, maar ook dat hij zijn langjarige angstgegner Levon Aronian nog niet de baas kon.

Levon Aronian-Anish Giri, Palma de Mallorca Grand Prix 2017

1. Pf3 Pf6 2. c4 g6 3. Pc3 d5 4. cxd5 Pxd5 5. d3 Lg7 6. Ld2 0-0 7. g3 c5 8. h4 Deze zet, die Aronian in zulke stellingen graag speelt, stelt zwart voor een moeilijke keus. 8...Pc6 Hij laat wit de h-lijn openen. Niet verkeerd, maar moeilijk hanteerbaar. 9. h5 Pxc3 10. bxc3 c4 11. hxg6 hxg6 12. Da4 Na meteen 12. d4 speelt zwart 12...e5. 12...Pa5 Hij had door moeten zetten met 12...cxd3. Dat lijkt na 13. Dh4 f6 14. Lh6 gevaarlijk voor zwart, maar na 14...Da5 gaat het nog net. 13. d4 b6 14. Lg2 Lb7 15. Dc2 Dd5 16. Ph4 Dd7 17. e4 e5 18. d5 Lc8 19. f4 De7 20. f5 Wit heeft een geweldige aanval gekregen. 20...g5 Als wit zich nu met 21. Pf3 terugtrekt kan zwart zich met 21...f6 voorlopig redden. Maar er is beter. 21. Dd1 Een stukoffer dat zwart aan moet nemen.

Zie diagram

21... gxh4 22. Txh4 Td8 23. Dh5 Kf8 24. Tg4 Beter was 24. Dg4 of 24. Lh6, waarna wit in de aanval wint. 24...Lf6 Dit verliest meteen. Veel beter was 24...Dd6, waarna wit met 25. Txg7+ een hele toren voor zijn aanval moet geven. Na 25...Kxg7 26. Dg5+ Kf8 27. Kf2 Ke8 28. Dg7 moet zwart materiaal teruggeven en wits aanval woedt voort. 25. Lh6+ Ke8 26. Tg8+ Kd7 27. d6 Zwart gaf op. Na 27...Dxd6 28. Td1 of 27...Kxd6 28. Td1+ verliest hij te veel materiaal.

    • Hans Ree