Opinie

    • Lamyae Aharouay

Er zijn mensen voor wie stil zijn heel gewoon is

zoekt de Gewone Nederlander. In het achtste en laatste deel van deze serie ontmoet ze in Leiden een niet zo spraakzame student.

De Gewone Nederlander is wat later, hoor ik hem hijgend aan de andere kant van de telefoon zeggen. We hebben afgesproken in het Juridisch Café in een van de universiteitsgebouwen in Leiden. Ik bestel alvast zijn koffie. Aan tafeltjes zitten studenten gebogen over stapels boeken, of in groepjes te kletsen. Even later staat er een jongen voor me, in pak. Nette schoenen eronder, overjas erboven. In zijn hand een aktetas. Hij komt uit een ander gebouw, waar hij hoorcollege had.

De Gewone Nederlander is niet echt spraakzaam. Er vallen geregeld stiltes van een paar minuten. Dan staart hij even voor zich uit, en ik kijk om me heen terwijl ik uit alle macht een vraag probeer te verzinnen. Wat deed hij voordat hij aan de universiteit begon? „Gymnasium.” Naar welke muziek luistert hij graag? „Van alles.’’ Wat doet hij in zijn vrije tijd? „Met vrienden hangen.’’ Waar gaat zijn hart sneller van kloppen? „Niets speciaals.’’ Stilte. „Ja, het klinkt misschien cliché, maar ik hou van lekker eten.’’ Niet van een specifieke keuken. Houdt hij van reizen? „Dat geeft te veel gedoe, met koffers en vliegvelden en zo.’’ Heeft hij de liefde van zijn leven al ontmoet? „Er broeit iets.’’ Yes, denk ik. Iets om op in te haken. Studeert ze bij hem op de universiteit? „Het is een hij.’’ Nu val ik even stil. Ik vraag of hij het vervelend vindt dat ik er meteen vanuit ga dat het een meisje is. Dat is niet zo.

Weer stilte. In de mail die hij stuurde als reactie op mijn oproep, schreef hij dat hij op sommige gebieden anders is dan anderen. „Het is naar mijn idee ook ‘gewoon’ om niet overal gewoon in te zijn.’’ Wat bedoelt hij daarmee? De Gewone Nederland vertelt over zijn achtergrond. Zijn vader is Nederlands, zijn moeder half Mozambikaans, half Portugees. De familie van zijn moeder woont in Portugal, hij is daar een keer per jaar. De taal spreekt hij niet, zijn moeder fungeert als tolk. En als zij even geen zin heeft, communiceert hij met handen en voeten. Hij voelt zich bovenal Nederlander.

Welke 18-jarige wil er nou notaris worden? Hij wist altijd al dat hij rechten wilde studeren. „Maar ik ben niet zo’n snelle, flitsende jongen.’’ Het notariaat spreekt hem aan, omdat het naast rechters een van de weinige werkgebieden in het recht is waar je onafhankelijk bent. Dat vindt hij belangrijk. Als ik het over politiek wil hebben, is hij ook niet echt uitgesproken. „Ik nuanceer alles.’’ Hij mocht afgelopen verkiezingen voor het eerst stemmen. Op welke partij mag ik niet opschrijven.

Voor zijn studie reist hij dagelijks vanuit Rotterdam, waar hij nog bij zijn ouders woont, naar Leiden. Hij hoeft niet zo nodig te verhuizen. Rotterdam spreekt hem meer aan. Het is open. En, ook belangrijk: „In Leiden hebben ze niet eens een KFC.’’ Ik vraag hem of hij bij een studentenvereniging zit. Maar die gesloten cultuur is niet voor hem weggelegd. „In Rotterdam kun je zo naar elk feestje.’’

Weer die stilte, een lange nu. Ik vraag of hij altijd zo stil en verlegen is. Eindelijk een lach. „Ja eigenlijk wel.’’ Waarom heeft hij zich dan aangemeld? „Weet ik eigenlijk ook niet.’’ Stilte.

Tijd voor zijn werkcollege. Saved by the bell (die nooit ging). Op tafel liggen wettenbundels, arrestenbundels. Het gaat over schuldvormen, over opzet en de gradaties daarvan. En over culpa. Er komen verkeersongelukken en moorden voorbij. De Gewone Nederlander pent driftig mee.

Als we naar de uitgang lopen, vraag ik hoe het nou zit met dat pak. Een jaar geleden, zegt de Gewone Nederlander, sprak hij met een vriend af of om zo lang mogelijk strak in pak naar school te gaan. Dat is zo gebleven. Ze deden in die tijd wel meer geks, die vriend en hij. Ik ben natuurlijk meteen benieuwd wat. „We zijn wel eens in onderbroek door de studieruimte gerend.’’ Zo gingen ze de verveling tegen op school.

Vlak bij de uitgang maken we de foto. De Gewone Nederlander kijkt ernstig. Ik zeg dat hij best mag lachen.

Na alle gesprekken die ik de afgelopen weken voerde met Gewone Nederlanders was ik bijna vergeten dat het ook normaal is om niet altijd uitvoerig overal op in te willen gaan. Er zijn mensen voor wie stil zijn heel gewoon is.

    • Lamyae Aharouay