Opinie

    • Tom-Jan Meeus

Als criminalisering van opponenten de vaste praktijk in Den Haag wordt

Deze week: radicalisering van het land, radicalisering in Den Haag – of toch niet?

Ofwel: als Wilders de premier stelselmatig gaat criminaliseren.

Illustratie: Ruben L. Oppenheimer

De indrukwekkendste politicus van de week was natuurlijk Joris Voorhoeve. Daar zou zo’n Wilders wel iets van kunnen leren.

Het drama in Srebrenica is nu 22 jaar geleden. Voorhoeve, destijds VVD’er, was nog geen jaar minister van Defensie toen Servische troepen onder Nederlandse ogen zevenduizend Bosnische moslims uitmoordden.

In politiek opzicht had hij domme pech: de presentie van Dutchbat in de moslimenclave was een erfenis van zijn voorganger.

Maar altijd als deze genocide in het nieuws terugkeert, is Voorhoeve bereid de uiterst pijnlijke aspecten van de Nederlandse rol toe te lichten. Tegen media, nabestaanden, het algemene publiek. Ook deze week weer, na de veroordeling van generaal Mladic.

Joris Voorhoeve doet dan, in karakteristieke vormelijkheid, wat politici zo vaak claimen maar zo zelden waarmaken: hij draagt verantwoordelijkheid.

Hij draagt het echt, hij draagt het helemaal – voor een drama dat uitliep op een nationaal trauma.

Schitterende politieke correctheid.

Als je nu in Den Haag rondloopt ervaar je iets waarvan je het bestaan bijna vergeten was: een haast onwerkelijke dramaloosheid.

Rutte III is een kabinet dat tot nu toe amper aanstoot geeft. Op vrijdagmorgen voor de ministerraad, half acht, gaan bewindslieden netjes samen sporten op Defensie. Tot nu toe verscheen niet één introductie-interview met grootspraak. Geen gedoe. Kalm aan. Voorzichtig.

De kwestie-Omtzigt – het verlies van zijn MH17-woordvoerderschap – speelt ook een rol. De openhartigheid van Buma, vorige week maandag in het coalitieoverleg, was ontnuchterend voor de hele coalitie: elke betrokkene begrijpt nu helemaal hoe breekbaar deze constellatie is.

Intussen heeft de linkse oppositie zich gegroepeerd, het wachten is op een vervolg, en zie je op de uiterste rechterflank een ander ongebruikelijk verschijnsel: Wilders daalt in de peilingen en moet zwoegen voor aandacht.

Zijn taal heeft steeds meer weg van de binnenplaats van de bajes. Vorige week schetste hij de afschaffing van de dividendbelasting alsof het om zware misdaad ging. „Het lijkt Sicilië wel, de maffia, Palermo aan de zee.”

Begin deze week kondigde hij aangifte aan tegen Rutte – Nederlanders zouden worden gediscrimineerd tegenover asielzoekers. Donderdag typeerde hij de premier als „ordinaire oplichter”.

De baas van de tweede partij van het land criminaliseert zijn voornaamste opponent, ook in de Kamer, en toch krijgt hij niet waar hij op uit is: niemand ontneemt hem het woord, niemand gunt hem de nederlaag die hij zoekt.

De wegkijkers belonen hem met hun vermeende specialisme: wegkijken.

Bij die nepfilibuster inzake de wet-Hillen (‘aflosboete’) draaide het daar dinsdagnacht bij de PVV natuurlijk ook om: hopen op een spreekverbod. PVV-woordvoerder Mulder eiste twintig uur spreektijd. Anders dan zijn college Van Rooijen (50Plus) had hij amper een inhoudelijke bijdrage.

Het nachtelijke geduld van de Kamer was na twee uur op, er volgde een pijnlijke hoofdelijke stemming: terwijl de coalitie-Kamerleden ’s nachts om vier uur paraat waren, lag de complete PVV-fractie op bed.

Intussen werd via Elsevier Weekblad bekend dat de PVV-leider volgend jaar Poetin wil bezoeken. Nog een paradox. Partijsoldaten melden heel andere zorgen: de verkiezingen, ook volgend jaar, voor de gemeenteraden.

Al in 2015, kort na de teleurstellende Statenverkiezingen, maakte Wilders in het AD bekend dat hij in 2018 in Rotterdam zou meedoen. Leefbaar Rotterdam, de partij van Pim, was door een coalitie met D66 „afgedreven naar het midden”.

Maar nadat Thierry Baudet, politiek partner van Leefbaar Rotterdam, begin oktober tegen Powned zei dat Wilders „helemaal geen goede kandidaten kan vinden”, vroeg de rechtse omroep of de PVV-leider in Rotterdam meedoet. In een tussenzinnetje onthulde hij: „Het besluit moet nog vallen.”

Tweeënhalf jaar na de aankondiging van zijn Rotterdamse deelname, vijf maanden vóór de verkiezingen, wist hij dus nog steeds niet of zijn partij in de Maasstad deelneemt.

Een patroon. Vanaf eind 2016 suggereerde de partij zelfs dat ze in alle gemeenten zou meedoen. December vorig jaar meldde Omroep Zeeland: „De PVV wil overal in Zeeland meedoen.” Maart dit jaar schreef BN De Stem dat de partij „in zoveel mogelijk Brabantse gemeenten” zou deelnemen. In april kopte Omroep Flevoland: „PVV zet nog steeds in op alle gemeenten.”

Het werden zestig van de bijna vierhonderd gemeenten, meldde de PVV in april officieel: de tweede partij van het land brengt volgend jaar wel een bezoek aan Moskou, maar zal in ruim driehonderd gemeenten niet in staat zijn haar kiezers te bedienen.

Ontdek de verschillen: een politiek correct type als Voorhoeve aanvaardt 22 jaar na dato nog steeds zijn politieke verantwoordelijkheid. Maar na dertien jaar PVV kan Wilders, ondanks alle beloften, in de meeste gemeenten nog steeds geen kandidaten op de been brengen die zijn kiezers een stem geven.

Dus je vraagt je af: waar kijken we hier nou naar?

Je kunt zeggen dat wij als maatschappij, met Wilders als drijvende kracht en Baudet als versterkende factor, een gestage radicalisering doormaken. Het begon bij verwaarloosde bezwaren tegen immigratie en islam, het heeft zich uitgebreid naar de EU en culturele conflicten, zodat we nu in een verward en verdeeld land leven, dat een uitweg zoekt in verdere radicalisering.

Zo werd Kick Out Zwarte Piet, vorig weekeinde op weg naar Dokkum, donderdag genoemd in het Dreigingsbeeld Terrorisme van Justitie. Diezelfde dag viel in Utrecht een pro-Zwarte Piet-actiegroep een school binnen, tegen kinderen roepend: ‘Ga terug naar je eigen land’.

En die tegenstellingen zullen verder toenemen als het land, zoals ze in de inlichtingenwereld al langer voorspellen, wordt getroffen door een IS-achtige aanslag.

Intussen trekt de economie aan en groeit de steun voor de EU, terwijl de Britten afglijden. Nederland profiteerde deze week met de komst van het Europees Medicijnagentschap naar Amsterdam.

Net als Voorhoeve liet Wouter Bos, die de lobby leidde, zien hoe waardevol het is dat oud-politici verantwoordelijkheid dragen: politiek is nu eenmaal een vak, geen praatjesmakerij.

En oud-staatssecretaris Fred Teeven, niet erg galant behandeld door de VVD-top, gaf zijn partij een godsgeschenk met het nieuws, vrijdag in De Telegraaf, dat hij nu buschauffeur is.

Partijkartel?

Bij alle heftige geluiden vergeten mensen vaak dat in 2002, bij de doorbraak van het populisme, méér mensen op de LPF en Leefbaar Nederland stemden (samen 18,6 procent) dan dit jaar op de PVV en FvD (14,7 procent).

De radicalisering zit kortom niet in Nederland: dit blijft een land van schappelijkheid. De radicalisering zit in het (krimpende) deel op de rechterflank dat de gevestigde orde omver wil werpen.

En sinds 2002 buigt de traditionele politiek met die flank mee, zoals we dat hier doen: uit begrip voor onlustgevoelens maar ook uit eigenbelang – uit nationale consensusdwang. Het verlangen één te blijven.

Er hoort bij dat politici in woord radicaler zijn dan in daad. Er hoort bij dat ze het midden blijven aanbieden aan radicalen.

Het resultaat: schijnradicalisering. Heftige debatten over zoiets als Zwarte Piet, oproepen tot een bestand, etc., en intussen, heel Nederlands, uitkomen op bescheiden veranderingen.

Het interessante van Rutte III is dat het tot nu toe afzijdig van het ogenschijnlijk radicaliserende maatschappelijke debat blijft, en zich zelfs niet verweert tegen de radicaliserende geluiden van Wilders over de premier in de Kamer.

Rutte III buigt voorlopig niet meer mee. Het regeert gewoon, stilletjes, het negeert Wilders, en ziet dat zijn wanhoop groeit: wat kan hij nu nog?

    • Tom-Jan Meeus