Zij neemt zíjn achternaam aan. Vanzelfsprekend

Een huwelijk in 2017

Vlak voordat ze trouwen vertellen Hanneke en Sjon uit Hoorn hoe ze thuis de taken verdelen en hoe ze dat gaan doen als er kinderen komen. Sjon: ‘Als we lekker willen eten, is het beter dat Hanneke kookt.’

Sjon (docent op praktijkschool) en Hanneke (maatschappelijk werkster) Kooy uit Hoorn op hun trouwdag, 10 november. Foto’s Vincent Bierens

Kapsalon Annie in Berkhout, bij Hoorn. Het is donderdagmiddag vijf uur en Sjons vader mag als eerste in de stoel plaatsnemen. „Zelfde als altijd?” vraagt de kapster terwijl ze de kapmantel om zijn schouders legt. Sjon (36) zit op de zwart-witte bank bij de kassa en vertelt over zijn bruiloft morgen. Hoe hij wakker zal worden in zijn oude bed – „vannacht slapen we bij onze ouders” – en met de auto van zijn vader, een goudkleurige Jaguar uit 1963, naar Spanbroek zal rijden om zijn bruid op te halen, Hanneke. Hoe hij oooh zal zeggen bij de first look, want nee, hij heeft de jurk nog niet gezien. Maar hij denkt dat het wel een witte zal zijn, „Hanneke kennende”.

De ceremonie is in de Oosterkerk in Hoorn, een monument uit 1519 en al jaren een geliefde trouwlocatie. Hij zal binnenkomen met de ambtenaar van de burgerlijke stand, gevolgd door de bruidskinderen. En daarna: Hanneke, aan de arm van haar vader. „Tussendoor heb ik een verrassing”, zegt Sjon terwijl hij met een schuin oog naar zijn vader kijkt. Maar die is druk in gesprek met de kapster en hoort hem niet. „Mijn leerlingen gaan een dans uitvoeren die ik met ze heb ingestudeerd.” Hij is docent op een praktijkschool voor moeilijk lerende kinderen. Zijn vak is drama, maar hij geeft ook taal en rekenen.

Hanneke is maatschappelijk werkster; ze hebben beiden een fulltimebaan. En Sjon is ook dj. Ze wonen ruim anderhalf jaar samen, in Hoorn. Hun huis, bij de oude haven, is door hun beider vaders verbouwd. Die zijn timmerman.

Waarom willen ze trouwen? „Omdat ik zeker weet dat ik verder wil met deze meid. Ik denk zelfs aan kinderen. We willen iets moois doen voor onszelf en voor iedereen om ons heen. Die eerste anderhalf jaar hebben we het onwijs goed gehad. Ons huwelijk is de bekroning van een fijne start.”

Hoe hebben ze de taken thuis verdeeld? „Dat is eigenlijk vanzelf gegaan, we hebben er nooit zo over nagedacht. Koken bijvoorbeeld, daar ben ik niet zo goed in. Als we lekker willen eten, is het beter dat Hanneke het doet. Aan de andere kant: zij maakt vier dagen van negen uur, dus is ze vaak later thuis dan ik. En dan denk ik wel: ik begin vast. Zij doet ook de was al. Maar dat is vooral omdat zij daar de controle over wil hebben. Wat ik altijd doe: de vuilniszakken buitenzetten.”

En schoonmaken? Hij lacht. „We hebben een schoonmaakster, een hartstikke goeie lieve vrouw. En de boodschappen laten we thuisbezorgen. Ik merkte dat ik er altijd weer tegenop zag om naar de supermarkt te gaan en toen heb ik gezegd: we hebben samen een goed inkomen, waarom geven we de vervelende dingen niet uit handen?”

Waar ze het al wel over hebben gehad: hoe ze het zullen gaan doen als er kinderen komen. „Hanneke wil dan graag terug naar twee of drie dagen. Bij mij moet er ook misschien een dag af.” Minder dan vier dagen werken wil hij niet. „Met mijn baan, dit type leerlingen, is het het beste als ze zoveel mogelijk hetzelfde gezicht zien.”

Zo deden wij het ook

Zijn vader is klaar, Sjon mag in de stoel. De kapster pakt de tondeuse en begint zijn haar aan de zijkanten op te scheren. Bovenop zijn hoofd heeft hij spikes. „Zoals Sjon het doet met zijn bruiloft”, zegt zijn vader vanaf de zwart-witte bank, „zo hebben mijn vrouw en ik het destijds ook gedaan. Alles erop en eraan. De afgelopen dagen hebben we de foto’s nog eens bekeken. Superleuk.”

Maar verder, zegt hij, is het huwelijk van Hanneke en zijn zoon „hartstikke modern”. Wat bedoelt hij daarmee? „Dat ze gelijkwaardig zijn. Je weet bij hen niet wie de baas is.”

Foto Vincent Bierens

Hoe is dat in zijn eigen huwelijk? „Bij mij is mijn vrouw de baas. Dat komt, zij weet alles en als er dingen moeten gebeuren, zorgt zij dat het voor elkaar komt. Ik ben veel gemakkelijker. Sjon ook, Sjon is ook gemakkelijk. Nu met dat werk op school is hij wel serieuzer geworden. Maar zo was hij vroeger niet, hoor.”

Werkt zijn vrouw? „Jazeker. Ze is verpleegkundige. Twaalf jaar geleden is ze die opleiding gaan doen, samen met onze dochter. Ze kregen op dezelfde dag hun diploma. En nou werken ze allebei met gehandicapten.”

En vroeger, werkte ze toen ook? „Niet toen de kinderen kwamen. Toen bleef ze thuis. Het kon ook moeilijk anders, hè. Ik vertrok ’s morgens om vijf uur en dan was ik om zes uur weer thuis, total loss. En ik deed drie keer in de week jeugdelftallen trainen bij het voetballen. We zijn drie keer verhuisd en elke keer deed ik de verbouwing. Maar evengoed werkte zij vaak op zaterdag en dan paste ik op.”

Wat deed ze toen voor werk? „Administratief. Ze heeft Schoevers gedaan en ze spreekt vier talen. Ze heeft ook haar middenstandsdiploma. Destijds wilde ze al de verpleging in, maar dat wilde haar vader niet hebben. Hij was boer. Met administratief werk, zei hij, kon je veel beter je geld verdienen. En dat was ook zo.”

Iets voor de vrouw

Vrijdagochtend negen uur, de dag van de bruiloft. Bij Hannekes ouders in Spanbroek hangt de vlag aan de gevel, hij wappert in de najaarswind. Van de ballonnen die in de voortuin van hun rijtjeshuis waren opgehangen, zijn er drie losgeraakt. Twee drijven in de sloot, de derde waait over het weiland verderop. Hanneke (30) heeft redelijk goed geslapen, maar ze voelt de spanning wel. „Trouwen en volledig voor elkaar gaan is wel een ding”, zegt ze. „En dan sta je ook nog de hele dag in het middelpunt van de belangstelling.”

De spullen van visagist en kapster Lois staan uitgestald op een klaptafel. Ze spuit lak in Hannekes haar. Die draagt een witte kimono, met op de rug in nepkristallen letters: ‘Bride’. De jurk – „wit, dat wist ik meteen” – hangt in de kamer ernaast. Hannekes vader verschijnt in de deuropening. „Alles goed hier?” Hij kijkt naar buiten en zegt: „Toen wij gingen trouwen, hingen in het hele dorp de vlaggen uit.”

Op hun allereerste date gingen Hanneke en Sjon uit eten, daarna naar het theater. Sjon had het geregeld en hij betaalde ook, net als de dates daarna. Tot Hanneke zich ongemakkelijk ging voelen. „Ik verdien genoeg”, zegt ze nu. „En ik wil niet afhankelijk worden.” Sindsdien delen ze de rekening meestal.

Een jaar na de eerste date begon ze hints te geven dat hij haar nu maar eens moest vragen. Waren ze een weekendje weg, dan zei ze half grappend, half serieus: „Dit zou een mooie plek zijn.” Toen ze op reis waren naar Sri Lanka en de Malediven wisten Hannekes moeder en zus het zeker: nu gaat het gebeuren.

Sjon deed het uiteindelijk op het festival dat hij jaarlijks in Berkhout organiseert, Berkhouse. „Hij had de hele familie gestrikt om te komen.” Hannekes moeder verkocht drankmuntjes en hun vaders stonden bij de nooduitgang. Hij was bij haar ouders geweest om om de hand van hun dochter te vragen.

Hanneke zal na de huwelijksvoltrekking Sjons achternaam aannemen, Kooy. „Dat vind ik vanzelfsprekend. En belangrijk, omdat ik dan dezelfde achternaam heb als mijn kinderen, mochten die er komen.” Ze heeft nog wel tegen Sjon gezegd: je kan ook mijn achternaam aannemen. „Vond hij een goede grap.” Ze had het ook als grap bedóéld, zegt ze.

Beneden loopt het huis langzaam vol met familie en vrienden. Hanneke zit op de rand van de boxspring van haar ouders. Haar schoonzus wordt nu opgemaakt. Het huwelijk is voor Hanneke de „bezegeling” van een relatie. Het geeft „een extra dimensie”, denkt ze. „Zeker in het begin.”

Het feest van Hannekes ouders was heel anders, zegt vader. „Je had een corsage en je ging naar het café. Er waren ongeveer zestig man. Bij Hanneke en Sjon komen er honderdvijftig. Als hijzelf in deze tijd jong was geweest, zou hij niet trouwen. Te veel gedoe. „Het huwelijk is tegenwoordig iets voor de vrouw.” Hij bedoelt: het feest, het spektakel, het in de schijnwerpers staan.

„Ik heb de organisatie van het huwelijk wel iets meer naar me toe getrokken”, zegt Hanneke later. „Sjon is meer van de grote lijnen. Hij wilde bijvoorbeeld per se een lichtgevende dansvloer.” Hanneke heeft bedacht dat er straks in de kerk zakdoekjes op de stoelen liggen met daarop de tekst ‘For your Happy Tears’.

Foto Vincent Bierens

Hannekes ouders woonden twee jaar samen voor ze trouwden. Uitzonderlijk voor die tijd, eind jaren zeventig; de familie was er niet blij mee. De dominee en de pastoor waren ook niet blij. Hannekes vader was katholiek opgevoed en Hannekes moeder gereformeerd. „Maar uiteindelijk zijn ze over hun bezwaren heen gestapt en hebben ze samen de trouwdienst geleid.”

Bolletje kipfilet

Hannekes moeder verschijnt in de deuropening en vraagt of iemand een bolletje kipfilet of ham wil. Zij is al de hele ochtend beneden om de gasten te ontvangen. Ze loopt meteen weer terug.

Is ze na haar huwelijk blijven werken? „Eerst wel”, zegt Hannekes vader. Hij is naast Hanneke op de boxspring gaan zitten. „Ze is gestopt toen ons eerste kind werd geboren.” Maar toen Hanneke, de jongste, naar de kleuterschool ging is ze sociaal-juridische dienstverlening gaan studeren en één dag gaan werken. Hannekes vader, die zelf na de middelbare school de bouw in is gegaan, vindt het „logisch” dat vrouwen nu meer buitenshuis werken dan vroeger. „Bijna iedereen studeert. Daar moet je dan iets mee doen.” Maar moeders die vijf dagen werken, dat wekt bij hem „verbazing” op.

„Gisteravond vroeg mijn vader nog hoe wij dat gaan doen als er kinderen komen”, zegt Hanneke. En? „Ik ga dan in ieder geval minder werken, drie dagen hooguit.” Ze kent geen stellen met kinderen waarbij de vrouw minder voor de kinderen zorgt dan de man. Zo vinden ze het allebei het beste, zegt ze.

Laatst had ze woorden met Sjon over zijn bijbaan als dj. „Ik zei tegen hem: als we kinderen hebben wil ik niet het hele weekend thuis op de bank op je wachten omdat je moet draaien.” Nu gaat ze vaak met hem mee, of ze gaat uit met vriendinnen. „Hij schrok ervan dat ik dat zei. Hij was bang dat ik hem dingen op ging leggen.”

Voor Hanneke is het niet heel moeilijk om eventueel te minderen. Ze identificeert zich niet echt met haar werk. Ze doet het om te leven, zegt ze. Niet andersom. Ja, vroeger had ze grote wensen voor haar toekomst. Ze dacht erover om rechter of advocaat te worden. Uiteindelijk ging ze maatschappelijk werk en dienstverlening studeren. Haar moeder had ook zoiets gedaan. Het werd logisch gevonden. „Sjon heeft zijn droombaan. Daar ben ik weleens jaloers op.” Laatst op vakantie hebben ze het erover gehad waar zíj nou echt gelukkig van zou worden. Nu denkt ze erover om wijnproeverijen te gaan organiseren in hun huis aan de haven.

De fotografen komen binnen. Ze hebben net Sjon vastgelegd terwijl hij zijn pak aantrok. Nu mag Hanneke haar jurk aantrekken. De mooiste foto’s zullen ze straks op de social media zetten. Er komt ook nog een videograaf. Ze hebben hun gasten gevraagd om tijdens het feest zelf géén foto’s en géén bewegend beeld te maken.

„Hanneke en Sjon willen alles onder controle houden”, zegt haar vader.

„Jullie foto’s waren vreselijk”, zegt Hanneke. „In het tuincentrum met een kas op de achtergrond.”

Nog vier bruidsparen vertellen over hun relatie: