Column

Zeg zo min mogelijk ‘nee’

Een tijd geleden heb ik een boekje geschreven. Het heet: Letter to my students or how to become a good scientist (uitgeverij Vesuvius, Amsterdam). Het is een korte, open brief.

Portret Jeroen Geurts
Ik word van tijd tot tijd uitgenodigd om voor een zaal met studenten te komen praten over ‘wat het is om wetenschapper te zijn’ en ik besloot een keer om wat ik daar allemaal zeg uit te schrijven. Het gaat veelal over doorzetten, eigenzinnig zijn, het lot in eigen handen nemen en ‘niet lullen maar poetsen’. Ook adviseer ik mijn lezers om zo min mogelijk ‘nee’ te zeggen. Vraagt je mentor je of je mee wilt kijken achter de microscoop, in het lab, bij een meeting, bij een patiënt, of wat dan ook? Doe het. Wees dankbaar voor die kans om weer een stukje van het veld te zien. Leren ‘nee’ zeggen komt later pas – of niet: persoonlijk vind ik het overrated.

Ik had zelf niet de indruk dat het boekje een enorme bom was. Meer een bevestiging van wat iedereen diep van binnen allang wist. Maar toen ik de drukproeven alvast aan een kleine kring liet lezen, werden sommigen er een beetje akelig van. „Als je zo hard werkt hou je toch geen leven meer over?” zuchtte een van hen. „En ik lees niks over dat je ook kánsen moet krijgen in het leven. Als je de kans niet krijgt om succesvol te worden dan kun je nog zo hard werken, maar dan gebeurt er natuurlijk niets.”

Ik trok een wenkbrauw op. Studenten zijn soms een beetje moedeloos. Ze vragen zich af of ze werk en privé wel goed kunnen combineren, of ze wel de juiste keuzen zullen kunnen maken. En, inderdaad, of ze wel genoeg kansen aangereikt krijgen. Wat moet ik daarop zeggen? Natuurlijk krijg je niet genoeg kansen aangereikt! Die moet je zelf creëren. Je moet je ‘niche’ zoeken en daar iets wat ertoe doet heel goed doen. En natuurlijk is het lastig om keuzes te maken, dus maak ze maar gewoon. Je kunt altijd later nog van koers wisselen. Er is niet zoiets als ‘de juiste keuze’.

Generation Y

Voor mij is het altijd volstrekt helder geweest: als je iets wilt bereiken, dan ga je ervoor. Maar misschien is Generation Y meer op zichzelf gericht, zoals wel eens wordt beweerd? Minder bereid om offers te brengen en om hard te werken voor een onzekere toekomst?

En dat die toekomst onzeker is, dat is zeker. Er zijn verschillende rapporten in omloop, maar ze zeggen allemaal ongeveer hetzelfde: het grootste gedeelte van de jonge wetenschappers zal uiteindelijk de academie moeten verlaten. Er zijn simpelweg niet genoeg posities in de universiteit. Je zult dus, talentvol als je bent, behoorlijk hard moeten lopen als je die academische droombaan wilt bemachtigen. Er is nu eenmaal meer aanbod dan vraag.

Ik bezoek voor werk regelmatig de Verenigde Staten en Canada en daar is die druk heel goed voelbaar bij de jonge onderzoekers. Als ik ze bezig zie, tot laat in de avond, koortsachtig werkend, met weinig begeleiding en voor heel weinig salaris, dan heb ik met ze te doen. Deze ‘postdoc burning’ (de ene na de andere jonge wetenschapper op een project zetten zonder veel aanziens des persoons en met als enige doel het uiteindelijke succes van het project) nemen de wetenschappers daar voor lief, omdat zij zelf ook maar één doel voor ogen hebben: carrière maken in de academie. Ze zijn zich kennelijk veel bewuster van het zwaard boven hun hoofd dan de Nederlandse student. Die laatste wacht rustig totdat hij ‘kansen krijgt’.

Pad naar succes

De optimale werkhouding van onze studenten moet ergens tussen de twee uitersten in liggen lijkt me. Ik hoop van harte dat ze zich nooit laten ‘burnen’, maar nu zijn ze juist vaak te passief. Ze moeten in beweging komen. Hun pad uitstippelen. Regie nemen. En omdat niets mensen zozeer in beweging brengt (lees: irriteert) als een onbeantwoorde vraag, besloot ik mijn Letter open te eindigen, door nog eens extra te benadrukken dat de ideeën die ik naar voren breng in het boekje slechts de ideeën zijn van één man, die ook maar bepaalde keuzes heeft gemaakt. Er zijn geen definitieve adviezen voor een succesvolle carrière in de wetenschap. De lezer moet echt zelf nadenken. Er zijn veel wegen naar Rome. Welke keuzes zou jij maken? Zouden dat andere keuzes zijn dan de mijne? Zo ja, welke, en waarom dan? Wat wordt jouw pad naar succes?

Het boekje is geschreven als een conversation starter. Het is compleet onaf. Het heeft genoeg open einden om je eigen mening te vormen in dialoog bij de koffie-automaat. Misschien schrijf ik nog wel een paar van dat soort boekjes over de komende jaren, over weer andere onderwerpen. Er is nog zo veel meer waar we beter over na moeten denken. Dat zijn we aan onszelf en elkaar verplicht.

Jeroen Geurts is hoogleraar translationele neurowetenschappen aan het VU medisch centrum in Amsterdam.