Column

Vrolijke grimmigheid is het nieuwe normaal

Beeld van de week

Roadblocks zijn inmiddels bijna een vast onderdeel van het straatbeeld. Krampachtig proberen we de gezelligheid te verdedigen.

Foto Jeroen Jumelet/ANP

In de prehistorie had je hunebedden, op Paaseiland richtte men ooit moai op. Ook wij leggen overal loodzware stenen neer. Betonnen roadblocks, platte menhirs: ze markeren de plaatsen waar het druk en gezellig is. Onze Dam, bijvoorbeeld, of de Keulse Dom, de Eiffeltoren, diverse kerstmarkten, feesten, het bloemencorso van Zundert. Of hier, bij de Sinterklaasintocht van Dokkum, waar de antiterreurstenen voor de gelegenheid zijn verpakt in cadeaupapier.

Heel mysterieus lijken onze betonnen kolossen niet. Ze moeten gewoon het kwaad afweren. Ze symboliseren onze angst. Sinds de aanslagen in Nice, Berlijn, Charlottesville – of eigenlijk al sinds onze pionier Karst T. – zijn we bang voor auto’s die op menigten inrijden. En we geloven dat deze stenen daartegen helpen.

Eén zo’n steen weegt 2.000 kilo en kost bij de groothandel maar 100 euro. Daarom zijn ze zo populair: voor een relatief laag bedrag neem je letterlijk een zware maatregel. Gemeenten strooien er mee als met knikkers. Ze ogen tijdelijk als een dranghek, maar zijn onverzettelijk. En zo langzaamaan worden deze angststenen een even permanent onderdeel van het straatbeeld als bankjes en lantarenpalen. Beton, voor als er een fuif is.

Nu zijn veel experts het erover eens dat het effect met name psychologisch is. Dat is geen gering effect, natuurlijk, want het is veel waard als burgers zich veilig voelen. Alleen, de stenen vergroten de angst evengoed. Ze markeren de publieke ruimte als doelwit. Sommige betonbokken hebben weliswaar noppen, als asgrijze reuzenlego, kinderspeelgoed — maar ze blijven zo gezellig als tankversperringen. Dit straatmeubilair geeft wandelpromenades het aanzien van D-Day-stranden.

De loodzware stenen staan uiteindelijk voor een knieval, een teken van zwakte.

En je kunt een stad natuurlijk niet echt dichtkitten. De hulpdiensten moeten er ook nog langs kunnen – zie foto – en liefst snel ook. Dus vormen die stenen vooral een hopelijk afschrikwekkend slalomparcours, om de vaart een beetje uit het kwaad te halen.

Wie kwaad wil, vindt wel een weg. Of kiest een heel andere route.

Placebo-beton

De loodzware stenen staan uiteindelijk voor een knieval, een teken van zwakte: we kunnen het kwaad kennelijk niet bij de wortel aanpakken. We slagen er niet in de engerds op andere gedachten te brengen. We hopen hooguit dat we ze kunnen afremmen als ze eenmaal gas geven.

Die blokken zijn symptoombestrijding, placebo-beton. Beetje zoals op Twitter: je kunt daar iemand blocken, wat echter niet betekent dat die persoon verdwijnt, alleen dat hij uit jouw zicht verdwijnt.

In de gemeente Dongeradeel was dus iemand op het idee gekomen om de stenen in te pakken in cadeaupapier. Een strik erom. Fopcadeaus, om zo in elk geval de kinderogen te sparen. Want zij zijn nog te foppen: ze zullen geloven dat er reusachtige cadeaus op hen liggen te wachten, zo groot, zo zwaar, wat zou er wel niet in zitten.

Een sympathiek idee. Zo zou je ook die zwaar bewapende militairen die nu in Europese steden patrouilleren, kunnen verkleden als clowns met supersoakers. Dat oogt lieflijker. (En eigenlijk deden we zoiets al: denk aan de bewapende Pieten, de incognito beveiligers die er bij voorgaande Sinterklaas-edities rondliepen – vrolijke grimmigheid is het nieuwe normaal.)

Clash

Dokkum, de charmante vestingstad, werd vanwege een kinderfeest extra gefortificeerd; de bestaande bastions en stadswallen boden geen afdoende bescherming. Maar de slag om Dokkum vond uiteindelijk ver buiten de stadspoorten plaats.

Volwassen mannen reden op de snelweg bussen met activisten klem. Een gewelddadige clash, om de onschuld van een kinderfeest te redden. De confrontatie had één belangrijk voordeel, ze schiep helderheid. De ingewikkelde vraag ‘ben je nu voor of tegen Zwarte Piet’ werd nu eenvoudiger geformuleerd: ‘ben je voor of tegen hinderlagen op een snelweg?’

Toch waren er nog heel veel politici, links en rechts, die deze simpele vraag liever vermeden, of iets mompelden over ‘beide kanten’ of ‘kinderfeest’ of ‘niet weer over identiteitspolitiek’.

Block. Vingers in je oor, lalalalala ik hoor niks.

Het gewone leuke gezellige leven heeft al een poosje een grimmige geladenheid gekregen. Dat is vervelend en irritant, maar deze fundamentele kwestie zal niet verdwijnen, zal alleen maar blijven etteren, door te zwijgen.

Die roadblocks in cadeaupapier zijn een visuele metafoor voor hoe we steeds krampachtiger ons bolwerk van gezelligheid proberen te verdedigen en het tegelijk proberen te verpakken in onschuld.

Lees ook de column van Lamyae Aharouay over wit privilege: Een hand van de agent