Opinie

    • Caroline de Gruyter

Pas op voor de wrok jegens de stedelingen

Europa-correspondent Caroline de Gruyter schrijft wekelijks over politiek en Europa.

Toen Katherine Cramer op een ochtend in 2007 aanschoof bij een groep kaartende mannen in een diner in een dorpje in de Amerikaanse staat Wisconsin, kreeg ze meteen de wind van voren. Ze was erop voorbereid. Universitaire docenten politicologie weten dat ze geen helden zijn in small town America. „Wij nemen hier een douche ná het werk”, zei een van de mannen, als binnenkomer. „Professors hebben assistenten die het werk voor hen doen”, stelde een ander vast. „En die assistenten hebben secretaresses die zelf secretaresses hebben. Al die mensen hebben ziektekostenverzekeringen en pensioenen die wij niet hebben.”

Jarenlang ging Cramer, die zelf uit Wisconsin komt, ’s ochtends in diners en pompstations zitten om naar de ‘gewone man’ (soms vrouw) te luisteren voordat die naar het werk ging – áls er nog werk was. Ze wilde begrijpen hoe deze Amerikanen tegen de wereld en de politiek aankijken. Wat ze optekende, is één lange litanie tegen de politieke en culturele dictaten die stedelingen volgens hen over de rest van het land uitvaardigen. In haar boek The Politics of Resentment (2016) concludeert Cramer dat plattelanders bijna allemaal vinden dat er niemand naar ze luistert, dat iedereen ze benadeelt, kortom „dat ze nooit krijgen wat ze verdienen”.

De schuldigen, in hun ogen, zijn de elites. Niet de zakenelites of de multimiljonairs op Wallstreet die de kredietcrisis ontketenden en lobbyden voor belastingverlagingen, waardoor er minder dollars naar dorpsscholen of regionale wegen gingen. Nee, voor hen zijn het ambtenaren die hun het leven zuur maken. Federale, regionale en lokale ambtenaren – alles en iedereen op de payroll van de staat.

Hier ligt een parallel met Europa. Ook de AfD, die vooral stemmen trekt in rurale delen in het voormalige Oost-Duitsland, gaat tekeer tegen ambtenaren in Berlijn en Brussel. De Oostenrijkse FPÖ is het populairst op het platteland, waar vooral nog witte mannen wonen. In Groot-Brittannië stemden dorpjes voor Brexit – de ultieme wraak op dienstkloppers in Brussel – maar grotere steden niet. En dan was er de sinterklaasintocht in Dokkum. „Dat ‘gedoe uit de Randstad’ willen ze niet in Friesland,” noteerde de Volkskrant. Iemand riep: „Laat ze met hun gezeur in Amsterdam blijven.”

In datzelfde Amsterdam, op de universiteit, kwam Cramer laatst uitleggen wat er nieuw is aan deze meningen: niets. „Die wrok van het platteland tegen de stad is er altijd”, zei ze. „Wat nieuw is, is dat politici er gebruik van maken. Ze vergroten die wrok uit en projecteren hem op één bepaalde groep met slogans als: ‘Drain the swamp’!”

In Wisconsin maakte Scott Walker, een Republikein, een politiek wapen van de perceptie dat het platteland altijd de sigaar is. Jarenlang besteedde niemand, ook hij niet, aandacht aan die perceptie. Maar Walker wilde gouverneur worden. Hij had stemmen nodig. Zoals Marine Le Pen desolate noord-Franse dorpjes een stem en identiteit gaf, zo beloofde Walker ineens alle uithoeken van Wisconsin de hemel. Zodra hij gouverneur was, beperkte hij de rechten van de nieuwe zondebokken: onderwijzers, buschauffeurs, postbodes. Daarna verminderde hij de belastingdruk voor de rijken en schrapte hij overheidsprojecten die minder gefortuneerde plattelanders ten goede zouden zijn gekomen. In de dorpen hebben ze Walker sindsdien nauwelijks meer gezien. De wrok komt tot aan het plafond. Donald Trump maakte er dankbaar gebruik van.

„In Europa lijkt het me minder erg”, zei Cramer. „Jullie zijn geschrokken van Trump, toch?” Dat is zo. Maar de ‘slag om Dokkum’ doet vermoeden dat het een beetje vroeg is voor opgewekte conclusies.

    • Caroline de Gruyter