Paarden verdringen reuzenpanda’s uit Wanglang

Biologie Niemand eet reuzenpanda’s. Maar vee eet wel hun voedsel op. En er komt meer vee in hun leefgebied.

In het wild leven nog hoogstens 3.000 reuzenpanda’s Foto Hung Chung Chih/Getty Images

Reuzenpanda’s hebben weliswaar geen natuurlijke vijanden in Chinese natuurgebieden, maar wel concurrenten. Boeren laten er namelijk hun vee grazen. Met name paarden zijn funest voor de groei van bamboe, het stapelvoedsel van reuzenpanda’s. Dat schrijven Chinese onderzoekers in het oktobernummer van Biological Change.

Reuzenpanda’s zijn de meest bedreigde beren ter wereld. Naar schatting leven er nog 1.500 tot 3.000 exemplaren in het wild. Zo’n 99 procent van het pandadieet bestaat uit bamboe. De voornaamste bedreiging van panda’s is de omzetting van bamboebossen in landbouwgrond. Sinds een jaar of twintig voert de Chinese overheid daarom een actief beleid tegen ontbossing. Lokale boeren krijgen een premie als ze bamboebossen niet kappen. In ruil daarvoor mogen ze er wel hun vee laten grazen. Maar wat dat doet met de bamboebossen was nog nooit onderzocht.

De Chinese biologen bestudeerden de effecten van begrazing in Wanglang, een natuurreservaat van zo’n 320 vierkante kilometer (zo groot als Vlieland) in Midden-China. Daar graasden altijd al paarden en koeien, maar nu zijn het er negen keer zo veel als vóór de invoering van het nieuwe beleid in 2004.

Boosdoeners

Het vee van de dorpelingen graast het hele jaar door in de valleien van Wanglang. Het wordt niet bijgevoerd. Vooral in de winter is er daarom sprake van overbegrazing. De paarden zijn de grootste boosdoeners, ontdekten de onderzoekers. In door paarden begraasd gebied zijn volgroeide bamboestengels 28 procent korter en jonge scheuten 62 procent korter dan in onbegraasd gebied. En waar paarden grazen heeft 42 procent van de bamboepollen helemaal geen scheuten en is een kwart van de pollen dood, versus 3 procent zonder scheuten en 1 procent dode pollen in onbegraasd gebied. Al met al verjongt het bamboebos dus nauwelijks onder de huidige graasdruk.

In het bergachtige Wanglang grazen de paarden het liefst in de laaggelegen valleien. De reuzenpanda’s ook. Maar waar paarden grazen, zie je nooit panda’s. Die zoeken nu hun toevlucht op steilere hellingen en bovenop richels en heuveltoppen, waar minder voedsel en beschutting is.

De biologen durven niet te zeggen in hoeverre het aantal panda’s in Wanglang – nu naar schatting enkele tientallen dieren – daardoor daalt. Ze telden de dieren zelf namelijk alleen in 2013 en 2014. Wel merken ze op dat panda’s in Wanglang vóór 2004 een kwart van de wildedierenobservaties uitmaakten; sindsdien nog maar 12 procent. De biologen willen de panda’s in de komende jaren nauwkeurig gaan tellen – een lastige klus in het ruige Wanglang. Maar met concrete gegevens hopen ze beleidsmakers ervan te overtuigen dat veeteelt en natuurbescherming niet altijd samengaan.