opinie

    • Menno Sedee

Opvoedregel nummer één: geen telefoons aan tafel

Naar aanleiding van de serie ‘Mediagebruik door kinderen’, afgelopen week in NRC, kwamen veel opvoedtips van ouders binnen. Van de ene ouder „mag alles”, de ander zet een wekker. Een bloemlezing van reacties.

Foto: David Galjaard

‘Bij ons thuis is mediagebruik meer een issue dan een aantal jaar geleden”, zegt Stijn Terlingen (53) uit Utrecht. „De invloed op het gezin, het aantal keer dat je erover moet praten.” Marije Scheeve (36) uit Utrecht vat het probleem van mediaopvoeding samen: „Je kan het niet met vroeger vergelijken, toen je zelf kind was.” Zij vulden net als bijna zeshonderd andere ouders de enquête over mediagebruik in van NRC.

Met ‘klassieke’ opvoedvragen als eetgedrag of bedtijd blijken veel ouders minder problemen te hebben. Grootouders kunnen daar ook bijstaan met advies. Alcohol, roken, drugs, onze opvattingen daarover zijn vaak kraakhelder. Maar als het gaat om opvoeden met media zijn het verwarrende tijden. Facebook is onder jongeren alweer ‘uit’, de filter die je in regenbogen doet overgeven bestaat niet meer in Snapchat en er blijken uitgebreide etiquette te bestaan over hoe je iemand tagt op Instagram.

U spartelt niet alleen. We verzamelden via de enquête en door een oproep in de krant de beste opvoedtips. Hoe tackelen andere ouders kwesties over schermtijd, sociale media en gamen?

Er is niet één gouden tip die in alle huishoudens werkt. Goed, onderzoek hééft aangetoond dat duidelijke regels stellen helpt, mits die consequent worden gehandhaafd. Maar verder? Ieder kind is anders, speelt anders, reageert anders. Ook ouders verschillen enorm: de een vindt gamen „vreselijk”, de ander koopt een Nintendo Switch voor zichzelf.

Toch komen sommige regels wel opmerkelijk vaak voor. Geen telefoons aan tafel lijkt nummer één. Een 40-jarige ouder uit Rijswijk: „Als je eerder van tafel gaat, mag je niet op een schermpje.” Een anonieme ouder (51) uit Almelo: „Ik wil tijdens het eten normaal blijven communiceren.”

Ook de slaapkamer is voor veel mobieltjes no go area. „Geen telefoon naast je bed – zelfs niet als wekker”, zegt Victorine Lutz, met een dochter van 12. Ouders wijzen op het onderzoek dat kunstmatig licht je slaapritme kan verstoren.

Verder hanteren ouders honderden varianten op ‘niet voor het avondeten’ – of juist wel – en ‘alleen in het weekend/na het huiswerk maken/tijdens de vakantie’. Sommige ouders tolereren wat meer als ze aan het koken zijn of willen uitslapen.

Opvallender zijn de stijlverschillen in opvoeden. Touwtjes strak aantrekken of loslaten? Waar eindigt de verantwoordelijkheid van de ouders, en waar begint die van het kind zelf?

Een opvatting is dat regels sámen opgesteld moeten worden. Iemand die dit wel heel letterlijk in de praktijk brengt, is Noor Waardijk (42) uit Santpoort-Zuid, met vier kinderen (5, 9, 11 en 13). „We zoeken samen informatie op over wat goed mediagebruik is. Vaak merk je dat de kinderen dan tot dezelfde conclusies komen als jij. We stellen een contractje op met regels, handtekening eronder, en klaar.”

„Met mijn dochter bespreek ik altijd samen een eindtijd”, zegt Annekee Koenraad (40) uit Rotterdam. Petra van de Ven zet altijd een wekker. „De wekker is dan het alarm en niet jij als ouder. Daar valt geen speld tussen te krijgen.”

Bij Koenraad schakelt de computer automatisch na anderhalf uur uit, zijn bepaalde websites geblokkeerd en kan haar dochter (11) niet zelf apps op haar telefoon zetten. Ze checkt regelmatig de mail en surfgeschiedenis van haar kind. „Dat zeg ik niet altijd.”

De 14-jarige zoon van Rik Landkroon (60) mag daarentegen „zo veel schermtijd als hij wil”, maar wel onder bepaalde voorwaarden: het huiswerk moet „zonder gemor” gemaakt, de jongen moet „ook buiten zijn/lopen/fietsen/spelen”, een “echt boek” lezen en „gewoon deelnemen aan het huishouden”.

Jan-Willem Sies uit Oosterhout hanteert een lossere opvoedstijl: „Alles kan en mag.” In plaats van verbieden, gelooft hij in „volwassen” communicatie. Dat wil zeggen: „Creëer een veilige omgeving om te delen wat er gebeurt en vooral wat er een keer misgaat. Daarmee krijg je volwassen gedrag op internet.” Volgens hem werkt het „overdreven regels stellen” contraproductief in de ouder-kind-relatie. Als een kind problemen heeft met internetgedrag en je gaat streng verbieden, dan „lijkt de cirkel niet te doorbreken”. Dus daarom: „Vrijheid brengt vertrouwen en andersom.”

Hoe doe je dat met kinderen van verschillende leeftijden? Bij Stijn Terlingen, met zes kindereren tussen de 11 en 18, zijn de afspraken voor elk kind hetzelfde, maar is de handhaving anders. „Apparaten mogen alleen in de woonkamer gebruikt worden, maar onze oudste zit al op de hogeschool. Dan hoef je dat niet meer te handhaven.”

Lizzy Martin (44) uit Haarlem vindt het belangrijk „niet heftig te reageren” als kinderen iets opbiechten: „Dat schrikt enorm af.” Haar belangrijkste tip is om interesse te tonen: „Ik kijk in m’n eigen tijd wel eens naar een YouTuber.”

En denk niet dat de ouders de dans ontspringen. Ook zij moeten nog leren om te gaan met media.

Een 33-jarige ouder uit Zwolle: „Ik ben me ervan bewust dat ik een voorbeeldfunctie heb, maar vind het moeilijk om het gebruik van mijn mobieltje te beperken. Er gaat een soort verslavende werking vanuit.”

Tips, iemand? Bij Annekee Koenraad „gaan de telefoons op de bar als we binnenkomen en die blijven daar totdat de kinderen op bed liggen.”

    • Menno Sedee