Al die cadeaus deze maand, dat kan ook anders

Een cadeau lijkt een belangeloze gift. Maar waarom voelen we dan de plicht om iets terug te geven? Plus: Tien tips om het eens anders doen.

Foto Thomas Nondh Jansen

De auto van opa en oma rijdt voor. De gordijnen zijn dicht zodat ze ongezien hun cadeaus in het opberghok kunnen leggen. Even later arriveren zus en zwager, met twee jutezakken vol. En zelf heb je ook nog een doos verstopt; zaten die kaasfondueset voor je zus, en de nieuwe Dan Brown voor je zwager er nou wel of niet in? Ineens word je bevangen door een mengeling van schaamte en ergernis. Waar slaat dit op? Wat moeten we met al die troep die bij elkaar een godsvermogen waard is dat ook naar Artsen zonder Grenzen had kunnen gaan? En trouwens, wat is dit voor hypocriete gedachte een half uur voordat pakjesavond begint?

„Volgend jaar moet het echt anders”, piep je als de familie binnenkomt. „Is Sinterklaas al geweest?”, roept oma er snel overheen.

Pakjesavond is niet de beste avond om de cadeautsunami op de agenda te zetten. Als u dit leest is het waarschijnlijk ook al te laat. Voor Kerst kan het misschien nog net. Een goed gesprek over geven. Kan het minder, kan het anders, kan het misschien zelfs zonder cadeaus? En hoe vertellen we het de kinderen? Die zijn gewend bij elk kaboutermijlpaaltje een cadeau te krijgen. Veterdiploma, rapport, een week niet duimen, tand eruit – het leven wordt door cadeaus aaneengeregen.

Er is een tegenbeweging. De opruimfilosofie van Marie Kondo bracht haar in 2015 niet voor niets in Time’s top-100 van invloedrijkste mensen ter wereld. Zij biedt hulp aan de moderne mens die de overdaad aan bezit niet als rijkdom maar als ballast ervaart. Als obstakel naar het ware geluk. Alles wat ons geen ‘spark of joy’ geeft, moet weg.

Als Marie Kondo een predikant is, is minimalisme de religie die erop neerkomt dat het leven meer betekenis krijgt met minder spullen. Dat aandacht voor spullen ten koste gaat van aandacht voor mensen. En dat minder bezit vrijheid, geluk en voldoening geeft. Er zijn mensen die hun eigendommen beperken tot honderd dingen, mensen die een jaar lang niets kopen, mensen die in tiny houses wonen, mensen die ‘declutteren’ (ontrotzooien). Allemaal om een liefhebbender, authentieker, relaxter, verzorgender, aandachtiger mens te worden.

Jezus zelf heeft met zijn Bergrede geen mindshift kunnen veroorzaken

Maar bij al die mensen vraag je je af: vieren die dan geen Sinterklaas? Hebben die dan geen moeder die hun precies de verkeerde trui geeft? En als ze die wel hebben, wat doen ze dan met die trui? Weggooien? Weggeven? Composteren?

Minimalisme kan heel goed werken. In je eentje. En met je partner kun je wellicht ook nog een sobere cadeaupolicy afspreken. Maar in ieder sociaal verband dat groter is dan twee volwassenen vraagt een minimalistische Sinterklaas of Kerst enorme overredingskracht, discipline en keiharde sancties op overtreding (elk cadeau bovenop het afgesproken quotum gaat de volgende ochtend naar de kringloop). Anders zit je tóch weer met die trui.

Te belangrijk

Al ver voordat Jezus met Kerst goud, wierook en mirre kreeg, kwamen mensen aanzetten met cadeaus waar je verder niet zoveel aan had. (Goud, oké. Maar mirre én wierook? Kan ik het nog ruilen?) Jezus zelf heeft met zijn Bergrede, waarin hij zei dat we voor onszelf geen schatten moeten verzamelen op aarde, geen mindshift kunnen veroorzaken. Daarvoor zijn cadeaus te belangrijk. Niet alleen voor kinderen die net de halve Intertoys-gids hebben uitgeknipt, of voor materialisten met een neiging tot koopverslaving, maar voor iedereen, altijd, overal. Ook honderd jaar geleden al. De Franse socioloog Marcel Mauss schreef in 1923 een boek over de betekenis van het cadeau in primitieve culturen en hij legde een verband met de moderne samenleving. Dat zijn Essay over de gift nog steeds te koop is, laat zien dat zijn reflecties nog steeds hout snijden.

Een cadeau lijkt een vrijwillige, spontane en belangeloze gift, maar is eigenlijk heel dwingend en berekenend, zegt Mauss. Waarom voelen we anders de plicht om ook altijd wat terug te geven? Hij beschrijft dat je niet in een consumptiemaatschappij hoeft te leven om in een overdaad van cadeaus te verzuipen. Het toppunt daarvan waren misschien wel de potlatchs, grote feesten van de Noord-Amerikaanse indianen. De ene stam nodigde de andere uit en overlaadde die met kostbare geschenken – die vervolgens vaak werden vernietigd, om te laten zien dat ze ze heus niet nodig hadden. De ontvangende stam moest daarna de gulle gevers uitnodigen. Als ze niet minstens evenveel kostbaarheden konden teruggeven, betekende dat gezichtsverlies en dus minder macht.

Vernielen en verspillen deden andere primitieve volken niet, maar Mauss zag wel overal één ding: wie een cadeau geeft, geeft iets van zichzelf. En wie iets van zichzelf geeft, maakt dat de ander hem iets verschuldigd is. Het lijkt hoffelijk en respectvol om cadeaus uit te wisselen, maar niks teruggeven is helemaal geen optie, want er is geen grotere vernedering dan niet terug kunnen geven wat je hebt gekregen. „Wie geeft toont zijn superioriteit, wie aanneemt zonder iets terug te geven, die maakt zich ondergeschikt.”

En dan is er nog iets, zegt Mauss op basis van zijn antropologische studies. Een cadeau heeft een ziel, er zit leven in. Er blijft altijd iets van de gever in het cadeau zitten dat de ontvanger in zijn greep houdt. Daarom is het dus zo moeilijk om die trui de volgende dag meteen in de zak van Max te stoppen. De ziel van je moeder zit er al in, die krijg je er zelfs op 95 graden niet uitgewassen.

De vreugde en het plezier

Het dwingende karakter van het geven van cadeaus hoeft niet erg te zijn als je de positieve kanten ziet. Het motief om te geven kan ook zijn: de vreugde van geven in het openbaar, het plezier van gulle bestedingen, het genoegen om gastvrij te zijn, zegt Mauss. Daar kun je, net als de Maori, een onvergankelijke wijsheid uit halen: geef zoveel als je neemt en alles zal goed zijn.

Cadeaus zijn dus een hardnekkig sociaal bindmiddel waar geen ontsnappen aan is. Dat besef helpt op het moment dat het gesprek voor Sinterklaas 2018 gevoerd wordt. Niemand zal minder willen geven dan hij krijgt. Ook niet als dat niet is ingegeven door berekening of geslepenheid.

Als minder geven moeilijk is, is anders geven wellicht nog een mogelijkheid. Misschien dat de minimalisten kunnen helpen met hun adviezen om een ander soort cadeaus te geven. Je hoeft geen Ninjago Lego of Hoverboard te geven. Je kunt ook ervaringen cadeau geven – kaartjes voor de Efteling. Of tijd, in de vorm van tegoedbonnen voor een uur of een halve dag onverdeelde aandacht. (Al kun je je afvragen of tijd voor een kind een goed cadeau is of gewoon iets waar hij recht op heeft.)

De beste albums en boeken, maar ook een tweedehandscadeau of een coupon voor ontbijt op bed. Dit zijn de cadeautips van 2017

De andere helft van de oplossing zit in de kunst van het ontvangen. Geen weerzin of verzet tonen als een ander je iets cadeau wil geven. Genieten van het moment waarop je het krijgt. Uitgebreid bedanken voor de excellente keuze van de gulle gever. Het de volgende ochtend zonder bezwaard gemoed achterin een kast gooien waar je het laat liggen tot het zijn laatste ‘spark of joy’ verloren heeft. En dan: weg ermee. Vrolijk door naar de volgende pakjesavond.

    • Martine Kamsma