In uiteengevallen Libië komt het recht nog uit een geweerloop

Libië

De Libische regering is afhankelijk van zwaarbewapende milities. Migranten worden er als slaven verhandeld.

Een migrant probeert aan boord te komen van een reddingssloep van Seawatch tijdens een dramatisch verlopen reddingsactie voor de Libische kust, 6 november 2017. Foto Alessio Paduano/AFP

Doet Europa zaken met slavenhandelaars? Deze vraag komt op nadat CNN heeft laten zien dat er in Libië veilingen worden gehouden van migranten, en Italië zich er tegelijkertijd op beroept dat het met EU-hulp akkoorden heeft gesloten die ertoe leiden dat minder migranten uit Afrika de Middellandse Zee oversteken.

De suggestie in Rome is dat er een Libië-deal is die vergelijkbaar is met de Turkije-deal. In ruil voor training en financiële steun zou de ‘regering van nationale eenheid’ in Tripoli harder optreden tegen mensensmokkelaars. Mensen die door de met EU-geld getrainde Libische kustwacht van rubberbootjes worden gered, gaan weer terug naar Libië.

Lees ook dit interview met twee Sea Watch-vrijwilligers over een dramatisch verlopen reddingsactie voor de Libische kust: ‘Overal lagen mensen in het water’

Maar vorige week bleek opnieuw de onmacht van de door de Verenigde Naties erkende Libische regering. In een CNN-reportage was te zien hoe in het deel van het land dat de regering op papier beheerst slavenveilingen worden gehouden, alsof Libië in de negentiende eeuw is blijven steken.

Op de beelden is te zien hoe in een duister lokaal met één felle lamp, ergens buiten hoofdstad Tripoli, in de avonduren twaalf mannen uit Niger bij opbod worden verkocht. „Twaalfhonderd pond”, luidt het beginbod, omgerekend 345 euro. De ‘koopwaar’, zoals de mannen om hen heen de ‘slaven’ in het Arabisch aanduiden, gaan binnen enkele minuten van de hand voor prijzen van maximaal 560 euro.

Zie hier de reportage van CNN:

Slavenmarkten

Volgens CNN zijn er met enige regelmaat nog ten minste acht andere slavenmarkten in bedrijf, vooral in het westen van Libië. De hoge VN-vertegenwoordiger voor de mensenrechten, Zeid Ra’ad Al Hussein, sprak van een „catastrofale” situatie in Libië. Hij noemde de manier waarop migranten in detentiecentra in Libië worden vastgehouden „een grove belediging voor het geweten van de mensheid.”

Al in februari zei Arjan Hehenkamp, toen directeur van Artsen zonder Grenzen, na een bezoek aan een aantal opvangcentra voor migranten in Libië: „Het is een gevaarlijke fictie om te doen alsof het om een normale regering gaat, en instituties die werken. Dat is niet de realiteit.”

In Parijs leidde het nieuws van de veiling zondag tot een demonstratie van woedende Afrikanen voor de Libische ambassade. Woordvoerders van de Afrikaanse Unie spuwden eveneens hun gal over deze „verachtelijke” handel „uit een ander tijdperk”. VN-secretaris-generaal Antonio Guterres reageerde geschokt. De Franse president Macron vroeg woensdag om een spoedzitting van de Veiligheidsraad.

Lees hier het interview met Arjan Hehenkamp: Samenwerking met Libië is ‘gevaarlijke fictie’

De zogenoemde Regering van het Nationale Akkoord (GNA) in Tripoli onder leiding van Fayez Sarraj, in 2015 onder supervisie van de VN gevormd, beloofde snel de zaak te onderzoeken. De schuldigen zouden worden berecht en de ‘slaven’ zouden worden bevrijd en naar hun land van herkomst worden teruggebracht.

Of dat lukt, is de vraag. Het GNA-bewind is afhankelijk van de steun van zwaarbewapende milities die zich regelmatig bezondigen aan martelingen en zelfs het doden van gevangenen. „Daar moet de regering iets aan doen, maar in de praktijk doet ze weinig”, zegt Hanan Salah, die voor Human Rights Watch net in Libië onderzoek heeft gedaan, in een gesprek op Schiphol. „Zolang je ons maar steunt, heb je carte blanche: dat is de impliciete boodschap.”

Ook de greep van de regering op de Libische kustwacht, die dikwijls keihard optreedt jegens vluchtelingen, is maar beperkt. Ook daar maken lokale milities de dienst uit.

Een migrant drijft in het water nadat hun boot voor de Libische kust water maakte, 6 november 2017. Foto Alessio Paduano/AFP

De werkelijkheid is dat zes jaar na de gewelddadige dood van Moammar Gaddafi en het instorten van zijn regime er nog altijd anarchie in grote delen van Libië heerst. Een effectieve overheid ontbreekt; het recht komt meestal nog uit een geweerloop. Dat geldt al helemaal voor migranten die, al dan niet na een mislukte vluchtpoging, platzak in Libië zitten en daar zijn overgeleverd aan de wilden.

Ook veel gewone Libiërs hebben het zwaar te verduren. Ambtenaren krijgen vaak maandenlang geen salaris. Wie een medische behandeling nodig heeft, moet vaak naar het buitenland. Persbureau Reuters meldde vorige week dat veel mensen in wanhoop hun sieraden op de markt in Tripoli verkopen. Maar ook die reserves beginnen nu op te raken. Oude vrouwen bedelen bij stoplichten. De VN schatten dat zo’n 1,3 miljoen van de 6,3 miljoen Libiërs dit jaar humanitaire hulp nodig hebben.

Oorlogsmisdaden

In het oosten van Libië zet generaal Khalifa Haftar, een oudgediende uit het Gaddafi-tijdperk, de zaak naar zijn hand. Zijn mannen hebben de strijders van Islamitische Staat en van Ansar al-Shari’a, een andere fundamentalistische groep, verslagen en verdreven. Bewoners die onder het schrikbewind van IS hadden te lijden, zijn hem daarvoor dankbaar, meldde een verslaggever van de Neue Zürcher Zeitung vorige maand uit Benghazi.

Lees ook: Krijgt EU grip op migratie uit Afrika?

Maar HRW-onderzoeker Hanan Salah stuitte vorige maand op sterke aanwijzingen voor oorlogsmisdaden in Haftars gebied. Ze sprak in Tripoli een jongeman die in Benghazi was opgepakt en gemarteld, vermoedelijk omdat zijn broer zich tegen Haftar had uitgesproken. „Mentaal en fysiek was hij een wrak. Ik zou dit als een oorlogsmisdaad beschouwen.” En Salah hoorde over 36 lichamen die onlangs in Benghazi waren gevonden; ze waren met hun handen op de rug gebonden door het hoofd geschoten.

Sommigen zien in Haftar niettemin de man die Libië kan herenigen. Internationaal rijst zijn ster: Rusland, Egypte en Algerije steunen hem. In juli werd hij met alle égards door de Franse president Macron ontvangen in Parijs. Bij die gelegenheid poogde VN-gezant Ghassan Salamé een begin van nationale verzoening te realiseren met de GNA-regering. Maar de kans op succes is klein. De steeds sterker wordende Haftar zal volgens analisten niet willen wijken voor een ander. Zo nodig zal hij niet aarzelen zijn toevlucht tot de wapens te nemen.

    • Floris van Straaten