‘Hoop is nu een laffe uitvlucht’

Bruno Latour We kunnen niet meer enkel op de rede vertrouwen. De klimaatcrisis dwingt ons realistischer te kijken naar de samenhang van wetenschap, religie, politiek en de kunsten. Alleen dan kunnen we iets betekenen, zegt een van de scherpste denkers van onze tijd.

Progressie is retrogressie, schrijft Bruno Latour in zijn boek Oog in oog met Gaia, waarin hij de klimaatcrisis in al haar facetten beschrijft: de wetenschap, de politiek, de angst, de lethargie – hoewel we volgens hem beter niet van een crisis kunnen spreken, want die impliceert een voorbijgaande aard.

Latour ontvangt thuis in Parijs, niet ver van Sciences Po waar hij jaren doceerde. Terwijl de namiddagzon verdwijnt achter zinken daken, peutert Latour wat met een sponsje van het parket: „Pardon, we gaven gisteren een feest en hebben nog niet goed schoongemaakt.”

Onlangs werd u in onze krant verweten medeverantwoordelijk te zijn voor het ‘post-truth’-tijdperk en zelfs een beetje voor Trump, omdat u in uw werk heeft laten zien hoe ook wetenschappelijke feiten een constructie zijn…

„Daarom zijn het juist solide feiten.”

… en ik dacht dat u om te beginnen misschien even hierop zou willen reageren.

„Tja, ik doe al veertig jaar hetzelfde, en dat is laten zien hoe wetenschappelijke vindingen afhankelijk zijn van een heleboel factoren. Aanvankelijk, in de jaren tachtig, werd dat gezien als debunking van de wetenschap, omdat velen vonden dat wetenschappelijke feiten op zichzelf moesten staan. Ik was daar kritisch over, omdat een wetenschappelijk resultaat stoelt op allerlei aannames die moeten kloppen. Daar was discussie over binnen de academische wereld, een discussie die vaak als postmodern wordt bestempeld. Nu zeg ik hetzelfde: wetenschap is afhankelijk van mensen, instrumenten en instituten, van politiek, fondsen, en commercie. Juist al die factoren maken een wetenschappelijk feit robuust, als er kritisch naar gekeken wordt. Maar voor die complexiteit is te weinig aandacht. Met hetzelfde standpunt als waarmee ik een criticus van de wetenschap werd beschouwd, ben ik nu haar pleitbezorger geworden.”

Latour beschrijft in zijn boek hoe een Amerikaanse Republikeinse strateeg, Frank Luntz, al begin 2003 het advies gaf om vooral te blijven hameren op feilbaarheid van wetenschappelijk onderzoek om zo de steeds geringer wordende twijfels over het veranderende klimaat in stand te houden: ‘Van het ontbreken van wetenschappelijke zekerheid moet u het centrale argument blijven maken’, adviseerde Luntz.

Opmerkelijk dat scepsis niet langer een teken van wetenschappelijke verfijning is.

„Ja, maar zij die zich nu sceptici noemen zijn ‘negationisten’, die wetenschappelijk onderzoek überhaupt overbodig vinden – dat heeft niets met wetenschappelijke scepsis te maken. Ze hebben dat woord gekaapt.

„Trump heeft in zekere zin de situatie verduidelijkt door het Verdrag van Parijs op te zeggen en glashard de omvang van het probleem te ontkennen. Mensen beseffen dat er een strijd geleverd moet worden, en dat de natiestaten, die nu overal, ook in Nederland, nogal populair zijn, niet de oplossing zullen bieden.”

U beschrijft hoe we nu, na vierhonderd jaar, aan het einde zijn van het modernisme door toedoen van de ecologische crisis. De situatie is vergelijkbaar met die van toen: scepsis wordt ingewisseld voor dogmatisme.

„Destijds woedden de godsdienstoorlogen al bijna honderdvijftig jaar, en iedereen was het vechten moe. Religie moest voortaan binnenskamers blijven, want daarover kon men het niet eens worden. In wetenschap daarentegen zou iedereen zich kunnen vinden, die zou onomstotelijk vaststaan. Nu zijn we vierhonderd jaar verder en moeten we ons opnieuw de vraag stellen wat het betekent om zeker te zijn van een wetenschappelijk feit? Zeker te zijn van een politiek feit? Niets is absoluut, iets is hooguit solide. Laat staan religie. Maar we moeten de samenhang tussen die drie sferen opnieuw onderzoeken.”

Onderdeel daarvan is Latours herdefinitie van ons idee over de aarde: niet langer een object dat wij als tuinders van de schepping bewerken, maar een poreus en grillig wezen: Gaia. Een kracht uit de tijd van vóór de goden, de moeder aarde van de Griekse mythologie. De natuurkundige James Lovelock, meestal aangeduid als een excentrieke uitvinder, een buitenbeentje, muntte deze term in de jaren zestig; de biosfeer is te beschouwen als een groot organisme dat zichzelf in evenwicht houdt, mits ze niet voor al te grote uitdagingen wordt gesteld.

Latour: „De planeet aarde als object is niet langer houdbaar, want ze is niet onverschillig, ze slaat terug.”

Was het onze eigen religieuze projectie: de aarde als stabiel ijkpunt?

„Ja, maar in zekere zin was het ook waar, volgens geografen en klimatologen: tot voor kort was de aarde behoorlijk in balans, op een enkele variatie na. Na twaalfduizend jaar redelijk stabiel holoceen is dat nu voorbij. Maar ook nooit eerder bewoonden we de planeet met acht miljard mensen. Dus onze verbijstering is niet zo verwonderlijk. De aarde was nooit meer dan ons toneel, het decor voor al onze particuliere beslommeringen, emoties en tragedies. Dit [tikt op het parket] bleef stabiel. En nu zijn we allebei even wankelmoedig en beverig.”

U schrijft: ‘In een schitterende omkering van de situatie blijken de specialisten van de aardwetenschappen tegenwoordig over te komen als heethoofden, […], fanatici, doemdenkers, en nemen de klimaatsceptici de rol aan van bezadigde wetenschappers.’ Is het dan wel wijs om uw aarde een mythische naam te geven?

„Gaia is een seculierder begrip dan veel andere begrippen uit de wetenschap. Gaia betekent organismen die met elkaar samenleven, die zelf de omstandigheden zo plooien dat ze erin kunnen overleven. Niet alleen bevers of termieten doen dat, maar ook bacteriën en virussen en planten. Gaia is één organisme voor zoverre het de verdeelde intentionaliteit van alles in de biosfeer vangt.

„Ja, en het is een kracht die tegelijkertijd wetenschappelijk, religieus, mythisch en politiek is, en dat lijkt me een reële manier om na te denken over alle aspecten van de enorme taak die we op ons moeten nemen.”

Mensen ontkennen klimaatverandering om dezelfde redenen als waarom ze evolutie ontkennen: ze willen een vastomlijnde menselijke soort en een bijbehorende, onverstoorbare aarde?

„Ja, en ze willen een god die heeft gezegd: ‘we hebben een pact gesloten, en u, volk van de Verenigde Staten, zult nooit meer een zondvloed zien en ik beloof u gedweeë getijden’. Dat heeft natuurlijk niets met wetenschap te maken, maar het is een basaal antropologisch besluit. En we schieten er niets mee op als we de ecologische crisis strikt wetenschappelijk blijven benaderen. Het is tenslotte geen kwestie van een gebrek aan informatie of technologische mogelijkheden. We doen niets omdat we zijn versteend van angst.”

Voelt u voortdurend een zekere angst of urgentie?

„Jazeker, maar mijn oplossing is om anderen met mijn angst te infecteren en hem zo wat te verdunnen. En u?”

Ik hoor meer bij wat u in uw boek ‘het bipolaire soort’ noemt: soms ben ik bang, soms denk ik dat het zal loslopen.

„Ha! Iedereen kiest zijn eigen soort.”

U stelt uw boek in het teken van Dante: ‘Laat alle hoop varen.’

„In het Frans kun je zeggen: laat alle hoop, espoir, varen, maar omarm de espérance. Hoop nu zou een zoethoudertje zijn, een laffe uitvlucht. Espérance is sterker en heeft een theologische connotatie: uiteindelijk is het spel afgelopen, en dan kun je opnieuw beginnen.”

Hoe kan die instelling helpen? Wat betekent het, oog in oog met Gaia te staan?

„Je realiseren dat er niet langer een toekomst is voor de idealen van de modernisten, omdat er geen grond, geen aarde is die daarmee correspondeert. Dat kan in zekere zin een opluchting zijn. Ik twijfel niet aan de menselijke vermogens om de CO2 terug te dringen, of alle auto’s die er tijdens mijn leven zijn gebouwd te vervangen. Wat me stoort is dat wij zo blind blijven voor alle irrationele kanten van het verhaal. Hoe langer we wachten, hoe meer mensen uiteindelijk getroffen zullen worden, en dan vooral in minder ontwikkelde landen.”

Het is van belang om de religieuze patronen in het denken over de toekomst te herkennen, stelt Latour, omdat wat voorheen het ‘einde der tijden’ heette is verworden tot de moderne utopie van een geheel getechnologiseerde wereld, waar we het met een paar zonnepanelen, dijken en een Tesla wel zullen redden. Het oneindig georganiseerde universum van de modernisten moet worden ingeruild voor de oneindig complexe, lokale, vergankelijke wereld.

U zegt vooral het hoofd niet koel te houden. U geeft de aarde het gezicht van een oude, humeurige Griekse godin. In een tijd waarin niemand meer weet wat feit en wat fictie is, husselt u gerust politiek, religie en wetenschap door elkaar. Wat betekent het dan voor u om rationeel te zijn in 2017?

„‘Rationeel’ vind ik een ongeschikt woord. Het klinkt alsof je op zoek bent naar een oplossing.”

Het is niettemin iets waar mensen graag aan vasthouden.

„Nou, ja, ik denk niet dat je rationeel hoeft te zijn, als je maar beschaafd bent, als je maar oog hebt voor wetenschap en religie en politiek en de kunsten. Dat is de enige manier waarop de ecologische crisis aangegaan kan worden. Met name de Fransen vinden dat moeilijk, want religie werd hier als eerste achteloos aan de kant gezet.”

U bedoelt: u bent het meest modern.

„Uiteraard. We love modernity. Maar zelfs de Fransen zijn niet langer blasé en afstandelijk en ironisch, terwijl dat toch een Franse kunst bij uitstek was. Ook zij zien langzamerhand de ernst van de zaak in.”