Hoe de cokemaffia infiltreerde in vissersdorp Urk

Cocaïnesmokkel

Justitie spreekt van een verwevenheid tussen boven- en onderwereld op Urk, waar vissers betrokken zouden zijn bij cocaïnesmokkel. Zo ook Johannes N. De rechtbank bespreekt dinsdag zijn zaak. Bericht uit Urk.

De Kotter Z181 'Dubbele Senior' ligt in de werkhaven van Urk. Aan boord van het vissersschip werd vorige week 300 kilo cocaïne gevonden. Bij de aanhouding van het schip zijn onder anderen 2 Urkers aangehouden, de Urker eigenaar is later aangehouden. Foto Pedro Sluiter

Waar doet Johannes het van? Die vraag houdt inwoners van Urk bezig als de 31-jarige visser op zaterdag 11 maart 2017 de volledig gerenoveerde kotter Z 182 in de haven van Urk laat dopen. De eer is aan zijn moeder Hennie, naar wie het schip is vernoemd. Een verslaggever van de lokale krant Het Urkerland ziet die middag dat Hennie drie pogingen nodig heeft om de fles champagne tegen de boeg van het schip kapot te slaan.

In de protestantse gemeenschap is het uiterlijk vertoon dat Johannes en zijn familie die zaterdag aan de dag leggen niet gebruikelijk. Vele Urkers leven nog altijd naar het motto van de monnik Benedictus: Ora et Labora. Bid en werk. Johannes heeft die zaterdag restaurant Het Achterhuis – met uitzicht over de haven, het IJsselmeer en de oude dorpskern – afgehuurd voor genodigden. En de jaren daarvoor was het ook al feest. In 2015 doopten Johannes en zijn familie de Z 181, een kotter die hij kocht en renoveerde met zijn vader en een zakenpartner. En eind 2015 volgde de Z 180.

Op Urk roept dit zakelijke succes vragen op. Ja, de diepe crisis die de Urker visindustrie teisterde sinds 2008 is voorbij en Johannes heeft voor ieder schip andere zakenpartners, maar drie kotters in twee jaar? De meeste Urker vissers zijn actief op dezelfde wateren, en weten van elkaar wanneer de vangst goed is en wat de prijs doet. De een kan weleens een betere week hebben dan de ander, of net iets minder kosten maken. Maar de marges zijn voor iedereen ruwweg hetzelfde.

Daarom vraagt iedereen zich in het dorp af: wat doet hij wat wij niet doen? Vier maanden later, op 10 juni 2017, denken ze in de Urker gemeenschap te weten hoe het zit: Johannes N. is betrokken bij cocaïnesmokkel.

Klopt dat? Is smokkel inderdaad de bron van zijn welvaart, of kan hij heel goed vissen?

De rechtbank bespreekt dinsdag zijn zaak. NRC heeft delen van het dossier gelezen, ingewijden gesproken en navraag gedaan in het dorp aan het IJsselmeer.

Mocromaffia

Johannes N. heeft niet door dat de Amsterdamse recherche meekijkt als hij op vrijdag 9 juni 2017 een blauwe Volkswagen parkeert in de buurt van de haven van Harlingen waar de Z 181 die ochtend is aangekomen. Met de ‘Dubbele Senior’, zoals het schip is genoemd, worden op de Noordzee weekreizen gemaakt. Ze vissen van maandag tot vrijdag op Noorse kreeft en schol.

Vlak voordat Johannes die vrijdagmiddag naar zijn schip rijdt, is de recherche getuige van een ontmoeting tussen de visser en een Amsterdamse crimineel: de Pakistaanse Nederlander Mohammed S. Hij is in het gezelschap van een dan nog onbekende man. Later blijkt dat het om een Montenegrijn gaat: Dalibor D. De recherche slaat alarm als Johannes Dalibor – bepakt met een rugzak en een weekendtas – naar de Z 181 brengt.

Mohammed S. wordt dan al een tijd in de gaten gehouden door de politie. Hij wordt verdacht van betrokkenheid bij een schietpartij in Hippolytushoef, een dorp in de kop van Noord-Holland. De recherche heeft in onderschept berichtenverkeer ook een opvallende dialoog aangetroffen tussen Mohammed S. en Naoufal F., een van de kopstukken van de Amsterdamse mocromaffia. Er wordt gesproken over „vissers” die met een eigen boot lading kunnen overnemen van een „containerschip”. Ze hebben het ook over een „drugslijn” van „Joego’s” die gebruikmaken van mensen uit „Montenegro”. Mohammed S. sprak met een verdachte uit Den Helder over de „Z 181” en „Johannes”.

Deze berichten stammen uit 2015 maar zijn pas recent opgedoken in miljoenen versleutelde berichten die de politie in beslag heeft genomen bij het bedrijf Ennetcom, een aanbieder van speciale PGP-telefoons die in de onderwereld populair waren omdat het versleutelde PGP-berichtenverkeer niet is af te luisteren. Inmiddels is het gelukt om de miljoenen berichten op de servers van Ennetcom te decoderen, en dat legt een schat aan informatie bloot over misdaad in Nederland. En zo leidt een onderzoek naar de georganiseerde criminaliteit de recherche naar Urk. „We hebben een groep vissers die op het water kan aannemen en opvangen”, bericht Mohammed S. aan Naoufal F.

Bekijk ook onze video over hoe de politie aan die PGP-berichten is gekomen:

Panamees containerschip

Nadat de Z 181 de haven van Harlingen die vrijdagavond in juni heeft verlaten, vraagt het OM aan de Nederlandse Kustwacht om het schip in de gaten te houden, vlaggen heet dat in maritiem jargon. Op zaterdagmiddag ziet de kustwacht iets geks. Midden op de Noordzee ligt de kotter Z 181 minutenlang in het spoor van het Panamese containerschip MSC Krystal. Het is een scheepsbeweging die volgens de kustwacht absoluut niet past bij de normale visvaart.

Containerschepen varen op de Noordzee in een corridor voor grote, relatief snelle schepen. Om ongelukken te voorkomen gelden voor kleinere schepen als de Z 181 beperkingen op deze maritieme snelweg. Wat doet die kotter op zaterdag 10 juni 2017 in de buurt van een groot containerschip?

De eerdergenoemde berichten in combinatie met de bijzondere bewegingen van de Z 181 leiden bij de politie tot het vermoeden dat de bemanning van de kotter cocaïne uit het water heeft gevist die overboord is gegooid vanaf de MSC Krystal. Het is niet de eerste keer dat een kotter wordt gebruikt om op zee overboord gegooide cocaïne op te halen maar het zou bijzonder zijn als de recherche de smokkelaars op heterdaad kan betrappen.

Als de Z 181 in de nacht van zaterdag op zondag terugkeert in de haven van Harlingen, staat er een rechercheteam klaar. Op de kotter, achter een gesloten deksel van een watertank, worden dertien tassen met opgeteld 260 kilo cocaïne gevonden. In de rugzak en weekendtas waarmee de Montenegrijn Dalibor D. aan boord van de Z 181 is gegaan, zit speciale communicatie-apparatuur die nodig is om contact te maken met het containerschip en om de tassen met drugs, die zijn voorzien van bakens, terug te vinden op zee.

De vier bemanningsleden worden ter plaatse gearresteerd. Het gaat om scheepskapitein Tiemen Klaas W. en bemanningslid Klaas Willem F., allebei uit Urk. Dalibor D. en een Poolse matroos worden eveneens opgepakt. Johannes N. staat op een parkeerplaats niet ver van de haven als hij wordt aangehouden.

Hij is in opvallend gezelschap: naast de eerdergenoemde Mohammed S. is ook Leendert R. aanwezig, een geboren Urker die in 2008 in Frankrijk heeft vastgezeten voor hasj-smokkel, maar is vrijgesproken. Wat zijn rol is geweest is niet duidelijk: hij wordt niet vervolgd in de drugszaak die dinsdag in de rechtbank van Amsterdam op de rol staat. De verwachting is dat de zaak komend voorjaar inhoudelijk wordt afgehandeld. In Urk ligt de kwestie gevoelig. Er zijn drie families betrokken en de verdachten in kwestie voelen zich kwetsbaar: ze zijn getrouwd en hebben kleine kinderen.

Sinds het begin van deze eeuw is er in landelijke media veel aandacht voor toenemend drugsgebruik in vissersdorpen als Spakenburg, Urk en Volendam. Zo zouden jonge vissers in het weekeinde cocaïne gebruiken om de effecten van overmatig alcoholgebruik te dempen. Maar wordt er ook meer drugs gebruikt?

De cijfers schetsen een genuanceerder beeld. Ja, het drugsgebruik in rurale gebieden is de afgelopen decennia gestegen, ook in vissersdorpen als Urk. Hoogleraar criminologie Dirk Korf stelt dat het platteland steeds meer gaat lijken op de stad, als het gaat om drugsgebruik. Op Urk stijgt het gebruik ook, maar van bovengemiddeld drugsgebruik is geen sprake volgens de meest recente cijfers van de GGD.

Het gevolg van eerdere berichtgeving over cocaïnegebruik op Urk: een cynische bejegening van buitenstaanders, zoals journalisten, die vragen stellen over drugsgebruik en -smokkel. Vrijwel niemand wil vragen beantwoorden. Ook het gemeentebestuur wijst een verzoek om een gesprek over de zaak rondom Johannes N. af. Als mensen al willen praten, dan alleen op voorwaarde van anonimiteit.

In café Willem Barentsz, gelegen in het oude centrum van Urk vlakbij de haven, kijken de gasten op als een onbekende bezoeker op zaterdag net na het middaguur koffie bestelt. De mannen aan de toog zitten aan het bier. Heineken uit flesjes. Het tempo ligt hoog. „Ik moet nog rijden”, zegt een gast met een knipoog als hij bedankt voor een bitterbal. Een jonge vrouw achter de bar houdt haar gasten stilletjes in de gaten en herkent een klein gebaar als een teken dat het tijd is voor een nieuwe ronde. Ze houdt voor iedereen een bonnetje bij.

Johannes N. kwam voor zijn arrestatie regelmatig in Willem Barentsz, beaamt de jonge man van de bitterbal. Hij werkt als matroos en sprak weleens met Johannes. „Op het laatst kon je merken dat hij veel geld had”, vertelt hij. Zijn naam wil hij niet geven. „Wie ben ik om te oordelen over Johannes?” Een paar oudere mannen luisteren mee, in stilte. Een van hen vertelt later dat hij voor de broer van Johannes werkt. Daarom wil hij over de kwestie niet veel kwijt.

Cocaïneverslaving

Johannes komt uit een klassiek, hecht, Urker vissersgezin. Hij heeft twee broers en twee zussen. Een van hen zit ook in de visserij en is mede-eigenaar van de Z 182. De jongste broer heeft een ander levensverhaal. Hij is op jonge leeftijd verslaafd geraakt aan cocaïne en worstelt met de gevolgen daarvan. „Maar het gaat nu wel beter met hem”, aldus de matroos. Het verhaal over de jongste broer van Johannes wordt bevestigd door drie andere bronnen.

De matroos zegt dat hij wel gehoord heeft hoe Johannes in deze smokkelzaak verzeild is geraakt. Hij kent ook een van de andere verdachten. Het verhaal van de matroos komt grotendeels overeen met wat uit het dossier blijkt. In de dagen voordat de Z 181 uitvaart om de cocaïne op te halen, heeft Johannes ontmoetingen gehad op Urk. Daarbij is hij bedreigd, zegt de matroos. „Ze hadden de Z 181 nodig omdat een andere boot geen optie bleek te zijn.” De matroos denkt dat Johannes geen nee kon zeggen.

De Kustwacht ziet een scheepsbeweging die niet past bij normale visvaart

Maar waarom niet, dat is de vraag. Is Johannes zwaar bedreigd, zoals hij zelf heeft verklaard? Is hij gechanteerd omdat hij al eerder betrokken is geweest bij drugssmokkel, zoals sommige Urkers denken?

De matroos is geneigd om Johannes te geloven. Ook de schipper en mede-eigenaar van de Z 181, Pieter, heeft tegenover de recherche verklaard dat Johannes geen keuze had. Pieter, die niet als verdachte is aangemerkt, heeft de Z 181 beschikbaar gesteld omdat Johannes zei „dat hij onder grote druk stond om mee te werken”. Maar daarmee is niet verklaard waar al dat geld voor die kotters vandaan komt. Die scepsis over Johannes N. heeft alles de maken met het feit dat er al langer vermoedens zijn over betrokkenheid van Urker vissers bij cocaïnesmokkel en de diepe economische crisis die Urk hard heeft geraakt.

Uw maritieme dienstverlener, staat er op de gevel van de Visserijcoöperatie Urk, kortweg VCU. De winkel ligt op een industrieterrein aan de rand van het dorp waar het ruikt naar vers schoongemaakte vis. Op zaterdagochtend komen vissers en schippers spullen halen bij de VCU, voor de komende week op het water. Van koffiebekertjes tot tandenborstels en van gereedschap tot regenkleding, VCU verkoopt alles wat je aan boord nodig kan hebben. „De vissers proberen goed te maken wat ze tijdens de crisis hebben verloren”, vertelt een caissière. Van 2007 tot 2014 kampte de visserij met grote problemen. Dat begon al vóór de financiële crisis, met een hoge dieselprijs. In 2008 klapte de vraag naar tong en vooral schol in elkaar. De mondiale financiële crisis die eind 2008 uitbrak deed de rest. Het gaat hier om grote economische belangen: de visafslag in Urk is een van de grootste in West-Europa. Er is in 2016 bijna 50.000 ton vis verhandeld, goed voor een omzet van ruim 125 miljoen euro.

In 2014 komen de Urker vissers lijnrecht tegenover de handelaren en visverwerkers te staan: voor de lage prijzen die worden geboden willen de vissers niet meer uitvaren. Een vissersstaking is het gevolg. Het is een overlevingsstrijd: bij vrijwel alle partijen is de bodem van de kas in zicht.

Precies op dat moment doet zich een buitenkansje voor, zo heeft Johannes aan de politie verteld. De curator van een bedrijf uit Katwijk veilt een kotter, en zijn vader, Jochem, komt als winnaar uit de bus.

Precies op het goede moment doet zich een buitenkans voor

Maar geld heeft hij niet. Toch slagen vader en zoon erin het schip, de Z 181, te kopen voor 750.000 euro. Volgens Johannes geeft Vinod Moti, een Surinaamse scheepshandelaar die wel vaker in Urk zaken zou doen, een bankgarantie af voor dat bedrag. Later maakt hij het bedrag over aan de curator. Het verhaal over de lening komt overeen met details in de oprichtingsakte van het Vlaamse bedrijf Nepo waarin de kotter is ondergebracht.

Financiële voorspoed

De aankoop van de Z 181 blijkt een schot in de roos. De dieselprijs is in 2014 scherp gedaald en de economie begint aan te trekken. Johannes en zijn vader profiteren optimaal: ze verdienen serieus geld. Op een omzet van bijna 1,2 miljoen euro wordt in 2016 een nettowinst geboekt van ruim 3 ton. En dan hebben ze ook nog voor ruim 600.000 euro aan salarissen uitbetaald aan zichzelf en de rest van de bemanning. Ze kopen eind 2015 opnieuw een schip: de Z 180. Die kotter wordt ruim een jaar later doorverkocht, en daarmee ontstaat de financiële ruimte voor de aankoop van het nieuwe schip waarmee dit verhaal begon: de Z 182.

De verhalen dat de financiële voorspoed van Johannes en zijn familie niet alleen met eerlijk verdiend geld zou zijn bereikt, doet zijn familie af als kwaadsprekerij. Ze willen niet ingaan op de details van de aan- en verkoop van de kotters, maar zakenpartner Albert Holtland uit IJsselmuiden bevestigt dat de transacties met de kotters normaal zijn verlopen.

Vooralsnog is er geen bewijs dat Johannes drugsgeld heeft witgewassen via de aankoop van de kotters. De vraag blijft wat het motief is geweest voor Johannes N. om samen te werken met cocaïnesmokkelaars en hoe ze bij hem terecht zijn gekomen. Ging hij voor het snelle geld of is hij toch bedreigd? Het blijft onduidelijk.

Vaststaat dat Johannes N. niet de enige Urker visser is wiens naam voorkomt in de PGP-berichten waarover justitie beschikt. „Er is gesproken over andere kotters en andere concrete personen”, aldus het Openbaar Ministerie tijdens een eerste zitting in september. „Hier is sprake van ongewenste en schadelijke vermenging van de onderwereld met de bovenwereld.”

Johannes N. zou voor de smokkel drie ton hebben gekregen als hij niet was gepakt, blijkt uit het dossier. Dat snelle geld heeft ook een prijs, weet zijn familie inmiddels. Hij wordt bedreigd, en zijn eigen gezin met hem.

Johannes en twee andere Urker vissers worden nu vervolgd. Maar daarmee is de georganiseerde misdaad op Urk niet verdwenen. Daar is meer voor nodig, weten ze bij justitie.

Maar op Urk zijn ze vooral bezig met de gevolgen van de Brexit. Dat de visserij kwetsbaar is voor de verleidingen van drugssmokkel, is er geen groot thema, zegt een visser die nog met Johannes en zijn familie heeft gewerkt. „Weet je wat het is: wij kennen elkaar allemaal, maar we runnen ook allemaal een bedrijf. Dat heeft prioriteit.”