Handig door het politieke mijnenveld

Begroting

Buitenlands beleid is bekend terrein voor Sigrid Kaag, de Haagse arena minder. Haar debuut als minister beviel de Kamer.

Sigrid Kaag, minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking (D66). Foto Bart Maat / ANP

Het was onwennigheid, maar zou gemakkelijk kunnen worden uitgelegd als gretigheid. Terwijl Tweede Kamervoorzitter Khadija Arib donderdagmorgen nog de gebruikelijke procedurele plichtplegingen aan het begin van de vergaderdag moest verrichten, had de nieuwe minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking Sigrid Kaag (D66) al achter het spreekgestoelte plaatsgenomen. „In mijn enthousiasme stond ik hier te vroeg”, verontschuldigde ze zich.

Drie uur later, toen na haar eerste grote optreden in de plenaire vergaderzaal de Tweede Kamerleden weer aan de beurt waren, kon Kaag vaststellen dat ze door de ballotage was gekomen. Niet alleen waren er positieve geluiden uit de vier regeringsfracties, maar ook complimenten van de oppositie.

Isabelle Diks namens GroenLinks: „Ik zie heel veel mogelijkheden om in de komende jaren echt tot mooier buitenlandsehandelsbeleid en ontwikkelingssamenwerking te komen.”

Of anders Esther Ouwehand van de Partij voor de Dieren: „Wij kijken uit naar vele inspirerende debatten en hebben daar goede hoop op omdat de minister blijk heeft gegeven een voorstander te zijn van een open geest.”

En dan was er nog Kirsten van den Hul van de PvdA, de partij die de afgelopen vijf jaar in de persoon van Lilianne Ploumen de minister voor Ontwikkelingssamenwerking leverde. Na het betoog van Kaag was zij „hoopvol” over „een constructieve samenwerking” met haar.

Ministers ‘van buiten’ hebben moeilijker debuten gekend. En debutant is Sigrid Kaag, zij het niet op het beleidsterrein dat haar is toebedeeld. Met haar jarenlange ervaring bij de Verenigde Naties weet zij waar het over gaat. Voordat zij door D66 naar Den Haag werd geroepen om minister worden, was zij nog speciaal gezant van de volkerenorganisatie in Libanon.

Maar daarnaast is er het glibberige pad van de Haagse politiek, waarbij het thema migratie hoog op de agenda staat. Het nieuwe kabinet wil een stringent beleid met als doel vluchtelingen zo veel mogelijk buiten Nederland houden. Opvang in de eigen regio is het credo. Het is een oplossing waarbij Kaag in haar vorige functie de nodige vraagtekens plaatste. „Niet realistisch”, zei ze.

Nu moet zij met minister Halbe Zijlstra (Buitenlandse Zaken, VVD) het nieuwe beleid gaan vormgeven. Zijlstra toonde zich de afgelopen jaren als fractievoorzitter van de VVD altijd groot voorstander van het zo gesloten mogelijk houden van de grenzen. „Als dat maar goed gaat”, werd dan ook direct opgemerkt toen de nieuwe buitenlandcombine bekend werd.

Bij de behandeling van haar begroting, tevens eerste kennismaking, laveerde Kaag handig door het politieke mijnenveld. Antwoorden op lastige vragen over de concrete uitvoering van de voornemens in het regeerakkoord kon zij uit de weg gaan door te verwijzen naar een nog te verschijnen speciale notitie. Het gaf haar de ruimte om een zeer inhoudelijke verhandeling te geven over het belang om de grondoorzaken van migratie weg te nemen.

Het Nederlandse hulpbeleid is altijd al gekenmerkt door een samenhangende aanpak van armoedebestrijding, stelde zij. Maar het is haar ambitie deze inzet „te verdiepen, te versnellen en voortgang te boeken”. Met die woorden was Kaag geslaagd.