Opinie

EU-akkoord over detachering bewijst dat ‘fairness’ terug is op de agenda

De nieuwe Europese regels voor tijdelijke werknemers zijn koeltjes ontvangen. Maar ‘gelijk loon voor gelijk werk’ is juist een belangrijke stap op weg naar een socialere markteconomie in de EU, schrijft Sybe de Vries in de Europacolumn.

Dat het speelveld op de Europese interne markt in veel opzichten ongelijk is, blijkt wel uit de recente onthullingen uit de Paradise Papers over internationale belastingconstructies en dubieuze geldstromen. Net als uit schimmige afspraken tussen multinationals en, onder meer, de Nederlandse belastingdienst. Het perverse belastinggedrag van extreem rijke mensen en internationale bedrijven dat hiermee alweer aan het licht komt, voedt de groeiende ongelijkheid in Europa en de wereld.

Het politieke onvermogen en de helaasheid der dingen om iets te doen aan het ongelijke, mondiale speelveld en de miljardenstromen die gemoeid zijn met grootschalige belastingontduiking maakt het lastig om al te zeer te juichen over regels die voor slechts 0,9 procent van de werkende populatie in Europa een eerlijkere interne markt betekenen en meer sociale bescherming bieden. Toch moet het akkoord dat nu in de Raad is bereikt over tijdelijke werknemers – gedetacheerde werknemers - niet worden onderschat.

Cruciaal akkoord

Waarom? Het akkoord is in de eerste plaats cruciaal voor bepaalde sectoren, zoals de bouwsector, die sterk leunen op  gedetacheerde werknemers en waar de nodige  problemen op de arbeidsmarkt bestaan.

In de tweede plaats is het akkoord belangrijk omdat het de te eenzijdige nadruk op het vrije verkeer van diensten corrigeert, meer sociale bescherming biedt en sociale dumping tegengaat. Bovendien wordt loonconcurrentie tegengegaan doordat  de gedetacheerde werknemer niet langer slechts het minimumloon ontvangt van het land waar hij tijdelijk werkt, maar het loon krijgt dat in de cao voor zijn sector is afgesproken.

Het uitgangspunt van de oude detacheringsrichtlijn uit 1997 was dat het recht van het land waar de onderneming en de gedetacheerde werknemers zijn gevestigd, van toepassing is. Daarnaast mag de lidstaat van detachering een aantal minimumvoorschriften toepassen, zoals het minimumloon.  Maar door toenemende loonverschillen in de EU is het uiterst aantrekkelijk voor ondernemingen om hun werknemers te detacheren tegen het minimumloon in die lidstaten waar werknemers voor gelijksoortig werk veel meer verdienen. Het nieuwe akkoord leidt tot het herzien van de minimumvoorschriften, zodat een betere evenwicht ontstaat tussen  het vrije verkeer op de interne markt en  de bescherming van sociale rechten van werkers en werknemers.

Het is waar, zoals critici stellen, dat het akkoord geen betrekking heeft op de belangrijke transportsector, ondanks Franse pogingen, gesteund door o.a. Nederland, daartoe. Ook  irreguliere arbeidsmigratie of fraude wordt niet aangepakt. Hiervoor is meer nodig, zoals de instelling van een Europese arbeidsinspectie of een Europees netwerk van arbeidsinspecties. Maar om het akkoord misleidend te noemen gaat te ver. De herziening van de detacheringsrichtlijn sluit goed aan bij het streven om de Europese interne markt socialer te maken en brengt de sociale markteconomie, welk belang eigenlijk al vanaf de begintijd van de EEG werd benadrukt en dat sinds het Verdrag van Lissabon meer centraal staat, een klein stapje dichterbij.

Ander klimaat

Het akkoord is ook illustratief voor een veranderd politiek klimaat. Lang leek de politieke wil in Europa om eerlijkheid, in de zin van ‘fairness’, centraal te stellen in het internemarktbeleid op de achtergrond te zijn geraakt. Maar er zijn steeds meer tekenen die erop wijzen dat ‘fairness’  terug is op de politieke agenda. Voorbeelden zijn de speeches van de Eurocommissaris Mededinging Vestager, of de Europese Pijler van Sociale Rechten voor een meer inclusieve en eerlijkere Europese Unie. Het is goed om te zien dat dergelijke politieke boodschappen worden vertaald in concrete acties en regelgeving.

Met deze nieuwe politieke wind zou wellicht ook het probleem van grootschalige belastingontduiking in Europa kunnen worden aangepakt. Maar van een echt gemeenschappelijk sociaal beleid is op vele punten (nog) geen sprake. Om dat te realiseren en om de uitdaging van toenemende ongelijkheid tussen landen en tussen burgers in Europa daadwerkelijk aan te gaan, lijkt een kwantumsprong nodig. Bijvoorbeeld in de vorm van een nieuw Verdrag en sterkere bevoegdheden voor de EU. Macron wil wel, maar volgt Rutte ook?

Sybe de Vries is als hoogleraar EU interne-marktrecht en grondrechten verbonden aan het Europa Instituut van de Universiteit Utrecht en academisch directeur van UGlobe – the Utrecht Centre for Global Challenges. De Europacolumn verschijnt hier op regelmatige basis.

Blogger

Folkert Jensma

Journalist en jurist Folkert Jensma (1957) werkt sinds 1985 voor NRC Handelsblad op de terreinen bestuur, justitie, politiek en Europa. Hij schreef als correspondent Brussel over de Europese eenwording door de verdragen van Schengen in 1985 en van Maastricht in 1992. Als hoofdredacteur, tot september 2006, was hij mee verantwoordelijk voor de introductie van nrc.next, de bijlage Opinie & Debat, het magazine M en de introductie van Europa- en Wetenschapspagina's in de dagkrant. Sindsdien schrijft hij als commentator recht en bestuur hoofdartikelen, jurisprudentie-rubrieken en columns voor NRC Media. Voor zijn columns ontving hij in 2013 de Jacques van Veen jubileumprijs en in 2014 de J.L. Heldringprijs.