Door runderogen gezien

Het Koeienparadijs

In Oldeberkoop genieten 46 koeien en stieren van een oude dag. Schrijfster Bibi Dumon Tak en fotograaf Hans van der Meer gaven ze een stem.

Bikkel. Foto Hans van der Meer

Ze zijn moegegraasd, uitgemolken, kreupel, maar ook de gelukkigste oudjes van Nederland. Veelal keken ze de dood in ogen, op weg naar het slachthuis, toen ze alsnog clementie kregen. Met een goede geldsom van een runderliefhebber bleken de slagers te vermurwen. Dus banjert Bikkel toch nog door een nieuwe stal, slijt Sjoukje haar dagen in het zachte zand en ligt Claartje neder in grazige weiden.

Het klinkt als een sprookje – en dat is het ook een beetje. Zesenveertig Nederlandse runderen is het koeienparadijs gegund: het ‘koeienrusthuis’ De Leemweg in het Friese Oldeberkoop. Twintig van deze gelukkige koeien zijn geportretteerd in een van de wonderlijkste boeken van het jaar, Het koeienparadijs van Bibi Dumon Tak en Hans van der Meer. Ze geven de oude koeien een stem, een leven.

Van der Meer (1955) – fotograaf van grasvelden waar soms amateurvoetballers, soms niets en ook weleens schapen in staan – schoot sprekende portretten, die dankzij schitterende inktjetprinttechniek zó haarscherp op papier zijn gekomen dat je de pootjes van de vliegen in Claartjes vacht kunt tellen.

Mooier nog: Van der Meer legde de oudjes zo vast dat in de foto’s, zo voelt het, hun persoonlijkheden gevangen zijn. Beschaafd dametje Annie poseert met de hoefjes netjes tegen elkaar. Showvrouw Tolbert doet haar best, knielend als circusdier. Driekus, de schat, kantelt zijn kop even. Stuurse Bikkel, reus met chagrijnige ogen, wenst voor deze ongein niet op te staan.

Schrijfster Bibi Dumon Tak (1964) beschreef de biografieën van de koeien in portretten die je journalistieke fictie kunt noemen: ze vertelt de verhalen vanuit het oogpunt van het rund. Yoshua, voormalig dekstier die zijn levenslust behield, laat Dumon Tak zeggen: „Het lijkt wel of de kleine vogeltjes hier op stal, die van de mest smullen, ook in mijzelf zitten, onder mijn vacht.” Sjoukje kreeg na het geven van maar liefst 114.630 liter melk de stem van een eerbiedwaardige dame die zelf óók vindt dat de rust haar toekomt: „Ik bedoel: hoeveel moet je van jezelf weggeven voordat het opvalt?”

Dat is misschien een wat kinderlijke vertelvorm – Het koeienparadijs is ook uitgegeven als kinderboek – maar het werkt wél. Dankzij die persoonlijke toon, elke koe haar eigen stem, beklijven de runderen stuk voor stuk, ondanks dat sommige verhalen vrijwel identiek zijn (eerst gevangen of gemankeerd, toen ontsnapt en bevrijd). En wanneer Dumon Tak de dieren al te veel dreigt te vermenselijken, is ze er gauw bij om haar personages weer te verrunderen. Zoals Luna, die met haar kromme poot in ‘het stumpergroepje’ van De Leemweg staat, monter concludeert: „Wij koeien kijken naar wat kan. Niet wat niet kan.”

En zoals Tolbert zegt: „Een rund wil rust. Hoe saaier ons leven, hoe beter.” Wat je wellicht een waarheid als een koe moet noemen.