Column

Dokkum

De Stad Uit (6)

Veel Amsterdammers denken er stiekem weleens over na: de stad uit, weg van de drukte. Journalist en radiomaker Petra Possel (54) deed het. Na 30 jaar Amsterdam verhuisde ze naar een klein dorpje in Friesland. In NRC brengt ze regelmatig verslag uit.

Sinterklaas kwam aan in Amsterdam en tegelijkertijd in Dokkum, 180 kilometer noordelijker. Hoe zo’n leugen standhoudt, terwijl ieder kind van zes jaar een iPad heeft, is mij een raadsel, maar hij was er. In beide steden. Met een rode mijter. En een lange baard. Vriendelijk wuivend met een oude hand in wit satijn.

In de uren voorafgaand aan dit hooggeëerd bezoek was het bij mij in Friesland ongewoon onrustig. Een pro-Zwarte Pietenclub blokkeerde bussen met anti-Zwarte Pietdemonstranten die op weg waren naar Dokkum om de Friezen nog eens uit te leggen hoe het zit met Zwarte Piet en racisme. Na twintig minuten had de politie de blokkade opgelost, er waren kentekens en namen genoteerd en ondertussen verbood de locoburgemeester van Dokkum de demonstratie. Tweehonderd demonstranten zetten koers naar het westen en de Friezen gingen nog even door. Rap werd geld ingezameld voor mogelijke boetes voor ‘de helden’, de vrouw die het allemaal aanzwengelde werd met Jeanne d’Arc vergeleken. Op social media verschenen tekeningen van de Friese vlag met olijke Zwarte Pietenkopjes op de plek van plompebladeren en de actie werd omgedoopt tot ‘De Slag bij Dokkum’. Ook Friezen kunnen overdrijven, hoe graag ze hun aangeboren noordelijke nuchterheid ook bezingen.

Sinds ik in Friesland woon eet ik sûkerbôle met de Friezen, hang ik de Friese vlag uit als er iets te vieren of te rouwen valt en ga ik naar dorpsfeesten. Ik hoor de verhalen van Friezen aan die het onderspit delven tegen de hoge heren en dames uit de Randstad. De weerzin tegen het westen lijkt te groeien en ik begrijp dat wel een beetje. Zeker als zo’n figuur uit het westen met zijn grootstedelijke arrogantie de Friezen de les komt lezen. En toch voel ik me er ongemakkelijk bij, bij die anti-Randstad-sentimenten. Want ik ben als oud-Amsterdammer óók de belichaming van die westerling, denk na over genderissues, praat over moeilijke kunst, doe ‘niet gewoon, want dan doe je gek genoeg’. Ik voel me soms even als vroeger: importkind in een dorpsgemeenschap, uitgejoeld omdat plat praten niet lukte, nagewezen omdat m’n jurkjes te hip waren, vreemdeling op andermans erf.

De Slag bij Dokkum is geen heldenepos, eerder een aflevering van de tekenfilm Calimero die piepte: ‘En zij zijn groot en ik is klein en da’s niet eerlijk’. Bonifatius kwam trouwens naar Dokkum om de bewoners te bekeren.

Het kostte hem de kop.

Bekeren en Friezen… dat gaat niet goed samen.