Recensie

De terugkeer van de witte suprematie

Ta-Nehisi Coates

Coates schreef een Amerikaanse tragedie: de verkiezing van de eerste zwarte president betekende niet het einde van de rassenproblematiek, integendeel.

Foto Bebeto Matthews

‘Toen Obama’s verkiezing voorstelbaar werd, leek het alsof ons land eindelijk van ons ging houden’, schrijft de Amerikaanse journalist en schrijver Ta-Nehisi Coates over het lot van zwarte Amerikanen. Het was de eerste hoop die hij voelde voor een verenigd Amerika na vierhonderd jaar slavernij, lynching en wettelijke segregatie die tot ver in de jaren zestig doorging.

We Were Eight Years In Power is een bundeling van Coates’ artikelen die hij de afgelopen acht jaar schreef over de impact van het presidentschap van Obama en de positie van zwarte Amerikanen. Het boek leest als een Amerikaanse tragedie waarin de eerste zwarte president niet resulteert in een einde van de rassenproblematiek maar in een terugkeer naar de witte suprematie van weleer, waar president Trump een exponent van is.

Tijdens de verkiezingsnacht in 2008 liep ik als twintigjarige vrijwilliger rond in een gonzende Melkweg. Toen Obama werd verkozen rolden de tranen over mijn wangen. Een witte bezoeker vroeg – vrij impertinent – of zijn winst bevestigde dat ‘wij’ ook alles kunnen. Ik antwoordde met ‘dat wist ik altijd al, nu weet de wereld het ook’. Die wetenschap leidde – volgens Coates – niet tot de gehoopte acceptatie maar tot virulent racisme, vermomd als nationalisme en ‘economische angst’.

Coates (1975) heeft in zijn land inmiddels een sterrenstatus, als virtuoos op het gebied van ras. In zijn artikelen in The Atlantic schetst hij het beeld van een verscheurd land dat machtig is geworden over de rug van zwarte mensen. We Were Eight Years In Power is met alle data en statistieken bijna een historisch document, aangevuld met anekdotes.

Zoals in ‘Why do Few Blacks Study the Civil War’, waarin hij uitlegt wat ten grondslag lag aan de Amerikaanse burgeroorlog, namelijk de vraag of een deel van de bevolking – de zwarte – handelswaar van de witte mocht blijven. Iets wat Amerika het liefst vergeet, zoals het Witte Huis recentelijk bevestigde toen stafchef John Kelly de Burgeroorlog reduceerde tot een geschil waarbij ‘beide partijen’ weigerden een compromis te sluiten. In zijn bekendste stuk ‘The Case For Reparations’ houdt Coates een theoretisch pleidooi voor herstelbetalingen. Ook nu wordt nog ongeveer 62 procent van de zwarte Amerikanen in armoede geboren ten opzichte van 4 procent witte. Niet opmerkelijk als je bedenkt dat zwarte mensen na de afschaffing van de slavernij niets bezaten en hen daarna leningen, woningen en banen zijn ontzegd.

De reflecties van Coates spreken misschien wel het meest tot de verbeelding. Ze geven inzage in wat het presidentschap voor hem, een jonge zwarte schrijver die over ras in Amerika schrijft, betekend heeft. In ‘My President was Black’ en ‘Fear of a Black President’ licht hij de impact van Obama op de samenleving toe. De voormalige president was ‘twice as good’ – in niet-witte huishoudens wordt kinderen vaak verteld dat ze twee keer zo goed moeten zijn als hun witte leeftijdsgenoten om op dezelfde plek te komen – maar werd desondanks geconfronteerd met racisme en vernedering: ‘Het enige wat witte mensen enger vinden dan een negro die leiding geeft is er één die er ook nog eens goed in is.’ In die zin schuilt de kern van Coates’ analyse. Onder de institutionele vooroordelen en een misplaatst superioriteitsgevoel resideert de angst. De witte man is bang zijn machtspositie aan de top van de voedselketen te verliezen omdat de eigen identiteit afhangt van de ondergeschiktheid van ‘de ander’.

Zijn transitie van blogger naar gerenommeerd schrijver schrijft Coates ook toe aan het presidentschap van Obama. ‘Talent is niets zonder een veld waarop de geschenken kunnen worden weergegeven’, schrijft de auteur. Hij ontwikkelt in acht jaar een herkenbare stijl waarin hij over raciale ongelijkheid schrijft, hoewel hij bijwijlen te lang van stof is. Hij vergelijkt zichzelf graag met de legendarische James Baldwin (1924-1987). Maar ondanks vergelijkbare scherpe analyses mis ik diens revolutionaire poëzie.

Het complete verhaal

Soms vraag ik me af wat Coates’ boodschap precies is. Zelf verklaart hij systematische onderdrukking, die in de mainstream vergeten of verzwegen wordt, te willen documenteren: ‘Ik doe dit niet om mensen die in mythes geloven van hun ongelijk te overtuigen. Maar om te weten dat ik niet gek ben vanwege wat ik tot op het bot voel. Ik doe het als bevestiging voor anderen die weten dat ze beroofd worden maar het complete verhaal achter dat gevoel niet volledig weten te schetsen.’

Obama was volgens Coates een krachtig symbool, maar niet krachtig genoeg om de realiteit te veranderen. Amerika hield wellicht van hem, maar als uitzondering op de regel. De realiteit blijft – voor de meerderheid van zwart Amerika – onveranderd. Coates laat zien dat racisme zich nestelt in de haarvaten van de samenleving en uitloopt naar elke haarstreng.

De ‘culturele bagage’ zoals de Nederlandse emeritus hoogleraar Gloria Wekker het noemt is daarbij van essentieel belang. Sociale mobiliteit draait niet om genetisch materiaal of talent maar om wat je overgedragen krijgt van de vorige generatie om op voort te kunnen borduren.

Die mechanismen blijven duister als de geschiedenis en haar consequenties niet voldoende in kaart worden gebracht. Ook in Nederland. Ik stond onlangs versteld van een artikel van The Black Archives in samenwerking met de Correspondent, waarin onthuld werd dat Surinamers in de jaren zeventig middels discriminerend beleid in buurten geweerd werden.

Je ziet de scheve machtsverhoudingen ook wanneer pro-Pieters, onder wie extreemrechtse suprematisten, met een onwettelijke en gevaarlijke tegendemonstratie vreedzame betogers met vuurwerk opwachten in Dokkum en verkeersongelukken veroorzaken, maar politie, politiek en media goedkeurend reageren en er massaal geld gedoneerd wordt om de ‘gewone Nederlander’ te belonen voor het inperken van het recht van de ‘ongewone Nederlander’. Stel je voor hoe anders het was verlopen als de rollen omgedraaid waren.

Witte suprematie, stelt Coates, is een wereldwijd fenomeen dat door ons allen overeind wordt gehouden. We kunnen – met Trump in het Witte Huis, marsen van Europese neonazi’s en Nederlandse Erkenbranders – niet volhouden dit monster niet te herkennen. Toch zal dat ongetwijfeld blijven gebeuren, meent de schrijver, omdat de voortzetting van een hiërarchisch systeem op basis van etniciteit voor sommigen voordelig is. En wie geeft er nou vrijwillig macht op?

Ik hoop dat Coates ongelijk heeft maar het tegendeel kan alleen door persoonlijke en collectieve actie bewezen worden. Alleen steek ik er mijn hand niet voor in het vuur, omdat ik hoogstwaarschijnlijk zelf op de blaren zou moeten zitten.