Column

De ongebroken macht van Angela Merkel

Na het klappen van de Duitse coalitieonderhandelingen, zondagnacht, werd al te rap geconcludeerd dat „het einde van Merkel” na twaalf jaar naakte. Waarnemers zagen drie opties: een minderheidsregering (die haar zou verzwakken), nieuwe verkiezingen (die ze zou verliezen of waarvoor ze zou bedanken), of alsnog een grote coalitie met de SPD (die als prijs haar vertrek zou vragen). Conclusie: „Kanselier In Doodsnood.”

Dat was buiten Angela Merkel zelf gerekend. Ze liet geen machtsvacuüm ontstaan. Eén soeverein tv-optreden, meteen maandagavond, deed de stemming kantelen. Merkel is zittend bondskanselier en leider van de grootste partij, die ook bij nieuwe verkiezingen („Ik ben nergens bang voor”) de grootste zou worden; binnen het christen-democratische blok van CDU en CSU is ze weer onomstreden.

Behalve haar eigen troeven kent ze ook de zwakte van de tegenstanders. De SPD likt de wonden na de slechtste uitslag sinds 1949; nieuwe verkiezingen zouden de sociaal-democraten enkel dieper in de put brengen. Na de gok van FDP-leider Christian Lindner om de stekker uit de ‘Jamaica-coalitie’ te trekken leek de liberaal even de sterke man, de langverwachte uitdager. Het duel Merkel-Lindner zou een slag brengen om wat de Duitsers „het burgerlijke midden” noemen, zoals in Nederland woedt tussen VVD en CDA. Maar binnen enkele dagen bleek dat de FDP uit zwakte was vertrokken. Ze durfden niet. Bang als kleine partner te worden vermorzeld in een coalitie, zoals hun overkwam tijdens Merkel II (2009-’13). Heel voorstelbaar, maar dus niet klaar om te regeren.

Niemand kan om haar heen, niemand durft het nog met haar aan

Natuurlijk heeft de intrede van de nationalistische AfD in de Bondsdag het Duitse politieke landschap veranderd. Net als elders in Europa verbrokkelt het partijlandschap en nemen spanningen toe, vooral vanwege het thema migratie. Burgerlijk rechts wil de 13 procent AfD-kiezers – waaronder veel proteststemmers tegen Merkels genereuze vluchtelingenbeleid in 2015 – terughalen. Vandaar de zondagse zet van Lindner, die zich rechts van de CDU positioneert; geen toeval dat hij de breuk onder meer rechtvaardigt met zijn verzet tegen een door de „wereldvreemde” Groenen bepleite ruimhartige gezinshereniging. Maar ook de Beierse CSU, altijd al conservatiever en twee jaar terug woedend over de open grenzen, wil naar rechts.

Achteraf bezien kwam Merkels sterkste zet in de coalitiegesprekken helemaal aan het begin. Nog voor ze aan tafel gingen met Groenen en liberalen sloten CDU en CSU een intern akkoord over asielopvang. Inhoudelijke boodschap: barmhartigheid gaat samen met een beheersing van grenzen en aantallen. Politieke boodschap: strijdbijl uit 2015 begraven, wij opereren hand in hand.

Met dit compromis bezwoer Merkel de interne kritiek van rechts. En net zo belangrijk: ze sloot zo de (virtuele) weg naar regeringsvorming „over rechts” af, waarbij conservatieve christen-democraten en liberalen een meerderheid zouden ophalen bij de rechtspopulisten. Met de opgetelde stemmen van AfD, FDP, CSU en delen van het CDU zou je op papier ver komen. Waarom dit niet gebeurt? Simpel: Duitsland is Oostenrijk niet. Of Nederland. „Over rechts” regeren zoals wij en zij deden met Haider, de erven Fortuyn, Wilders en nu in Wenen met Hofer – dat gaat in Berlijn voorlopig niet gebeuren.

Evenmin is er in Duitsland een „rood-rood-groene” meerderheid „over links”, van SPD, Die Linke en Groenen – een perspectief waarvoor de SPD op landelijk niveau terugdeinst omdat het de eigen gematigde kiezers in de armen van de christen-democraten drijft. Zodoende zitten Merkel en haar partij stevig op haar geliefde plek: het midden. Kracht en zwakte ineen: niemand kan om haar heen, niemand durft het nog met haar aan.

Luuk van Middelaar is politiek filosoof en hoogleraar Europees recht en EU-studies (Leiden, Louvain-la-Neuve).