Opinie

    • Frits Abrahams

De klasse van Rose

Enkele jaren geleden nam ik me voor een column te schrijven over een zekere Charlie Rose, een Amerikaanse tv-interviewer die ik toevallig op internet had ontdekt en die veel indruk op me had gemaakt. Ik stelde het uit, want er was geen urgentie – en van uitstel kwam weer eens afstel.

Wie schetst mijn... nee, verbazing is te zwak uitgedrukt, mijn ontzetting toen ook Rose (nu 75) opdook in die treurige keten van zedenschandalen die begon in Amerika en zo langzamerhand de hele aardbol omspant. Al weten we nog niet eens precies wat zich in afgelegen contreien als Vuurland, de Galapagoseilanden en, wie weet, zelfs de Groninger Ommelanden heeft afgepeeld.

Charlie Rose! Niet eerder zag ik een interviewer die zó sympathiek overkwam, zó charmant, invoelend, geduldig, intelligent, geïnteresseerd, goed voorbereid, waakzaam, vasthoudend maar nooit impertinent, enfin, noem het maar op. Een groot vakman. In Nederland hadden we het steeds over beroemde talkshowhosts als David Letterman, Oprah Winfrey en Jay Leno, maar als pure interviewer was niemand tegen Rose opgewassen.

Ik zag Rose voor het eerst aan het werk voor PBS (de Public Broadcasting Service, het grootste non-commerciële Amerikaanse televisienetwerk), waarvoor hij vanaf 1991 het interviewprogramma Charlie Rose maakte. Zijn gasten, ook de beroemdheden, beschouwden de uitnodiging als een eer. Wie daar mocht komen, had het gemaakt – of was onderweg.

Zijn interviews duurden vaak een uur en speelden zich af in een sobere setting: een tafel in een donkere studioruimte. Geen andere gasten, geen bandjes, geen filmpjes, alleen die dialoog tussen gastheer en gast. Je ziet het zelden meer, maar het blijft dé manier om een serieus gesprek gaande te krijgen.

In die stijl moet hij meer dan duizend mensen hebben geïnterviewd. Zijn scope was breed: van politici (zelfs Poetin) tot acteurs (zoals Jane Fonda, Meryl Streep, Lauren Bacall), filmregisseurs (Martin Scorsese, Werner Herzog, Sidney Pollack, Quentin Tarantino), schrijvers (Harold Pinter, Martin Amis, Norman Mailer, John Updike) en zangers (Lou Reed, David Bowie). Op de website Cinephilia & Beyond is een groot aantal van zijn interviews met filmmensen te vinden, op YouTube staan veel andere interviews. Hopelijk mogen ze daar blijven staan, ook nu hij in opspraak is gekomen. Zijn oeuvre is in zekere zin een visuele schatkamer van de Amerikaanse cultuur.

De aanleiding voor de interviews is, als overal in medialand, vaak een pas uitgekomen boek of film. Toch weet hij er altijd veel meer van te maken dan een glad verkooppraatje. Hij citeert, confronteert en dringt steeds aan op concrete antwoorden. Bij dat alles blijft hij uiterst wellevend. Zijn klasse blijkt vooral als hij ook introverte mensen, zoals Pinter, Reed en de zangeres Björk, aan de praat krijgt. Je voelt hun respect voor hem en hun bereidheid meer te zeggen dan ze zich hadden voorgenomen.

My writing days are over”, bekent de oude, zieke Pinter hem. En de nog jonge Björk vertelt dat ze soms spontaan even naar IJsland terugkeert om in haar eentje in de natuur te wandelen. „De natuur als psychiater”, zegt Rose. „Ja!”, roept Björk enthousiast.

Charlie Rose begreep mensen.

Maar alleen in de tv-studio.

    • Frits Abrahams