Opinie

    • Auke Kok

Dat gezeur in Amsterdam

Misschien heb ik niet goed opgelet, maar in de slepende discussie rond Zwarte Piet meende ik toch echt voor het eerst ‘Amsterdam’ te lezen. Amsterdam als baken van Roetveegpieten en andere moderniteiten waar je als een fatsoenlijk hardwerkend mens niet genoeg tegen kan zijn. Personificatie van dit anti-020-sentiment in de aanloop naar 5 december is zonder twijfel Jenny Douwes. Van deze jonge Friese ondernemer in hoogwerkers gaan we nog veel horen. Het blonde ‘powerhouse’ ontpopte zich afgelopen week met verve tot boegbeeld van de ‘zwijgende’ Nederlander die het niet meer pikt. ‘De rest van Nederland’ is Amsterdam goed beu en dat gaan we merken ook.

Jenny Douwes en haar snel groeiende schare zullen voorkomen dat de trend naar vermindering van het slavernijverleden bij Sint & Piet over de provincie kan uitzwermen. Die blokkade op de A7 vorige week was niet slechts bedoeld om enkele bussen met anti-Zwarte Pietdemonstranten de doortocht naar Dokkum te belemmeren; het ging er ten diepste om ‘dat gedoe uit Amsterdam’ een halt toe te roepen.

De Jenny d’Arc, zoals Jenny Douwes al wordt geliefkoosd, de Heldin van Friesland, gaat voor in de strijd omdat „ik opstandig ben en een Fries”. „Laat ze met hun gezeur in Amsterdam blijven”, sprak ze strijdvaardig. Overal mogen die stadse lui gaan demonstreren, maar niet bij de intocht „tussen onze kindertjes”.

„Dit dus!” vermeldde Douwes bij haar retweet van een artikel uit De Telegraaf. Daarin werd beweerd dat „de kleur van Zwarte Piet (…) door een kleine culturele elite in met name Amsterdam aan de rest van Nederland (wordt) opgedrongen, terwijl de meeste burgers in de regio’s hier helemaal niet op zitten te wachten”.

In diezelfde krant zei Douwes: „Ik heb geen zin meer om te zwijgen over hoe het gaat in de politiek, dat gedoe rond Zwarte Piet, het Amsterdamse geneuzel over genderneutrale toiletten enzovoorts. Terwijl wij hier in de provincie gewoon hard aan het werk zijn.”

Zo is dat! Manmoedig deed ze haar woordje bij Pauw en gans gewoon Nederland laafde zich aan haar koene blauwe oogopslag. „Friesland-Randstad 1-0!” riep GeenStijl. „In Friesland begint de bevrijding”, voorspelde FVD-Kamerlid Theo Hiddema. „Je had (bij de intocht) alleen recht op demonstreren als je uit Amsterdam kwam”, vond PVV’er Martin Bosma.

Een volgeling van Jenny d’Arc zwaaide op de snelweg met een Friese vlag naar de demonstantenbussen. Het pompeblêd als wapen tegen de zeurpieten, tegen de horde beroepsgekwetsten uit 020: wie had dat gedacht?

Zo wordt de kleur van de hulpknapen van de Sint tot een symbool dat verre uitstijgt boven het kinderfeest dat nodig moet worden beschermd tegen de elite uit Amsterdam (en Hilversum). Want mogelijk draait het niet eens in de eerste plaats om die kleur, maar om de plek waar de Roetveegpieten en al het andere ‘gezeur’ vandaan komen, waar de makers van het Sinterklaasjournaal en irritante Surinaamse kunstenaars hun behoefte doen op genderneutrale toiletten. Amsterdam is gewaarschuwd. De toon is gezet.

    • Auke Kok