Recensie

Britse Vogue heeft eindelijk kleur ontdekt

Traditionele modebladen hebben hun langste tijd gehad, is tegenwoordig de consensus; jonge vrouwen halen hun mode-informatie liever bij de sociale media vandaan, Instagram voorop. Niettemin is er wereldwijd enorm veel opwinding rond het decembernummer van British Vogue. Dat is het debuut van de nieuwe hoofdredacteur, Edward Enninful, van huis uit stylist en de eerste man die het vrouwenblad bestiert.

In de 25 jaar onder Enninfuls voorganger, Alexandra Schulman, stond er welgeteld twaalf keer een niet-wit model op de cover. Enninful koos voor zijn eerste uitgave model Adwoa Aboah, dochter van een witte moeder en een zwarte vader. Steven Meisel heeft haar prachtig gefotografeerd in jarenzeventigstijl, met tulband en hardblauwe oogschaduw.

Diversiteit is duidelijk een speerpunt van Enninful, die in Ghana werd geboren. Niet alleen voor de modellen, ook wat betreft de medewerkers. Naomi Campbell interviewde de Londense burgemeester Sadiq Khan, net als zij een immigrantenkind uit Zuid-Londen. Zadie Smith schreef een essay over de Britse koningin – „Ze lijkt, in ons beeld van haar, opvallend lower middle class”. Illustrator Michael Roberts tekende een modeserie met in de hoofdrol een orang-oetan die erg lijkt op stylist Grace Coddington, en Salman Rush vertelt hoe hij Kerstmis leerde te tolereren.

‘Great Britain’, is het enigszins voor de hand liggende thema van Enninfuls eerste Vogue. Dat levert ook een paar minder verrassende dingen op, zoals modeseries met als licht-excentrieke Engelse dames en heer verklede modellen in een bos en een tuin; dat thema zagen we door de jaren heen al veel vaker voorbij komen.

„Vroeger waren er maar een paar van ons”, zegt Enninful in het blad, als hij spreekt over zwarte mensen in de mode-industrie. „We hadden elkaar, maar we voelden ons behoorlijk geïsoleerd. En we wisten dat we iets te zeggen hadden.” Dat heeft met dit nummer zeker gedaan.